Dit is al de tweede keer vanavond

Hoe vaak worden allochtone jongeren eigenlijk geweigerd bij discotheken?

Volgens de cijfers niet vaak. Maar in de praktijk? Lineke Nieber ging met ze op stap.

Een bril kan helpen. Nette schoenen, geen grote groep vormen, een meisje aan je arm. Zomaar wat tips van jongeren die graag uitgaan, maar niet zomaar bij iedere club worden binnengelaten. Het gebeurt namelijk nogal eens, zeggen ze, dat portiers hen weigeren, omdat er een besloten feest aan de gang is, omdat de tent vol zit, en misschien ook wel omdat ze van Marokkaanse afkomst zijn, of Antilliaan.

En niet alleen deze jongeren vermoeden dat ze bij clubs vaak worden geweigerd op grond van hun afkomst, geloof of geslacht – ook de overheid vermoedt dat. Oud-minister Eberhard van der Laan (Wonen, Wijken en Integratie, PvdA) riep het onderwerp discriminatie in het uitgaansleven, afgelopen november nog uit tot speerpunt. In Amsterdam werd onlangs een nieuwe dienst geïntroduceerd: discriminatie melden kan nu ook per sms. En het Openbaar Ministerie werkt aan een praktijktest waarbij mystery guests het deurbeleid van uitgaansgelegenheden in Amsterdam onder de loep nemen. Worden zij bij clubs geweigerd? En gebeurt dat op verboden gronden?

Maar de vraag blijft: hoe erg is het nu eigenlijk gesteld met discriminatie in het uitgaansleven?

Vraag je antidiscriminatiebureaus naar cijfers, dan blijken er in de praktijk nauwelijks klachten. Neem Groningen: van de 182 discriminatieklachten die daar vorig jaar binnenkwamen, gingen er slechts 16 over de horeca. Datzelfde geldt voor Amsterdam: 35 horecaklachten in een heel jaar. In Breda bleef het aantal steken op 54 klachten. En daarbij komt, niet bij iedere klacht is er sprake van discriminatie.

Je zou kunnen concluderen: er is geen probleem. Geen discriminatiebureau kan immers aantonen dat er meer gediscrimineerd wordt dan er klachten binnenkomen. Ze spreken over „signalen” die ze „geregeld” krijgen, en over het „vermoeden” dat er veel wordt gediscrimineerd in de horeca. Hoe representatief is het aantal meldingen?

We nemen de proef op de som. Zaterdagavond, 23.30 uur. Op het Amsterdamse Leidseplein zitten de terrassen stampvol. Hier geldt geen deurbeleid. Hier geldt het recht van de snelste – rennen als er een tafel vrijkomt. Maar wil je de kroeg in, dan moet je meestal een portier passeren. En daar gaat het vanavond mis bij Ilyass el Farissi (24). Samen met een vriend wandelt hij naar een kroeg aan de rand van het plein. Een breedgeschouderde beveiliger drukt zijn arm tegen de deur. Hij schudt zijn hoofd, geen entree voor hen.

„Dit is al de tweede keer vanavond”, zegt El Farissi als ze de hoek om zijn. Ze zijn met de auto gekomen vanuit Alphen aan den Rijn. Ze willen een biertje drinken. „Weet je wat die portier zei? Jouw soortgenoten hebben het hier al verpest.” Ilyass el Farissi is Nederlands-Marokkaans, zijn vriend Boucif Sabri Nederlands-Algerijns. En hun afkomst is steeds weer het probleem denken ze. El Farissi: „Ik kan wel huilen.”

En zij blijken niet de enigen. Van de acht allochtone jongeren die we spreken zijn er zes weleens geweigerd. Omdat er een gastenlijst is, omdat ze alleen met een meisje naar binnen mogen, of omdat de tent vol is. „Maar als twee anderen na jou wel naar binnen mogen, is het dan vol”, vraagt een van hen retorisch.

Opmerkelijk: de meeste jongeren reageren rustig en nuchter – „Je weet toch?” Ze willen hun dag niet laten verpesten, zeggen ze, zoeken een andere tent, en gaan liever niet in discussie. Ook hun vermoeden van discriminatie melden, doen ze niet. Geen nut, vinden de meesten.

Rachid Bouchaouihan is 25, en Nederlands-Marokkaans. Een opvallende jongen met zijn 2 meter 3, en hij lacht voortdurend. Dat hij af en toe wordt geweigerd, is hij gewend. Kijk, legt hij uit, ze zien een Marokkaan, en die geven natuurlijk ook weleens problemen. „Maar ik kan me goed gedragen. Ook als ik iets gedronken heb.”

Portiers zeggen hem bijvoorbeeld dat het feest besloten is, dat hij doordeweeks terug moet komen, of dat hij alleen met een meisje naar binnen mag. Rachid Bouchaouihan: „Laatst heb ik buiten voor de deur een meisje meegevraagd. Komt die portier op me af. ‘Als zij weggaat, vertrek jij ook’. Zoiets zeg je toch niet waar zo’n meisje bij staat?”.

Goed, er lijkt dus toch een probleem te zijn. Maar – ook een probleem waar bijna niemand melding van wil maken. Hoe komt dat?

Marcel Scholten van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) – de commissie die klachten toetst aan de gelijkebehandelingswetgeving – weet inmiddels hoe moeilijk het is om discriminatie in de horeca aan te tonen. Scholten: „Het draait vaak om lastig bewijsbare zaken. Het is bijvoorbeeld makkelijker om aan te tonen dat een collega die hetzelfde werk doet meer verdient dan jij, dan dat je bij een club geweigerd wordt omdat je allochtoon bent.” En daar komt bij, zegt Scholten, dat je ook maar zin moet hebben om er werk van te maken. „De meeste jongeren willen niet eens meer naar die discotheek waar ze geweigerd zijn. Ze gaan liever ergens anders naartoe.”

Dat clubeigenaren een deurbeleid voeren is tegelijkertijd heel logisch, zegt Scholten. En het is ook niet verboden. „Je wilt een bepaalde mix op de dansvloer, geen trammelant in de tent. Allemaal legitieme redenen. Alleen wat niet mag, is selecteren op bij de wet beschermde gronden: afkomst bijvoorbeeld, geloof, of geslacht.” Vooral op dat laatste punt worden de regels nogal eens overtreden. Veel clubs vragen aan vrouwen geen entree of stellen de eis dat mannen alleen met vrouwen naar binnen mogen. Twee keer verboden, legt Scholten uit: „Je selecteert op geslacht, en indirect ook op seksuele geaardheid: homo’s kunnen niet met hun partner naar binnen.”

Krista Schram, die in 2004 onderzoek deed naar etniciteit en uitgaan in Den Haag, stond zelf een aantal nachten naast portiers. Portier zijn is „niet makkelijk”, zegt ze. Vroeger waren het louche gasten, aldus Schram, maar nu is het een beroep geworden, een vak waarvoor je een diploma moet hebben. „Op het moment dat je iemand onheus behandelt, kun je in de bak belanden. Portiers zijn banger dat het mis gaat. De selectie aan de deur wordt strenger.”

Schram zag dat portiers bijvoorbeeld de regel ‘geen groepen’ hanteren, omdat groepen dominant zijn en vaak sneller agressief reageren. „Maar wat is een groep? Vijf Nederlanders bijvoorbeeld, maar Antillianen zijn al met z’n tweeën een groep. Er wordt anders naar die jongens gekeken. Zo heeft ook iedere portier een eigen aanname van wat kredietwaardige stappers zijn, de mensen die veel geld opleveren. Tel je al die factoren op dan valt het vaak slecht uit voor Marokkanen en Antillianen.”

En juist die strenge selectie kan gek genoeg nadelig uitpakken voor clubeigenaars. In veel grote steden is de bevolkingssamenstelling enorm snel veranderd, zegt Schram. Dat zie je terug in het uitgaansleven. Daar is ongeveer de helft van de jeugd allochtoon én consument. „Die groep binnenlaten is gewoon nodig om het uitgaansleven in een stad bloeiend te houden.”

In Den Haag bijvoorbeeld was in 2005 een gekke situatie ontstaan, vertelt Schram. Horecaondernemers zaten met halflege clubs, de één na de andere zaak werd noodgedwongen opgedoekt, terwijl jongeren ondertussen op straat hingen of gingen stappen in omliggende steden. Schram ontdekte dat het probleem vooral met communicatie te maken had tussen de eigenaars en het beveiligingsbedrijf dat vrijwel alle portiers in de stad leverde. „Beveiligingsmensen en clubeigenaren hebben een ander hoofddoel. De een wil het veilig houden, de ander wil graag omzet draaien. Dat die twee doelstellingen tegenstrijdig kunnen werken realiseerde niet iedereen zich.”

De aandacht voor deurbeleid en discriminatie in het uitgaansleven past trouwens in een Europese trend, legt Krista Schram uit. De toenemende aandacht voor integratie is er niet meer alleen vanwege morele gronden (omdat discriminatie niet mag) maar ook omdat wordt ingezien dat het noodzakelijk is voor een stabiel en welvarend Europa. Schram: „Naast onderwijs en werk is toegang tot het uitgaansleven van wezenlijk belang voor integratie.”

Ilyass el Farissi en Boucif Sabri die op het Leidseplein geweigerd werden, besluiten het bij popodium de Melkweg te proberen. Nog één keer. Achter elkaar lopen ze over de brug richting de ingang. Zodra ze over de drempel stappen draait Ilyass el Farissi zich om. Hij lacht, steekt een gebalde vuist de lucht in. Ze zijn binnen.

Lees volgende week in nrc.next hoe jongeren van Aziatische en Turkse afkomst feestvieren