'De Ripper was het decor van mijn jeugd' 'The Ripper was het pure kwaad'

James Marsh maakte een film over de Yorkshire Ripper. Hij toont hem als een serene moordenaar. Gisteren werd een imitatie-Ripper gearresteerd.

De Britse pers is in de ban van de tweede Yorkshire Ripper. Gisteren werd een navolger in staat van beschuldiging gesteld voor moord op drie prostituees in Bradford. Een beveiligingscamera legde vorige week vast hoe hij ruziede met het derde slachtoffer, de 36-jarige Suzanne Blamires, en met een kruisboog een pijl in haar hoofd schoot. Het gaat om Stephen Griffiths, een student criminologie die werkte aan een scriptie over Jack the Ripper.

Filmmaker James Marsh (47), die een Oscar won met zijn documentaire Man on Wire, weet alles over Rippers. Hij maakte vorig jaar de film In the Year of Our Lord 1980, over machtsmisbruik en politiecorruptie tegen de achtergrond van de eerste Yorkshire Ripper-affaire – de dvd is zojuist uitgekomen. „Hoe vreselijk het ook is, het effect van seriemoordenaar Griffiths is niet te vergelijken met de paniek rond zijn plaatsgenoot, de Yorkshire Ripper”, zegt Marsh.

Trucker Peter Sutcliffe, de Yorkshire Ripper, sloeg vanaf 1975 in zes jaar dertien vrouwen met een hamer dood en verwondde zeven andere. Marsh: „Peter Sutcliffe is en blijft de ergste Britse seriemoordenaar. De hysterie rond de Ripper is de achtergrondruis van mijn jeugd.”

De aanhouding van Sutcliffe in 1981 was geluk. Marsh: „Maar toen was er geen dna-onderzoek en hingen niet overal beveiligingscamera’s.” In de film van Marsh wordt Sutcliffe uiteindelijk ook ingerekend. Maar de hellegang van de betrokken inspecteur gaat nog even door. Tijdens het verhoor lijkt de politie geïntimideerd te worden door de griezelig serene seriemoordenaar. Marsh: „De Ripper spreekt als een gevallen engel, overtuigd van zijn missie.” Marsh toont een seriemoordenaar die aan zichzelf genoeg had en die, anders dan Griffiths, nooit de aandacht op zich zou vestigen met een My Space-profiel vol foto’s van beroemde collega’s en SS’ers. Al past Griffiths’ motto uit Ezechiël, ook bekend uit Pulp Fiction, wel weer volmaakt bij de Ripper: „The path of the righteous man is beset on all sides.”

In the Year of Our Lord 1980 is het tweede deel van de Red Riding Trilogy, een meesterlijk, beklemmend drieluik gemaakt in opdracht van tv-kanaal Channel Four. Marsh: „Ik heb als een bezetene gelobbyd om dit deel te mogen filmen. Als documentairemaker vind ik het fascinerend, zo’n scenario op basis van feiten. In het onderzoek naar de Yorkshire Ripper liep zoveel mis: zo was Sutcliffe ooit met een hamer aangehouden op de tippelzone. De politie nam aan dat hij die hamer voor een inbraak wilde gebruiken, het arrestatierapport kwam pas veel later boven water. Onbegrijpelijk.”

De Red Riding (Roodkapje) Trilogy is gebaseerd op de cultromans 1974, 1977, 1980 en 1984 van David Peace, gesitueerd in de grijze, gedeprimeerde mijnstreek West-Yorkshire. Peace schetst een samenleving onder de duim van een gewelddadige, corrupte subcultuur van zakenlui en politiebendes die onder het motto ‘dit is het noorden – we doen wat we willen’ de onderwereld domineert en de bovenwereld manipuleert.

In deel één, geschoten in sfeervol gruizige 16 mm film, zien we anno 1974 een labiele, in Londen mislukte journalist naar West- Yorkshire terugkeren om twee moorden op schoolmeisjes te onderzoeken. In een lugubere, aan David Lynch herinnerende atmosfeer botst hij met de lokale politie, die een zwakbegaafde voor de moorden laat opdraaien.

Tegenover dit troebel gefilmde eerste deel staat Marsh’ heldere tweede deel. Dat speelt zes jaar later, in 1980: het nieuws wordt gedomineerd door Margaret Thatcher, mijnstakingen en de Yorkshire Ripper. Inspecteur Peter Hunt, die er eerder niet in slaagde de schietpartij in een nachtclub op te lossen waarmee deel één eindigt, gaat opnieuw op onderzoek naar de Ripper. Als hij stuit op aanwijzingen dat er een luchtje zit aan één van die moorden, trekken collega’s het tapijt onder hem weg.

Dat is voer voor een paranoïde thriller. Marsh: „Ik heb mijn deel in 35 mm gefilmd voor een helder beeld: het oogpunt van een scherpe, goed georganiseerde politieman die geen idee heeft dat hij zijn doem tegemoet wandelt.” Visuele inspiratie vond Marsh niet zozeer bij James Ellroy-verfilmingen als LA Confidential, hoeveel parallellen het script daarmee ook heeft. „Ik keek vooral naar die naargeestige thrillers uit de jaren zeventig, zoals Klute, The Parallax View en Chinatown, waarin een nuchtere geest in een lugubere samenzwering verstrikt raakt.”

Zoals veel huidige Britse filmmakers vindt Marsh de vroege jaren tachtig een fascinerend tijdperk. „Punk, Thatcher, mijnstakingen, atoombommen. Je had echt het gevoel dat de samenleving desintegreerde in geweld en verloedering, de Ripper was daarin één element. De geluidstape waarin hij de politie uitdaagde hem te pakken werd voortdurend op tv en radio herhaald. Achteraf bleek die tape bedrog, maar voor mij was dat de stem van het pure kwaad.”

The Red Riding Trilogy komt op 14 juni op dvd uit. Hij is nu al te koop in de webshop van NRC Handelsblad: www.nrclux.nl