Fotograaf ontwerpt stad met de camera

Er mag geen medium ongemoeid worden gelaten om onze ideeën vorm te geven”, zei Rem Koolhaas ooit. Een van die middelen was uiteraard de fotografie. Tussen 1979 en 1986 was Hans Werlemann huisfotograaf van Koolhaas’ bureau OMA; het archief bevat inmiddels zo’n 25.000 dia’s van zijn hand. Met reeksen beelden gaf hij de eindeloze stroom maquettes en ontwerpen van het bureau weer. Hij beschouwde zijn beelden als ‘gebruiksvoorwerpen’, als onderdeel van het denkproces.

Werlemann (1948) was daarmee de eerste van een generatie fotografen die een eigen visie op de stad en op onze omgeving poneren. Over zijn werk en dat van vijf anderen – Jannes Linders, Theo Baart, Jeroen Musch, Ralph Kämena en de jongste, Bas Princen (1975) – is onlangs voor het eerst een boek verschenen, Posities: Nederlandse fotografie van architectuur, stad en landschap van NAi Uitgevers.

De fotograaf als stadsbeschouwer vindt ook zijn weg naar het museum. Het Boijmans toont nu (t/m 1 sept.) een driedelig project van Hans Wilschut, Perforated Perspectives. In een acht meter hoge lichtbox bovenaan de grote trap hangt een reusachtig beeld van de Chinese stad Nanjing bij nacht, digitaal samengesteld uit twee foto’s. Je kijkt naar de muur maar het is alsof je naar buiten kijkt, je wordt binnengezogen in een metropool die tegelijk vreemd en vertrouwd aandoet.

Deze ‘interpreterende documentaire fotografen’ geven niet zozeer de ideeën van architecten vorm, zoals Koolhaas zei, maar vooral hun eigen ideeën. Of ze nu in opdracht werken of in eigen opdracht, ze voegen hun interpretatie en hun kritisch commentaar toe. „Zij hebben allen de overtuiging dat hun manier van kijken ons iets leert over de betekenis van gebouw of landschap”, aldus de samenstellers van het boek.

De haarscherpe skylines van Wilschut zijn heel anders dan de vaak vage beelden van Werlemann. Die zoekt juist in de grofkorreligheid een sfeer, een droombeeld dat je verbeelding aan het werk zet. „Denken in lage resolutie”, noemt hij dat. Theo Baart op zijn beurt gaat meer sociologisch te werk. Hij bekommert zich steeds minder om het individuele beeld en steeds meer om het verhaal, om de hypothese die hij wil onderbouwen. Baart is daarom ook zelf gaan schrijven als onderdeel van zijn onderzoek. Zo heeft hij zich voor zijn boek Eiland 7, over zijn eigen wijk in Hoofddorp, verdiept in de financiering ervan. De beelden in dit boek heeft hij tags gegeven: energielandschap bijvoorbeeld, welstandsvrijlandschap en het onvergetelijke hypotheeklandschap.

Toen Jannes Linders begon met het maken van stadsgezichten, vertelt hij in het interview in Posities, stonden die in de beroepspikorde nog net boven trouwreportages. Nu is de fotograaf een zelfstandige stedelijk onderzoeker geworden. Naarmate de legitimiteit van architectuur en stedenbouw in het geding is gekomen is de fotograaf een steeds belangrijker rol gaan spelen als vertolker. „Met de camera kun je ruimte maken”, zegt Bas Princen. „Ik zie de camera als een ontwerpinstrument.”