Een niet-arts is geen arts, snapt u?

Verpleegkundigen voeren steeds vaker taken uit van de arts met het doel tijd en geld te besparen. Maar het bespaart geen tijd en geld, en de zorg verslechtert, zegt Monique van Montfort.

Op 26 mei werd in deze krant beschreven dat taakverschuiving optreedt van artsen naar niet-artsen: verpleegkundigen die medicijnen voorschrijven, anesthesiemedewerkers die bij patiënten slaapmedicatie inspuiten. Bij het verregaand delegeren van taken naar verpleegkundigen kunnen echter vraagtekens worden geplaatst.

De zorgsubstitutie naar hbo’ers heeft een wildgroei van case- en zorgmanagers, verpleegkundig specialisten, gespecialiseerde verpleegkundigen, nurse practitioners, en praktijkondersteuners tot gevolg gehad. Dat heeft niet geleid tot lagere kosten, het heeft niet geleid tot minder tijdsbelasting van de artsen (die moeten meer controleren en managen) en het heeft niet gezorgd voor meer kwaliteit in de zorg.

Het heeft juist geleid tot kwaliteitsverlies: minder handen aan het bed met als gevolg een afname van de basiszorg voor patiënten. Zo is er voor douchen vaak geen geld, tijd en personeel meer. Verder worden patiënten – zeker degenen met chronische aandoeningen en comorbiditeit – nu veelal gecontroleerd door verpleegkundigen bij wie de medische kennis ontbreekt om te diagnosticeren en verbanden te leggen tussen de klachten en de diverse aandoeningen en medicatie.

Nog zorgwekkender is het dat verpleegkundigen nu al recepten voorschrijven en dat dit waarschijnlijk op afzienbare termijn wettelijk zal worden vastgelegd. Dat is een overschatting van hun vaardigheden.

Het lijkt of er een taboe rust op het gegeven dat verpleegkundigen geen dokters zijn. Vier jaar hbo, al dan niet met een aanvullende cursus, kan nooit gelijkgesteld worden aan minimaal negen jaar academische opleiding.

Het contact tussen arts en patiënt vormt een wezenlijk onderdeel van de behandelrelatie en is nodig voor het ontwikkelen van de klinische blik en de ervaring. Verregaande delegatie komt dit contact niet ten goede en ondergraaft de kwaliteit van medisch handelen. Patiënten hebben de klinische blik en kennis van artsen nodig om integrale zorg te kunnen krijgen.

Alleen een arts kan het overzicht over een patiënt houden, complicaties en bijkomende aandoeningen herkennen, alert zijn op bijwerkingen, zo nodig gemotiveerd van protocollen afwijken en polyfarmacie voorkomen.

De verpleegkundige is van onschatbare waarde voor de zorg, maar heeft primair zorgtaken en werkt van oudsher onder supervisie van een arts. De arts is opgeleid om patiënten medisch inhoudelijk te begeleiden. Met dit systeem hadden wij in Nederland gezondheidszorg van hoogwaardige kwaliteit waarbij een patiënt er van op aan kon dat hij bij ziekte en zeer een arts aan zijn bed vond. Geef deze zekerheid weer aan patiënten terug.

Monique van Montfort is huisarts in Heemskerk.