Een wereldomspannende volksopstand? Niet in China

Volgens Ian Buruma heeft de elite het nu overal zwaar te verduren. Als voorbeeld noemt hij de Tea Party-activisten in de VS, de Roodhemden in Thailand en de demagogen met donkere visioenen over islamisering in Europa (Opiniepagina, 17 mei). De Britse historicus Simon Schama voorspelt in een artikel in de Financial Times (dat morgen in Opinie & Debat verschijnt) een ‘Age of Rage’. Hij trekt een parallel met de Franse Revolutie. Ook toen liep het volk te hoop tegen de financiers, de ‘rijke egoïsten’.

Hier in China is van die wereld omspannende volksopstand weinig te merken. ’s Werelds grootste dictatuur houdt de touwtjes stevig in handen, zoals mag blijken uit de veroordeling van mensenrechtenactivist Liu Xiaobo tot elf jaar gevangenisstraf eind vorig jaar en de onbuigzaamheid van het regime op het punt van de internetvrijheid.

De Chinese leiders nemen geen halve maatregelen. Niet alleen wordt mij de toegang tot Facebook en Twitter ontzegd als ik in China ben. Ook als ik terug ben in New York blijft op de met mij meegereisde laptop de toegang tot de gewraakte websites geblokkeerd. Kennelijk staat ergens in China het IP-adres genoteerd.

Het kapitalisme heeft China, tegen de verwachting in, wel welvaart gebracht maar geen democratische hervormingen. De idee was dat als zich in China een substantiële bezittende klasse zou ontwikkelen, deze vanzelf allerlei vrijheden zou opeisen. Maar de hoofdstad Beijing telt inmiddels alleen al tienduizend miljardairs, 150.000 multimiljonairs en ontelbaar highend-winkels waar merken zoals Louis Vuitton, Chanel en Mercedes Benz worden aangeboden. De – letterlijk en figuurlijk – uitdijende Chinese middenklasse lijkt zich niet om haar vrijheid te bekommeren.

Dat economisch liberalisme niet automatisch tot politiek liberalisme leidt, is niet het enige westerse dogma dat door China is ontkracht. De Tsjechische schrijver Milan Kundera lamenteerde ooit dat kunst niet kan bloeien onder een autoritair regime. Maar in het tiende en elfde vijfjarenplan van de Volksrepubliek China (2001-2005 en 2006-2010) was een speciaal hoofdstuk gewijd aan culturele ontwikkeling. De expliciete doelstelling van het Politbureau was om de Chinese hedendaagse kunst toonaangevend in de wereld te doen worden.

Binnen mum van tijd ontwikkelde de Chinese art scene zich tot de meest hippe en dynamische van de wereld. Chinese moderne kunst werd al snel de lieveling van de internationale kunstmarkt met recordverkopen bij veilinghuizen als Sotheby’s and Christie’s. In Beijing kan de 798 Art Zone concurreren met het Chelsea gallery district in New York. Daarbuiten zijn er nog talloze toonaangevende galeries zoals in het Caochangdi art district en andere Chinese steden. Net als de middenklasse lijken Chinese kunstenaars zich weinig gelegen te laten liggen aan vrijheid.

De afgelopen jaren zijn er verschillende boeken verschenen over de opkomst van China. Ze worden opgeluisterd met titels als China zet de wereld op z’n kop (James Kynge) en When China Rules The World – The End of the Western World and the Birth of a New Global Order (Martin Jacques). Geen ervan lijkt mij overtrokken. Niet alleen is door de opkomst van China de economische wereldorde danig ontregeld, ook andere wetmatigheden, die nu nog als universeel en onveranderlijk worden beschouwd, zullen in de toekomst op losse schroeven komen te staan.

Dat is niet het verhaal dat de lijsttrekkers in Nederland aan de kiezers vertellen. Integendeel. Ze bieden tegen elkaar op met zekerheden in tijden van crisis, zoals Marc Chavannes vorige week het Radio 1-lijsttrekkersdebat op zijn blog Opklaringen bondig samenvatte. CDA en VVD staan beide pal voor de hypotheekrenteaftrek (de eerste iets meer dan de laatste) en de PvdA zet zich schrap voor het ontslagrecht. Geen van beide regelingen is de inkt waard waarmee ze in de verkiezingsprogramma’s staan gedrukt.

Sinds de val van de Berlijnse Muur is het aantal werknemers in op export gerichte industrieën wereldwijd verdrievoudigd tot meer dan 800 miljoen volgens schattingen van het Internationale Monetaire Fonds. Terwijl de haves profiteren van lagere prijzen, komen de inkomens van de have-nots in het Westen steeds verder onder druk te staan.

In deze nieuwe wereldorde heeft de bezittende klasse geen inkomensbescherming nodig: het leeuwendeel van de welvaart komt sowieso terecht bij de happy few. Daarom kan de hypotheekrenteaftrek in Nederland in een periode van tien jaar worden afgeschaft en de onroerendzaakbelasting (ozb) vertienvoudigd. Dat laatste heeft als bijkomend voordeel dat de overheid door korting te geven op de ozb van bepaalde wijken aantrekkelijke woonlocaties kan maken. Met de belastingopbrengst kan het marginale belasting- en premietarief op arbeid, dat nu pakweg 53 procent bedraagt over alle inkomensniveaus, drastisch worden verlaagd.

Om het banenverlies aan de onderkant van de arbeidsmarkt op te vangen heeft Nederland een bloeiende markt voor persoonlijke dienstverlening nodig. Die kan het beste bottom-up worden gerealiseerd; creativiteit is daarvoor een vereiste. De verzorgingsstaat werkt in dit opzicht als een verstikkende deken. Beter is het om de bruto loonkosten aan de onderkant te verlagen zonder dat dit ten koste gaat van het netto minimumloon, bijvoorbeeld door middel van een zogenoemde Earned Income Tax Credit. Verder is investeren in onderwijs cruciaal; de scheidslijn tussen de haves en de have-nots is vrijwel identiek aan die tussen laag- en hoogopgeleiden. Het PvdA-verkiezingsprogramma scoort op dit punt verreweg het beste.

Ik heb niet de illusie dat de genoemde maatregelen afdoende zijn om de ‘populistische paranoia’, zoals Ian Buruma het noemt, te doen verdwijnen. Daarvoor is de wereld teveel in flux. Maar het is wel een eerste aanzet om Nederland klaar te stomen voor de nieuwe wereldorde.

Wilt u reageren? Dat kan op nrc.nl/mees