Bevallige pumps

Met mijn biertje sta ik aan de bar. Even kijk ik naar de groepjes mensen voor me, maar al snel verdiep ik me in mijn glas alsof de oplossing voor het perpetuum mobile op de bodem ligt. Ik ben me er opeens hevig van bewust dat als je onbekenden wilt aanspreken, je ze toch eerst een beetje moet aanstaren. En dat is precies wat ik niet wil doen: ik ben namelijk op het Transfusionfestival, voor transgenders en transseksuelen. Hier voelt aankijken al heel snel als aanstaren, en iedereen zal denken dat ik een voyeur ben, een troela die met een bak tijgernootjes in de hand eens lekker iedereen ongegeneerd komt bekijken. Ongemakkelijk bestudeer ik het lijnenspel van de nerven in de bar en knabbel aan mijn nagellak.

En natuurlijk: ergens bén ik ook benieuwd. Niet omdat de mensen er zo opmerkelijk uitzien. Dat is helemaal niet zo (de mannen zijn hoogstens wat kleiner en de vrouwen langer, maar met mijn 1 meter 86 weet ik niet anders dan dat ik op mannenkruinen neerkijk). Maar ik merk toch dat ik de behoefte voel om het te weten: of iemand vroeger een andere sekse had, of iemand enkel anders gekleed gaat, of misschien alleen hier is als vriend of familie. Of je dat kunt zien. Maar ik schaam me diep voor die behoefte. Alsof er een stiekeme Transgender Gedragscode Bijbel is en ik die met mijn zondige, bekrompen gedachten hevig schend. Op hún festival nog wel, waar die vragen helemaal niet zouden mogen bestaan. Net zoals ik ook vrij zenuwachtig ben dat ik me in een gesprek ga vergissen in ‘hij’ of ‘zij’, en onder verontwaardigd boe-geroep bekogeld zal worden met bevallige pumps.

Ik loop even rond, terwijl ik mensen begroet met fladderende blik en enorme glimlach, waardoor ik ongetwijfeld maniakaal en vuurwapengevaarlijk overkom. Het is opvallend hoe verschillend iedereen is: jongens in geruite hemden en petjes, een vrouw in een chic mantelpak, een oudere dame met een gehaakte doek om en een punkige drummer. Dat is natuurlijk logisch, je kunt niet spreken van een ‘scene’, net zomin als mensen met rood haar een scene vormen: de mensen hier delen misschien ervaringen, maar geen levensstijl.

Uiteindelijk beland ik op de dansvloer, naast een vrouw met een zacht gezicht. Hoewel de dj’s hun best doen en er bundels gekleurd licht rondzwiepen, is de vloer leeg. „Tja”, zegt de vrouw tegen mij en lacht. „Transen dansen niet.” Ze zegt het heel gewoon en open. Een andere vrouw komt erbij staan. „Ik heb je nog niet eerder gezien”, zegt ze dan vriendelijk. „Ben jij trans?” Ik schud mijn hoofd, en denk dan aan mijn krampachtige politieke correctheid. Natuurlijk is er geen Gedragscode. Niemand hier doet moeilijk, behalve ik.

De rest van de avond blijkt dat transen gelukkig soms wel dansen, en zwaaien we onze armen op goedkope house.