Hoe kom ik in godsnaam de resterende twaalf dagen door?

Iemand stuurde me een boekje van Sheila Sitalsing en Hans Wansink, titel: De kiezer heeft altijd gelijk.

Ik had gehoopt dat me nu eindelijk eens, met alle puntjes op de i, zou worden uitgelegd waarom de kiezer altijd gelijk heeft. Als het onderwerp ergens ter sprake komt, praat ik andere mensen meestal gemakzuchtig na, om niet in filosofische of (erger nog) principiële discussies terecht te hoeven komen. Maar in m’n ziel en in m’n slaap betwijfel ik nog vaak of iemand gelijk kan hebben als hij PVV stemt, of Bouterse de aangewezen president van Suriname blijkt te hebben gevonden, of er in België voor zorgt dat de extreme Nieuw-Vlaamse Alliantie op 13 juni de grootste partij wordt.

Ik heb het toch niet bij het verkeerde eind? Of misschien ook wel. Maar zou de consequentie dan zijn dat ik straks (nog twaalf dagen) ongelijk zal hebben gehad als ik niet op Wilders heb gestemd?

Het boekje bleek intussen vooral razend actueel, dus het bood geen uitkomst. Ik geloof wel dat het goed bedoeld was. Het bevatte twee delen, en deel I heette ‘De tien plagen van de politiek’, en daar was alles nog eens uitgestald wat we al jarenlang zeven dagen per week in de krant hebben kunnen lezen, op de radio hebben kunnen horen of op televisie hebben kunnen zien: de personencultus, de vloek van de coalitiepolitiek, het verstikkende consensusbeheer, de verkwanseling van de directe democratie en de onthechte burger. Nog altijd het chagrijnige gedachtegoed van boer Koekoek dus, in de modieuzere bewoordingen van Pimmetje Fortuyn.

Hoeveel burgers zouden zich onthecht voelen? Maurice de Hond hoeft maar één leading question te stellen, en de bevestigingen stromen hem bij duizenden en duizenden tegemoet.

In het tweede deel van de uitgave hadden de auteurs elf partijen en hun leiders ‘gewogen’ – en als ik een vreemdeling was geweest die op 9 juni ineens in Nederland had mogen stemmen, zou ik na lezing hebben gedacht: in politiek opzicht lijkt me dit een land waaruit ik beter onmiddellijk kan emigreren, Als geboren en getogen Hollander dacht ik ongeveer hetzelfde.

Ligt het aan dat ene boekje, dat op de omslag ook nog een rood kader heeft laten drukken met als tekst ‘Tijd voor change in Den Haag’ – als om er nóg een gemeenplaats aan te wagen? Ach, nee, dat boekje doet verder geen kwaad. Het is de optelsom van campagne, mediabelangstelling voor de campagne, de onmatige hoeveelheid debatten, en de overmatige mediageilheid voor de onmatige hoeveelheid debatten.

En om dán aan het eind van een slopende dag bij Knevel en Van den Brink nog naar een lichtgewicht als Arend Jan Boekestijn te moeten luisteren die het opneemt tegen de komiek Maarten van Rossem (terwijl je nog het beeld voor ogen hebt van het lichtgewicht Balkenende dat het op moest nemen tegen de plotseling ontdekte oer-komiek Emile Roemer) – dat is killing, dat kun je de onthechte burger niet aandoen.

En al die tijd geen antwoord op de vraag of de kiezer inderdaad altijd gelijk heeft, en waarom dan. Jeroen Pauw – populist onder de presentatoren – heb ik in het afgelopen seizoen weer vijf of zes keer horen zeggen dat je de stemmers van iemand die honderdduizenden aanhangers dreigt te krijgen serieus moest nemen, anders ben je niet democratisch. En dan had hij het nog alleen maar over peilingen. Dus Rita Verdonk haalt op een dag volgens een bureau 26 zetels, en die honderdduizenden moeten we gelijk geven. Anderhalf jaar later heeft ze volgens datzelfde bureau nog nul zetels over, en de honderdduizenden hebben al die tijd ongelijk gehad.

Kiezers en democratie hebben niets met elkaar te maken.

Maar ik kijk wel uit om zulke dingen hardop te zeggen.

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker op nrcnext.nl/blokker