Chinese handelaren weten wat Afrika wil Chinezen zijn keihard

Het Westen staat steeds minder centraal in de wereldhandel. Sinds vorig jaar is China de grootste handelspartner van Afrika. Met een Afrikaanse handelaar op reis in China.

Na korte haltes bij de stand van een gistfabriek en een producent van afslankkoffie stuit Fao Mahamoud op iets waar ze echt in is geïnteresseerd: gecondenseerde melk in blik. Merkwaardig, alleen, dat er op het etiket een pandabeer staat. „Het is toch geen gecondenseerde pandamelk”, vraagt ze voor de zekerheid aan haar gids en vertaalster Angèle Doma, een jonge Française van Congolese afkomst. Angèle barst in lachen uit. „Nee joh, Panda is de merknaam waaronder het wordt verkocht.” Fao, een zakenvrouw uit de Comoren, pakt een pen en richt zich zonder omhaal tot de Chinese standhouder.

„How much?”

„Voor de volle melk, 25 dollar voor een doos van 48 stuks.”

„Wat is de minimum hoeveelheid die u verscheept?”

„Een container van 20 voet.”

„Doet u ook gemengde containers, met verschillende producten?”

„Geen probleem.”

De Chinees overhandigt kleurenfolders en een visitekaartje. Fao geeft hem haar emailadres. Als ze de folder heeft opgevouwen, besluit ze met een zucht van tevredenheid dat ze de handelsbeurs voor gezien kan houden.

De Chinese miljoenenstad Guangzhou biedt een van de twee grootste verzamelingen exportartikelen van China op de tweejaarlijkse Canton Fair (ook de stad Yiwu kent een dergelijke beurs). Het is een duizelingwekkend divers aanbod van alles wat de wereld nodig heeft, van carburateurs via vloerbedekkingen tot tomatenpuree. De beurs werkt als een magneet op Afrikaanse handelaren. Chinese consumentengoederen zijn goedkoop, de keuze is gigantisch en een ticket naar China kost tegenwoordig net zoveel als een ticket naar Europa. Haalden de meeste importeurs hun spullen vroeger uit Dubai, sinds een paar jaar is de toestroom naar Guangzhou zo groot dat Chinese ambassades in Afrika strengere voorwaarden beginnen te stellen aan visumaanvragers.

China werd in 2009 de belangrijkste handelspartner van Afrika. De VS werden van de toppositie verdreven, vooral omdat de Amerikaans-Afrikaanse handel door de recessie in de VS met maar liefst 39 procent inzakte. De Chinees-Afrikaanse handel bleek veel robuuster. Na een piek van 107 miljard dollar in 2008 bedroeg het totale handelsvolume vorig jaar nog altijd ruim 90 miljard dollar.

Tot dusver dicteert Peking de manier waarop handel wordt gedreven. Zo is het beeld ontstaan dat China het continent overspoelt met slechte imitaties die na drie keer gebruiken uit elkaar vallen. Maar er is een andere kant aan dat verhaal, en dat zijn de tienduizenden Afrikanen die zelf naar China trekken om strijkijzers, gootstenen en airconditioners in te slaan. Naast de Indiase koopmannen uit Oost-Afrika en de Libanese macho’s uit West-Afrika bevinden zich onder de zwarte Afrikanen in China opmerkelijk veel vrouwen.

Het is een verhaal dat al begint op het reisbureau in Afrika, waar luchtvaartmaatschappijen als Emirates of Ethiopian Airlines adverteren met vluchten naar Guangzhou. Het geheim van Guangzhou is dat het de enige stad in China is waar fabrikanten in kleine hoeveelheden verkopen, zodat meerdere handelaren gezamenlijk een container kunnen vullen. Of, zoals Fao, containers vullen met goederen van verschillende producenten. „Hier hebben ze begrepen dat banken in Afrika bijna geen leningen verstrekken, en dat Afrikaanse handelaren het liefst relatief kleine volumes inkopen”, zegt Fao.

Fao Mahamoud (36) is een elegante vrouw met krulhaar en nieuwsgierige zwarte ogen achter een Dolce&Gabbana bril. „Die is echt, hoor, heb ik in Parijs gekocht”, zegt ze lachend. Ze verkoopt kantoormeubilair en opende een jaar geleden een showroom met designmeubels voor de hogere middenklasse in haar thuisland, de Comoren, een eilandengroep voor de kust van Mozambique.

Na een lange dag op de beurs wil Fao de stad in. Ze heeft nog drie dagen voordat ze terugvliegt naar de Comoren en in die tijd moet nog van alles gebeuren. Fao wil naar koelkasten voor de horeca kijken en een cementfabriek bezoeken, ze moet haar leveranciers betalen en zorgen dat haar badkamers en toiletpotten op tijd de container in gaan. Ze is ook nog van plan uitgebreid voor zichzelf te shoppen, want haar man wil een luxe horloge en zelf zoekt ze een designerhandtas, liefst een feilloze kopie van dat Spaanse merk waarvan de naam haar nu even niet te binnen wil schieten.

„Fantastisch hè, China,” zegt ze uitgelaten op de achterbank van de taxi. Ze klapt haar mobiele telefoon open om foto’s te laten zien van de bankstellen die ze morgen gaat ophalen. Bij hetzelfde warenhuis heeft ze ook tien slanke, wit porseleinen vazen gekocht. „Vijftien euro per stuk. Het is een risico. Ik ben doodsbang dat ze niet verkopen.”

Vorig jaar kwam Fao voor het eerst naar Guangzhou. „De Chinezen bieden een diversiteit die je nergens anders vindt. Ze produceren meubels in de strakke stijl die populair is in Europa en ze maken meubels die het goed doen bij ons, met veel glans en gouden krullen. Bovendien kun je hetzelfde bankstel in verschillende kwaliteiten kopen: in goedkoop plastic, iets duurdere kunststof of echt leer. En het mooie is dat je alles kunt laten namaken. Ik heb in een Italiaanse catalogus een schitterend handgemaakt bankstel gezien van 60.000 euro, en ik zou dat dolgraag laten namaken. Voor 10.000 euro heb je een prachtige kopie.” Vraagt ze zich weleens af of ze de lokale meubelmakers thuis niet uit de markt drukt? „Nee. Bij ons in de Comoren staan maar heel weinig bomen, dus er worden bijna geen meubels geproduceerd.”

Na een half uur rijden stopt de taxi bij het Nantian International Hotel Facility Trading Center, een reusachtige markthal voor de horeca. Met groothandel na groothandel onder een metalen overkapping is dit een universum op zich. Het aanbod varieert van fornuizen tot theelepels. Fao zoekt een koelvitrine. Als ze een goede prijs kan bedingen, koopt ze er twee.

Voor de onderhandelingen gebruiken de Afrikaanse bezoekers veelal gidsen die Chinees spreken en de weg naar de betrouwbare groothandels kennen. Ze zetten ook de leveranciers onder druk om op tijd te leveren en inspecteren de containers voor ze scheep gaan.

Zonder uitzondering zijn de gidsen Afrikanen die zich de afgelopen tien jaar in Guangzhou hebben gevestigd. Hun opdrachten krijgen ze dankzij mond-tot-mondreclame. Hun honorarium is 5 à 10 procent van de bestelling. Angèle, een onvermoeibare regelaar met lange vlechten, heeft niet alleen Chinees gestudeerd, maar zich ook de lokale omgangsvormen volledig eigen gemaakt. „Met beleefd zijn kom je nergens,” verklaart ze. „Je moet af en toe flink schreeuwen, anders krijg je niets gedaan.”

Onderhandelen gaat hier via de rekenmachine. Fao wijst. De vrieskastverkoopster toetst een prijs in. 425 dollar. Fao geeft Angèle opdracht de verkoopster uit te leggen dat het overal ter wereld crisis is. De verkoopster toetst een nieuwe prijs in. Fao: „Zeg dat ik haar vriendin ben, Angèle, en dat ik later dit jaar misschien terugkom.” Een kwartier later is de koop gesloten. Fao heeft veertig dollar van de prijs afgepraat. „Chinezen zijn keihard”, zegt ze. „Ze gooien zo de prijs omhoog als ze denken dat je de markt niet kent.”

De volgende dag voegt Bibiane uit de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) zich bij het gezelschap. Zij komt Guangzhou verkennen omdat ze thuis een winkel wil beginnen. Angèle zoekt in haar tas naar de bonnen die ze straks aan de leveranciers moet voorleggen. De bestemming is het Louvre, een kolossaal meubelwarenhuis van vijf verdiepingen dat het museum in Parijs in grandeur evenaart. Het lijkt of alle bankstellen die ooit in een Europese meubelcatalogus zijn verschenen, hier tentoongesteld staan. Fao komt haar lampen en bankstellen vandaag betalen, zodat ze ingepakt worden en op de parkeerplaats in een vrachtwagen getild. Daarna is het aan Angèle om de goederen in het pakhuis nog een keer te controleren. Vier uur en enkele verhitte discussies later hangt Fao vermoeid in de huurauto. Het bezoek aan de cementfabriek is dan allang van de agenda geschrapt. „Je moet overal bovenop zitten,” zegt Fao. „Dubai heeft enorme voorraden, dus je kan alles meteen meenemen. In China loop je het risico dat een bestelling nog niet is aangeleverd op het moment dat de container verzegeld wordt. Je moet ook oppassen voor oplichters. Een kennis bestelde onlangs een container met kleine zakjes waspoeder. Supergoedkoop, maar in plaats van waspoeder bleek er zand in te zitten. Gelukkig was hij nog in China, anders had nooit zijn geld teruggekregen.”

China is riskant, zegt Fao, maar Afrikanen zijn gewend aan risico’s. „Bij ons ben je volledig op jezelf aangewezen. De overheid doet niets voor de privésector.” Haar ouders ondervonden dat aan den lijve. In de jaren tachtig importeerden ze 15.000 ton cement uit China, gefinancierd met een bankvoorschot van enkele miljoenen. Bij aankomst van het schip bleek het cement uit gruis te bestaan. „Ze zijn die klap nooit helemaal te boven gekomen.”

Na een pauze in een restaurant waar de overwegend Afrikaanse clientèle door de obers vorken in plaats van stokjes krijgt toegeschoven, haasten Fao en Bibiane zich naar de kledingmarkt. De mond van Bibiane valt open als ze een helverlicht gebouw binnenstapt waar duizenden imitatiehandtassen uit winkeltjes zo groot als een schoenendoos puilen.

Bibiane: „Wow. De volgende keer neem ik mijn vriendinnen mee. Dit moeten ze zien.”

Fao: „Je wilt toch geld verdienen? Dan moet je niet je eigen markt verpesten.”

Bibiane: „Maar…”

Fao: „Niet doen. Houd het voor jezelf.”

Bibiane: „Neem jij dan nooit vriendinnen mee?”

Fao: „Jamais! Je moet hard zijn in het leven, haha.”

Wie in Senegal een appartement zoekt, ziet dat elke badkamer identieke tegels en douchebakken heeft, ongeacht de hoogte van de huur of de grootte van het huis. De Senegalezen komen die tegels kopen bij dezelfde Chinese groothandel waar Fao op de een-na-laatste dag van haar reis een dikke stapel bankbiljetten ter waarde van 3.000 euro uit haar tas vist. Ze kijkt sip, want vanochtend meldde de TV dat de euro is gekelderd. De bestellingen die ze vorige week heeft gedaan, kosten nu meer geld. „Omgerekend kost me dit een badkamer”, zucht ze. In Guangzhou wordt toch al geklaagd dat consumentengoederen duurder aan het worden zijn. De stijgende lokale consumptie drijft de prijzen op.

Drie vrouwen uit Congo-Brazzaville wandelen de tegelzaak binnen met hun gids, een jonge Afrikaanse met een asymmetrische pruik. Terwijl Fao haar tegels afrekent, raakt Bibiane in gesprek met de Congolese vrouwen. In West-Afrika kost het gauw 20.000 dollar om een container door de douane te krijgen, smeergeld inbegrepen. Voor veel landen geldt: voor iets wat in China één euro kost, ben je in Afrika al twee en een halve euro kwijt. „Toch kun je nog winst maken”, zegt een van de vrouwen. „Ook met kleine volumes.”

Terug in het hotel constateert Fao nerveus dat ze drie containers nodig zal hebben. Een andere bron van zorg zijn de tegels. „Ik heb een goede kwaliteit gekocht, maar ik zal mijn klanten moeten overtuigen dat de kleur er na drie jaar nog opzit. Het probleem is dat onze regeringen alles toelaten, de markt wordt niet beschermd.” De slechte reputatie van Chinese producten is ook een reden om af te zien van de gecondenseerde melk. „Melk uit China: lastig. Als het nou goedkoop was en ik een andere verpakking kon krijgen, niet in het Chinees, wie weet. Maar de meeste mensen geven liever een paar cent meer uit voor melk uit Holland.”

De avond valt, maar de markt in Guangzhou is nog open. Fao trekt een nieuw T-shirt aan en kijkt tevreden in de spiegel. „Zo. En nu ga ik nog even naar designerschoenen kijken.”