Een bospad, 80 hectare breder

Waar winden dorpelingen zich over op? In Groesbeek zijn grote stukken bos gekapt. Ten behoeve van de natuur.

Het ziet er droevig uit. Enorme stukken bos zijn verdwenen en wat overbleef is desolate vlakte. Woedend kijkt Paul Baken om zich heen. „Dit is mijn achtertuin. Hier fietsten wij graag. Tien jaar geleden kreeg je een bekeuring als je ook maar even van het fietspad afweek. En nu maakt dat ineens niets meer uit, het bos wordt gewoon weggehaald. We zien onze leefomgeving compleet veranderen, zonder dat wij er een greintje invloed op hebben.”

De kaalslag is, schrik niet, bedoeld om de natuur te herstellen. Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten, het Rijk, Gelderland en Limburg, de gemeente Nijmegen en spoorbeheerder ProRail zijn bezig de bossen tussen Nijmegen en Mook gedeeltelijk om te vormen tot heide. „Stukken heide in een bosrijk gebied zorgen voor verbindingszones en vergroten de afwisseling. Daardoor verbetert het leefgebied van een groot aantal planten en dieren. Zowel de met uitsterven bedreigde dieren als de gladde slang en groene specht, maar ook reeën, konijnen en vlinders profiteren hiervan”, vermeldt het plan, genaamd Heiderijk.

Paul Baken uit Groesbeek leidt een twaalf man sterke actiegroep tegen de bomenkap, ‘Red ons bos’. Tachtig mensen bezochten onlangs uit protest de gemeenteraad van Groesbeek en vele honderden mensen hebben protestmails gestuurd naar de projectorganisatie. Baken: „Aanvankelijk werd gezegd dat paden tussen heidevelden zouden worden verbreed om het leefgebied van dieren te vergroten. Daar kan niemand iets tegen hebben. Als dat was gebeurd, had je ons ook niet gehoord. Maar hier is tachtig hectare bos met de grond gelijk gemaakt. En dat noemen ze dunnen. Alles kappen en af en toe een boom laten staan, dat heet dunning. En als je er iets van zegt, krijg je te horen: het wordt zo mooi.”

Projectleider Leon Ruesen van Heiderijk legt uit dat de afgelopen maanden de eerste fase is uitgevoerd van het plan dat over zeven jaar driehonderd hectare leefgebied moet opleveren voor plant- en diersoorten die van heide afhankelijk zijn. Belangrijkste soorten zijn nachtzwaluw, gladde slang, zandhagedis, zadelsprinkhaan en bruine eikenpage, een vlinder. „Er komt steeds minder heide door verbossing in Nederland en dat gaat ten koste van deze soorten. De zandhagedis gaat achteruit. En de zadelsprinkhaan komt nog maar op twee plaatsen voor.”

De werkzaamheden in de bossen zijn groots aangepakt. Imposante machines, processors, hebben de bomen geveld, van takken ontdaan en in stukken gezaagd. Vervolgens is de bosgrond omgewoeld en zijn met groot materieel de resten afgevoerd. Niet alleen moest de humuslaag worden verwijderd om de groei van hei mogelijk te maken, ook is munitie uit de oorlog en van militaire oefeningen verwijderd. Projectleider Ruesen: „Daar moesten we soms diep voor graven.”

Volgens ‘Red ons bos’ is er met grotere machines gewerkt dan de vergunningen toelaten en is er gewerkt tijdens het broedseizoen. „Het is toch bizar dat je zogenaamd om de natuur te herstellen tijdens het broedseizoen bomen kapt?” Nee hoor, riposteert Ruesen, het is zorgvuldig verlopen. „We hebben tijdens het broedseizoen niet gekapt, maar opgeruimd. We hebben goed opgelet of we niets zouden beschadigen. Zo hebben we een gladde slang met een gebroken rug gevonden. Stel je voor dat wij dat zouden hebben gedaan! Dan had je de poppen aan het dansen. Hij bleek overreden door een mountainbiker.”

Veel natuur- en milieugroepen staan achter de werkzaamheden. Heideherstel is „dringend noodzakelijk”, stelt onder meer de Werkgroep Milieubeheer Groesbeek. „Het gaat niet best met de bijzondere planten- en diersoorten die op of rond heide leven. Ze komen hier nog wel voor, maar hun leefgebied is in de loop van de tijd door verbossing te klein en versnipperd geraakt.”

Ook de partners en financiers van Heiderijk staan „onverminderd” achter de doelen. „De stuurgroep is ervan overtuigd dat ecologische waarden en de recreatiewaarde van het afwisselende landschap prima samengaan.” Wel hebben de initiatiefnemers „begrip” voor de schrik onder burgers. „Het zal immers nog enige tijd duren voor de nieuwe natuur zich kan ontwikkelen.”

Projectleider Ruesen erkent dat er „fouten” zijn gemaakt. „We hebben inspraakavonden gehouden en er bekendheid aan gegeven. Maar wat we niet hebben gedaan, is bij omwonenden aan de keukentafel uitgelegd wat de bedoeling is. We hebben onvoldoende geluisterd naar wat zij belangrijk vinden. Dat willen we in het vervolg van dit project veel beter doen.”

De actiegroep ‘Red ons bos’ gelooft eigenlijk niet dat het redden van bedreigde diersoorten het werkelijke oogmerk is van Heiderijk. Paul Baken: „Het omvormen van bos naar hei is niet goed voor de natuur. Hei is een monotoon landschap. Er moet dus iets anders achter zitten. En dat is dat ze subsidies binnen willen halen om hun eigen circus aan biologen, ecologen, boswachters en landschapsarchitecten aan het werk te houden.” Ruesen: „Ik begrijp dat de mensen zo zeer in hun hart zijn gewond, dat ze met dit soort verhalen aan komen zetten. Maar daar hoef ik niet op te reageren.”