Fout van CPB zet de PvdA in het verdomhoekje

Het eigen risico in de zorg levert veel meer besparing op dan het CPB berekent. Dat heeft grote gevolgen voor partijprogramma’s, stelt Wynand van de Ven.

Op dezelfde dag dat het Centraal Planbureau (CPB) de doorrekeningen van de partijprogramma’s bekendmaakte, schrapte de PvdA het inkomensafhankelijk eigen risico van 200 tot 600 euro per volwassene uit het verkiezingsprogramma.

Het eigen risico blijft nu ongewijzigd en bedraagt in 2015 bij de gebruikelijke indexering 210 euro. De reden voor het schrappen van het inkomensafhankelijke eigen risico was dat uit berekeningen van het CPB zou blijken dat het te weinig geld oplevert (NRC Handelsblad, 22 mei). Dit kwam PvdA-leider Cohen in het eerste lijsttrekkersdebat op een sneer van CDA-leider Balkenende te staan dat hij nu al wegloopt voor eerder gemaakte keuzes: „Zo kunt u niet regeren”. Balkenende vindt dat de PvdA terug moet naar het CPB om het gewijzigde verkiezingsprogramma te laten doorrekenen.

De CPB-doorrekeningen hebben zodoende een grote invloed op de verkiezingscampagne en grote gevolgen voor de beeldvorming van politieke partijen en hun lijsttrekker. Er wordt kennelijk groot gewicht aan toegekend. In het geval van het doorrekenen van de effecten van het eigen risico in de zorg is dit echter niet terecht. Het CPB heeft hierbij een cruciale fout gemaakt, waardoor de besparingen, ook voor andere partijen, veel te laag uitkomen.

Eigen risico’s leiden tot kostenvermindering omdat blijkt dat als mensen een deel van de zorgkosten zelf moeten betalen, zij minder beroep doen op de zorg. Bij het berekenen van dit effect maakt het CPB gebruik van wetenschappelijk onderzoek naar de prijsgevoeligheid van zorggebruikers. Maar bij de interpretatie en toepassing hiervan maakt het CPB een methodologische fout.

Bij het toepassen van de prijsgevoeligheid verdeelt het CPB de bevolking in een grote groep niet-prijsgevoelige zorggebruikers en een kleine groep prijsgevoelige zorggebruikers. Voor de eerste groep veronderstelt het CPB dat een eigen risico geen kostenbesparend effect heeft en voor de tweede groep berekent het CPB wat het effect is van een eigen risico. De mate van prijsgevoeligheid die het CPB hierbij hanteert, is echter de gemiddelde prijsgevoeligheid van de gehele bevolking.

Maar de prijsgevoeligheid van de kleine groep prijsgevoelige zorggebruikers is natuurlijk veel hoger dan de gemiddelde prijsgevoeligheid van de gehele bevolking. Het gevolg is dat het CPB het kostenbesparend effect van een eigen risico sterk onderschat. Zo leidt bijvoorbeeld een juiste toepassing van de geschatte prijsgevoeligheid bij een eigen risico van 165 euro waarin ook de huisarts is opgenomen, niet tot een jaarlijkse kostenbesparing van circa 200 miljoen euro, zoals het CPB berekent, maar tot een besparing van circa 2 miljard euro.

Bij een juiste berekening van het zogeheten remgeldeffect (het verminderen van de zorgvraag) door het CPB zou er geen reden zijn geweest voor de PvdA om het voorgestelde eigen risico in het verkiezingsprogramma tussentijds te wijzigen.

Het is te hopen dat het CPB nog voor de kabinetsformatie met gecorrigeerde berekeningen komt. Anders worden bij de formatie afspraken over het eigen risico in de zorg gemaakt die zijn gebaseerd op veel te lage besparingen. Ook kan hierdoor elders in de zorg meer worden bezuinigd dan noodzakelijk is om de gewenste besparingen te realiseren.

Wynand van de Ven is hoogleraar ziektekostenverzekering aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Voor een uitgebreidere verantwoording zie www.tpedigitaal.nl, jaargang 4, nr.1, p. 15.