Het tegen elkaar aan wrijven van twee gebroken vleugels

Amy Bloom: Waar de god van liefde is. Vertaald door Paul Syrier. Nieuw Amsterdam, 223 blz. € 17,50

De Amerikaanse schrijfster en psychotherapeute Amy Bloom publiceerde sinds 1994 twee verhalenbundels en twee romans, waarvan vooral de beide verhalenbundels diepe indruk maakten. Precies het juiste woord op de ideale plaats, of juist een onverwacht maar perfect woord waar het verrast. Schitterende verhalen, over mensen in al hun kleinheid en opgehouden grootheid, geschetst met een ongenadig scherpe pen en tegelijkertijd vol begrip en mededogen – een wonderlijke maar herhaaldelijk bewezen vorm.

Haar nieuwe bundel, Waar de god van liefde is, doet verlangen naar een hele roman met de personages uit deze verhalen. Een kunstje dat Bloom al eerder uithaalde, toen de roman Love Invents Us gebaseerd bleek op een personage uit de bundel Come to Me – we mogen dus best even hopen op meer.

Er schuilen twee miniromans in deze bundel, die bestaat uit vier losse verhalen en twee clusters van vier. Een van die clusters gaat over een viertal vrienden op leeftijd, die al jaren met hun gezinnen samen optrekken totdat er liefde opbloeit tussen de vrouw van het ene en de man van het andere stel. De man is veel te dik maar hartaanvallen noch reuma kunnen zijn minnares ervan weerhouden verliefd op hem te zijn, terwijl ook zijzelf tobt met een lichamelijke kwaal.

Liefde op z’n oudjes, Bloom noemt het ‘het tegen elkaar aan wrijven van twee gebroken vleugels’. Ze worstelen zich door kwalen en de woede van hun kinderen en exen heen, en genieten van de nieuwe liefde: ‘Ze kuste hem in zijn nek en op de kale bovenkant van zijn hoofd en op de kleine rode deukjes achter zijn oren, die het gevolg waren van 65 jaar bril dragen.’

Ook in het tweede groepje verhalen worden we getroffen door minder orthodoxe vormen van liefde. Bloom volgt hier twee onmogelijke geliefden, zij een weduwe van 39 en hij haar stiefzoon van 18, die na de dood van zijn vader ook lichamelijk troost bij haar zoekt. Tientallen jaren en een paar zeer diverse liefdes later heeft zij nog altijd spijt van ‘die ene goudgerande nacht samen’, terwijl hij zich aan geen enkele vrouw kan binden. Ze praten ‘nonchalant en ironisch, en daaronder heel, heel behoedzaam’. Kenmerkend terloops blijkt in deze verhalenreeks ook nog dat de jonge man zwart is en de vrouw blank.

Op die typisch Amerikaanse, droge en onderkoelde manier beschrijft Bloom grote menselijke drama’s. Ook in de gedeelten waar gerouwd wordt om geliefden in Waar de god van liefde is toont Bloom zich een meester in het vak – zonder sentimentaliteit stipt ze volop dieptrieste gevoelens aan. En niet te vergeten humor.