Europese Unie zoekt naar militaire rol naast de NAVO

Al zeven jaar voert de Europese Unie militaire operaties uit, ook al komt er weinig geweld aan te pas. De vraag of de EU ook zwaardere missies moet doen, verdeelt de lidstaten.

Drie militaire missies heeft de Europese Unie nu: in Bosnië om de vrede te bewaren, in de Golf van Aden om piraten tegen te houden, in Oeganda om Somalische militairen te trainen. Maar vanzelfsprekend is het nog steeds niet dat de EU (sinds 2003) militaire operaties uitvoert.

De lidstaten zijn er verdeeld over: de NAVO is er toch ook voor militair optreden? De Europese doelen zijn lang niet altijd duidelijk, zeggen deskundigen. En als die missies er dan tóch zijn, waarom dan geen zwaardere?

Vorige week nog vond de Franse president Sarkozy het nodig er bij de nieuwe Britse minister-president Cameron op aan te dringen dat Groot-Brittannië meer militair samenwerkt met andere Europese landen – en niet alleen in de NAVO met de Verenigde Staten als belangrijkste bondgenoot.

In Brussel zei de Britse generaal Leakey gisteren dat twijfel over Europese samenwerking bij Britten in hun genen zit. En dat er dus twijfel was over hem, toen hij drie jaar geleden de leiding kreeg over de militaire staf van de Europese Unie. Maar Leakey, die gisteren het commando overdroeg aan de Nederlandse generaal Ton van Osch, is er nu allang van overtuigd dat de EU-landen ook militair intensief met elkaar moeten optrekken.

Als de EU echt meer invloed wil hebben in de wereld, zegt de Britse, liberale Europarlementariër Andrew Duff, dan kan dat niet zonder militaire missies. „De wereld wordt er niet vredelievender op. We kunnen het ons niet veroorloven om te zeggen dat de EU de softe taken op zich neemt en dat de NAVO het moeilijke werk maar moet doen.”

Het zijn tot nog toe vooral de Amerikanen die het zware werk doen. „Zoals bij de oorlog in Bosnië en later in Kosovo”, zegt de nieuwe directeur-generaal van de EU-militaire staf in Brussel, generaal Van Osch. „Maar door een Amerikaanse bril kijkend kun je zeggen: waarom moeten zij dat doen? Stel dat er nu een conflict uitbreekt in Europa en de VS willen daar niet bij betrokken worden. Dan moet je als EU kunnen optreden.”

En de EU, zegt Van Osch, kan iets wat de NAVO niet kan: „De EU heeft de instrumenten, zoals ontwikkelingssamenwerking, om een failed state op te bouwen.”

Bosnië was de eerste grote militaire missie van de EU – ze werd overgenomen van de NAVO. Voor die missie en de andere twee militaire operaties die de EU nu doet, bij Somalië en in Oeganda, heeft de EU een budget van bijna 39 miljoen euro per jaar, los van de kosten die EU-landen zelf maken voor hun inzet. Eerder waren er ook militaire EU-missies in Congo en Tsjaad.

„Het zijn bescheiden missies en ze vallen laag in het militaire spectrum”, zegt Jaap de Hoop Scheffer, tot vorig jaar zomer secretaris-generaal van de NAVO. „Ik bedoel: er komt niet veel geweld aan te pas.” De Hoop Scheffer vindt dat een „volwassen EU” ook zwaardere missies moet doen. „Maar dat zal een mentaliteitsverandering vergen. De EU-landen aarzelen. Veel landen, ook bijvoorbeeld Duitsland, vinden dat daar de NAVO voor is.”

Volgens Europese politici en analisten waren de militaire missies van de EU in Tsjaad en Congo minder geslaagd, omdat van tevoren niet duidelijk was wat de doelen waren. Bosnië is niet erg moeilijk, omdat dat land al stabiel was gemaakt door de NAVO. De missie tegen de piraterij, ‘Operatie Atalanta’, geldt als het meest succesvol. Maar ook de NAVO heeft marineschepen in de Golf van Aden. „In principe doet de EU het daar”, zegt Van Osch. „Maar de NAVO heeft twee ‘standing maritime groups’, eenheden die snel inzetbaar zijn. Het zou raar zijn om die capaciteit niet te gebruiken.”

Of het echt handig is dat de NAVO en de EU daar allebei optreden? „Nee”, zegt De Hoop Scheffer. „Helemaal niet. En wat er vooral absurd aan is: in het commandocentrum van de operaties in Northwood (Groot-Brittannië, red.) zitten twee commandanten op een paar meter afstand van elkaar, maar formeel mogen ze niet met elkaar praten.”

NAVO-lidstaat Turkije, dat een conflict heeft met EU-land Cyprus, houdt samenwerking van de NAVO met de EU tegen. In zijn nieuwe ambtelijke functie wil generaal Van Osch niets zeggen over politieke problemen. Maar juist omdat de NAVO, net als de EU bij buitenlands beleid, beslist bij consensus, is het volgens hem nodig dat de EU militaire missies kan doen. Als de ene organisatie het intern niet eens kan worden over militair optreden, kan de andere dat misschien wel.

Van Osch denkt ook dat militaire samenwerking kan helpen bij de bestrijding van de economische crisis in Europa – landen kunnen geld besparen door gezamenlijk militair materieel aan te schaffen.

En wat de omvang en het succes van de militaire missies betreft: „Het is maar hoe je er tegenaan kijkt. In 2003 hadden we niks. Nu hebben we battle groups, materieel, er zijn militaire missies klaar – er zijn drie goeie aan de gang. En dat in zeven jaar. Voor een organisatie als de EU is dat verbluffend.”