Ik probeer geen pleaser te zijn

Emilio Guzman (29) won de publieksprijs op het Leids Cabaretfestival 2010.

De band met zijn broer Javier Guzman is heel innig. Humor houdt hen bij elkaar.

Hij vond het wel van lef getuigen, om mee te doen aan hetzelfde cabaretfestival waar zijn broer in 2002 de jury- en de publieksprijs won. Emilio Guzman (29) wilde er vooral mee laten zien dat het hém niets uitmaakt, dat hij toevallig de broer is van cabaretier Javier Guzman. Of dat hij toevallig net zo goed wil worden. Emilio: „In mijn streven zit hij niet. Niet op de manier dat ik in zijn voetsporen probeer te treden. Ik volg mijn eigen pad. Je hebt er op een podium ook helemaal niets aan, om de broer van te zijn. Oprecht niets.”

En ‘het Leids’ is volgens Emilio nu eenmaal het mooiste festival. Dat is alles. In februari won hij de publieksprijs op het Leids Cabaretfestival, met een programma waarin hij zijn liefde voor de dichter Leo Vroman betuigt, zich opwindt over bierfietsen en kort vertelt over het mislukte huwelijk van zijn ouders. De jury koos voor de Belg Jeroen Leenders. „Geen probleem”, vindt Emilio dat. „Het was een heel sterke finale. Jeroen is een fantastische cabaretier.” Javier vond het wél schandalig, en onterecht. Emilio: „Daarin is hij zo lief mijn broer, dat hij zich daarover kwaad maakt. Maar ik ben blij met die publieksprijs. Het doet precies het werk dat ik wilde dat het deed: dat ik verder kom.”

Jarenlang trad Emilio op als stand-up comedian in comedycafé Toomler in Amsterdam, en werkte hij achter de schermen mee aan de voorstellingen van zijn broer. Nu toert hij samen met de andere twee Leids-finalisten door het land en werkt hij aan een eigen avondvullend programma. Vanavond staat hij op het Amsterdam Comedy Festival, tussen grote namen als Sanne Wallis de Vries, Theo Maassen en Kamagurka.

Sinds februari treed je op voor groter publiek. Waarom bleef je al die jaren achter de schermen?

„Het was nog niet goed genoeg wat ik deed. In Toomler kun je je lekker in de luwte ontwikkelen. Ik kon het publiek nog wel eens te veel willen pleasen. Raoul Heertje heeft me ooit vergeleken met voetballer Daniël de Ridder. Hij zei: je wil zo mooi spelen dat je uiteindelijk niet speelt. Hij kon me daar echt op corrigeren, dat ik onnatuurlijk was, onpersoonlijk. Pas op het moment dat ik zelf besloot: ik moet minder pleaserig zijn en meer luisteren naar wat ik zelf wil maken, ging het beter.”

Een pleaser?

„Ja, dat ben ik altijd wel geweest. Toen ik drie jaar was, en Javier zeven verhuisden we van Spanje naar Nederland. Mijn broer is niet de gemakkelijkste, zeker vroeger niet, en mijn moeder was alleen. Waardoor ik mezelf op de achtergrond plaatste. Dat is het gedrag van een pleaser, de boel tevreden houden. Dat zat er van kleins af aan in.”

Was je ook een grappenmaker?

„Ja, en mijn broer ook. Maar we waren geen concurrenten. Humor hield ons juist bij elkaar. Mijn moeder maakte altijd bandjes van radioprogramma’s over cabaret zoals Spijkers met koppen. Die luisterden we dan in de keuken tijdens het avondeten. De band met mijn broer is heel innig.”

Dan moet je ook moeite hebben gehad met zijn alcoholisme.

„Ja, hij is daar onlangs weer mee in het nieuws geweest he. Ik heb hem in het verleden een paar keer verzorgd. Dat is heftig. Dat je iemand in moet laten zien dat hij op de bodem zit. Dat je hem zo ver moet zien te krijgen dat hij naar een kliniek gaat. Zelf vind ik bier absoluut lekker, maar omdat mijn vader ook een alcoholprobleem had, was het voor mij altijd duidelijk dat ik daarmee moet oppassen. Ik let op. Ik zou het niet zo ver laten komen.”

Je vader is een paar jaar geleden overleden. Praat je over hem in het nieuwe programma?

„Ik hou er eigenlijk niet zo van dat alles wat er maar in je privéleven gebeurt, naar buiten moet worden gebracht. Dat je bijna denkt: is hij daar nou voor overleden? Dat ik er een mooi stukje over kan maken? Ik zou in het theater nooit allemaal erge dingen zeggen alleen maar om te scoren. Het moet functioneel zijn, passen in het verhaal. Mijn broer is heel eerlijk over zijn privéleven, en toch staat ook bij hem het theater voorop. Al heb ik wel eens dingen in interviews gelezen waarvan ik dacht: oh, dat moet ik mijn vrienden vanavond dan ook nog wel even even vertellen.”

Dat lijkt me lastig.

„Ik vind het niet erg, je houdt het niet tegen. Maar ik zal altijd op mijn eigen manier antwoorden op vragen over mijn ouders. Gereserveerder misschien. Het grappige is: toen ik met mijn broer in 2005 schreef aan zijn programma Delirium heb ik er zelf op aangedrongen dat hij ging vertellen over papa. Over de zelfmoord van mijn vader. Juist omdat het zo prachtig functioneel is. Die man die ook verslaafd was, en daaraan onderdoor ging, en dat Javier daar nog verzachtende dingen over heeft te zeggen, en het probleem uiteindelijk teruglegt bij de zaal. Het ging niet alleen over zijn eigen ontsporing, maar ook over de ontsporing van de samenleving.”

Is het dan prettiger dat híj dat vertelt, en jij het niet hoeft te doen?

„Nee. Ik had daar toen gewoon een paar teksten over gemaakt. Maar ik merkte dat ik zelf nog te weinig controle over de zaal had als ik daarover begon te vertellen. Dus heb ik het aan hem gegeven.”

Over je moeder vertel je wel in je programma: bijvoorbeeld dat ze aan het internetdaten is.

„Nou, ik vond het gewoon bizar dat de situatie ontstaan was dat ik haar hielp met het antwoorden van die mannen. Dat is echt raar hoor. Ouwe mannen die met je moeder naar bed willen. Ze schrijven zulke on-originele dingen. En de vrouwen op die sites zijn verschrikkelijk veeleisend in hun berichtjes. Mijn moeder heeft die strengheid ook, zodat ze altijd nog kan zeggen dat het aan hém lag als het niets wordt.”

Hoe vindt ze het dat je daarover praat?

„Als ik daar op het podium over praat, vindt ze dat totaal niet erg. Maar in interviews, dan kan ze nog wel het gevoel hebben: nu gaat het te ver. Dit is geen theater meer, dit is gewoon praten over mij.”

Zoals nu misschien.

„Ja. Ik ben wel altijd aan het dubben hoor. Ik ben best terughoudend in mijn praten. Ik zal nooit over de schreef gaan, en achteraf denken: o jee, wat heb ik nu gezegd? Ik hou de nuance, ook op het toneel.”

Is het wel handig voor een cabaretier om zo genuanceerd te zijn?

„Ik heb lang gedacht dat nuance geen bestaansrecht had in een harde wereld. Maar dat heeft het juist wel. En zacht zijn is misschien wel beter dan hard meeschreeuwen met de rest. Ik schrijf gedichten en heb lang getwijfeld of ik er iets mee zou doen op het toneel. Ik was bang: straks vinden ze het lelijk, en dan is het weg van mij. Ik heb altijd zo genoten van het schrijven hier thuis en dat zou ik niet meer kunnen als het lelijk wordt gevonden. Terwijl, als je wel durft te laten zien wie je bent en gewoon dat gedicht voordraagt op het toneel, wordt de voorstelling alleen maar gaver. Ik heb er tot nu toe alleen maar complimenten over gekregen. Zo valt wat ik wil zeggen denk ik steeds meer op zijn plaats.”