Het recht op alle vrouwen ter wereld

Soulster Stevie Wonder beleefde in de jaren zeventig zijn glorietijd. Dat was vooral te danken aan TONTO, een gigantisch apparaat van synthezisers gebouwd door twee hippieachtige nerds.

Mark Ribowsky: Signed, Sealed, and Delivered: The Soulful Journey of Stevie Wonder. John Wiley & Sons, 337 blz. € 29,60

Hoe hij aan zijn naam kwam, staat wel vast. Al werpen verschillende figuren zich op als uitvinder, zeker is dat Stevie Wonder zijn naam kreeg kort nadat hij als 11-jarig multi-instrumentaal wonderkind bij de hitfabriek Motown in Detroit een contract had getekend. Maar heette hij nu oorspronkelijk Steveland Morris of Steveland Judkins? Ook de Amerikaanse journalist Mark Ribowsky, die eerder boeken over onder anderen The Supremes en Phil Spector schreef, komt er niet uit in Signed, Sealed, and Delivered: The Soulful Journey of Stevie Wonder.

Calvin Judkins heette Wonders vader, een drankzuchtige man die, als hij thuis was, zijn moeder geregeld dwong tot prostitutie. Maar volgens Wonder zelf stond de naam Morris op zijn geboortebewijs omdat zijn moeder hem niet zou hebben willen opzadelen met de achternaam van zijn vader. Waarom ze Morris koos, heeft ze nooit kunnen uitleggen. In ieder geval heette Wonder in zijn middelbare-schooljaren Judkins. Maar zijn contract bij Motown ondertekende hij weer met Morris. Veel doet er niet ook toe, besluit Ribowsky zijn speurtocht naar Wonders ware naam. Want, schrijft hij, toen Stevie Wonder zestig jaar geleden in Saginaw, Michigan, twee maanden te vroeg werd geboren, was maar één vraag belangrijk: zou hij blijven leven? Hij moest zijn eerste dagen doorbrengen in een couveuse met een zuurstofmasker op. Wonder bleef leven, maar door de extra zuurstof die hij kreeg, werd hij wel blind. Pas in de jaren vijftig werd bekend dat te veel zuurstof bij zwakke baby’s kan leiden tot een onregelmatige groei van bloedvaten van de ogen.

Ribowsky vertelt Wonders leven en werk chronologisch, van zijn jeugd te midden van kleine gangsters in ‘Brewster project’, een arme wijk in Detroit, tot de arrestatie van zijn zoon Keita Morris in juni 2009 wegens huiselijk geweld. In sneltreinvaart vertelt hij dat Wonder, zoals de meeste soulzangers, zong in een kerkkoor en op jonge leeftijd drums, bas, piano en vooral mondharmonica leerde spelen. Hij vertelt mooie anekdotes, over bijvoorbeeld de ontdekking van Steveland Morris of Judkins. Met zijn gitaarspelende vriend John Glover mocht Wonder eens optreden in het huis van Glovers oom, lid van de Motown-hitgroep The Miracles. Die herkende onmiddellijk zijn reusachtige talent. Niet alleen was Wonder een virtuoos op de mondharmonica, maar ook kon hij haarfijn uitleggen hoe de nummers van The Miracles konden worden verbeterd.

Baard

Toch wist Motown-directeur Berry Gordy niet goed wat hij aan moest met Stevie Wonder. Hij liet hem van alles spelen. Maar of het nu jazz, nummers van Ray Charles, zonnige strandmuziek of kerstliedjes waren, hits leverden ze niet op. Pas toen Gordy in 1963, toen Wonder al groot werd en de baard in zijn keel kreeg, in wanhoop een liveopname met een harmonicasolo uitbracht, haalde Stevie Wonder zijn eerste hit: ‘Fingertips (Part 2)’. Er zouden er, met horten en stoten, meer volgen, zoals ‘Uptight (Everything’s Alright)’ in 1965 en ‘For Once Ín My Life’ in 1968.

Voor zijn biografie heeft Ribowsky niet gesproken met Stevie Wonder. Zijn bronnen zijn de autobiografie van Wonders moeder, Lula Mae Hardaway, interviews met Stevie Wonder in onder meer het blad The Rolling Stone en vooral gesprekken met mensen die in de loop van Wonders bijna vijftigjarige carrière met hem hebben gewerkt. Hierdoor gaat Signed, Sealed, and Delivered vooral over Wonders werk. Grote delen van de biografie bestaan uit opsommingen van nummers, hitnoteringen en prijzen die duidelijk maken dat Wonder de succesrijkste soulster aller tijden is. Pas tegen het einde van de 20ste eeuw nam zijn hitvermogen af, maar toen was hij allang een instituut dat overal op de wereld uitverkochte concerten gaf.

Over Wonders persoonlijke leven weet Ribowsky eigenlijk niet veel meer te vertellen dan dat bijna al zijn relaties met vrouwen stukliepen op zijn ‘seksverslaving’. Wonder hield zich nadrukkelijk het recht voor om met alle vrouwen ter wereld naar bed te gaan, zo schreef hij zelf in de liner notes van het album ‘Songs In The Key Of Life’ uit 1976. Dat hoorde bij zijn mannelijkheid. Pas in 2001 waagde Stevie Wonder, de vijftig gepasseerd, zich weer aan een echt huwelijk, met modeontwerpster Karen Millard. Het houdt nog steeds stand. Eerder was hij alleen met Syreeta Wright getrouwd, zijn grote liefde van wie hij in 1972 scheidde omdat hij volgens Wright alleen aandacht had voor muziek en andere vrouwen.

Hippie-nerds

Ribowsky’s voornaamste bronnen voor Signed, Sealed, and Delivered zijn de Amerikaanse en Britse geluidstechnici Robert Margouleff en Malcolm Cecil. Wonder kwam hen op het spoor toen zijn contract met Motown in 1971 was afgelopen. Zijn advocaat had berekend dat hij ruim drie miljoen dollar kon verwachten uit het fonds waarin Motown al zijn verdiensten had gestort en waarover hij nu als meerderjarige kon beschikken. Er bleek maar 100.000 dollar in te zitten – Motown had alle kosten voor studio-opnames en begeleiding in de ruimste zin van het woord afgetrokken van de royalty’s. Verbitterd vertrok Wonder naar New York waar hij de synthesizerplaat ‘Zero Time’ van Margouleff en Cecil hoorde. Hij zocht hen meteen op.

Margouleff en Cecil bleken twee hippieachtige nerds die The Original New Timbral Orchestra (TONTO) hadden gebouwd, een kolossaal apparaat van synthesizers dat er uitzag als het interieur van een ruimteschip. Ribowsky noemt ze de ‘unsung heroes of Stevie’s 1970s superstardom’. Jarenlang zou Wonder intensief met hen samenwerken en zo met TONTO zijn beste platen maken, zoals Talking Book uit 1972 en Innervisions uit 1973, wonderlijke versmeltingen van elektronische experimenten en organische soul.

Ribowsky zegt het niet met zoveel woorden, maar hij suggereert wel sterk dat het Margouleff en Cecil waren die Stevie Wonder uiteindelijk de juiste richting gaven en in het gareel hielden. Toen Margouleff en Cecil midden jaren zeventig vertrokken omdat ze zich niet meer thuis voelden in de uitdijende zwarte hofhouding van de superster, verloor Wonder zijn ‘magic touch’. Op eigen kracht zou hij nog vele hits maken, maar zo goed als ‘Superstition’, ‘Higher Ground’ en ‘You Haven’t Done Nothing’ zouden ze nooit meer worden.