Als buitenbeentje 10 jaar aan de top

Pink treedt zondag op. Ze verkocht naar schatting dertig miljoen albums en scoorde wel tien toptienhits.

Een portret van een rebel en een diva.

De uitreiking van Amerika’s belangrijkste muziekprijs, de Grammy’s, afgelopen januari, was uitgeroepen tot battle of the diva’s. De twee grootste popzangeressen van dit moment, Beyoncé en Lady Gaga, zouden er optreden. Naar hun optreden werd reikhalzend uitgekeken.

Rockzangeres Pink was er ook. Zij liet zich, gehuld in een niets verhullende huidkleurige bodysuit, in draperieën omhoog hijsen tot boven het podium. Daar zwiepte ze heen en weer, als in een echte circusact, en liet ze zich ook nog in een volle badkuip dippen. Ondertussen, zong ze het nummer ‘Glitter in the Air’, live, ondersteboven hangend aan een laken. Zo gaf ze Beyoncé en Lady Gaga het nakijken.

In de wereld van de popdiva’s is Alicia Beth Moore, alias Pink (1979), altijd een buitenbeentje geweest. Toch staat ze al tien jaar aan de top, verkocht naar schatting dertig miljoen albums en scoorde een tiental toptienhits, waaronder ‘Get the party started’ en ‘So What’. Aankomend weekeinde is ze een van de belangrijkste acts op Pinkpop.

Ze hoorde er in die tien jaar nooit echt bij. Een Amerikaanse krant omschreef dat onlangs zo. Had het ultieme cheerleaderteam aan het begin van deze eeuw bestaan, dan was Britney Spears het populairste meisje geweest, Christina Aguilera het sletje en Beyoncé de braverik. En Pink? Die had aan de zijkant gestaan, in een leren jasje, sigaret in haar mondhoek.

Maar in tien jaar is er veel veranderd. Britney Spears werd verguisd, Christina Aguilera werd braaf en Beyoncé probeerde van haar keurige imago af te komen. Pink daarentegen bleef de rebelse rocker.

Dat ze dat imago trouw bleef, zowel op als buiten het podium, heeft veel aan haar succes bijgedragen. Intussen groeide de rebel óók uit tot een topentertainer, met opwindende spektakelshows. Wie eerder een van haar optredens bezocht, wist allang dat ze aan een laken door de nok kon zwieren en zingen tegelijk.

Haar muziek laat zich moeilijk vangen. Pink bouwt een huis van pop en rock, gebaseerd op een stevig dancefundament. De gitaar kan scheuren, de beats zijn altijd stuwend en ze schuwt geen uitstapjes naar exotischer muzieksoorten als ska.

Ze won er zeker niet ieders hart mee. Alternatieve rockers moeten weinig van haar muziek hebben vanwege de aanwezige pop- en dance-elementen; dancefans hebben een hekel aan de harde gitaren.

Ze hebben ongelijk. Pink maakt aanstekelijke feestnummers, met een even aanstekelijke melodie. Haar combinatie van dance en rock heeft zijn waarde bewezen – en niet alleen op populaire radiozenders. Pink spreekt terecht een breed publiek aan: tieners die kijken graag naar haar rijkelijk gedecoreerde videoclips, lesbiennes die houden van haar stoere muziek en voorkomen. Maar óók de classic rock-liefhebbers die horen in haar muziek de rock van weleer. Natuurlijk speelt Pink – niet wars van commercie – op deze groeiende doelgroep in, door tijdens haar laatste concertreeks bijvoorbeeld Led Zeppelins ‘Babe I’m gonna leave you’ en Queens ‘Bohemian Rapsody’ te spelen. Op een zeer geloofwaardige manier, overigens.

Haar stemgeluid is dat van een rockzangeres: krachtig, laag en met schreeuwerige uithalen. Zelf vergelijkt ze zich weleens met Janis Joplin, maar die vergelijking gaat mank. Pink mist ten enenmale het maniekale en hysterische van Joplins stem. Op haar best is Pink in stuwende popsongs, zoals het feestelijke ‘Get this party started’. Dan begin je, bijna onopgemerkt, toch mee te dansen op je stoel. Minder goed is ze in rustiger nummers, zoals ‘Family Portrait’, waar ze haar jeugd onder ogen probeert te zien. Dan klinkt ze al gauw nietszeggend en pathetisch.

Het imago van stoere meid met een grote en vooral ook grove mond heeft haar een grote schare lesbische aanhangers opgeleverd. En ook daar speelt ze mee; door te impliceren dat ze op mannen en vrouwen valt. In werkelijkheid is Pink getrouwd met motorcrosser Carey Hart met wie ze een knipperlichtrelatie heeft.

Vaak zingt ze over die relatie. Of anders heeft ze het over feesten. Want twee thema’s keren altijd terug in Pinks werk: de uitspatting en het daaropvolgende schuldbesef. Ze is het meisje dat te veel op een feest drinkt, dan uit louter balorigheid alle flessen van tafel veegt en ruzie krijgt als haar vriendje haar tegen probeert te houden. Waar ze zich dan de volgende dag weer schuldig over voelt.

Een visionair is Pink niet. „Ik zou wel wat poëtischer willen zijn”, verklaarde ze onlangs. Een enkele keer probeerde ze maatschappijkritisch te zijn; in ‘Dear Mr. President’, een lied dat zich tegen voormalig president Bush richt, en in ‘Stupid Girls’, dat gaat over de onderdanigheid van meisjes in hiphopvideoclips. ‘What happened to the dreams of a girl president / She’s dancing in the video next to 50 Cent.’

Het leverde haar naast de nodige publiciteit ook hoon op – niet in de laatste plaats omdat ze zelf in bh en strakke leren broek over televisiescherm en podium placht te paraderen.

Haar imago is eenduidig. Pink is al tien jaar een rebel. Of ze nu aan een trapeze in de nok van het Staples Centre hangt of in een oude spijkerbroek op een tractor door de straten rijdt, zoals in de videoclip ‘So What’. Vooral in die laatste verschijning is de stoere rockchick opmerkelijk aandoenlijk en grappig, een parodie op de popdiva’s en cheerleaders waar ze zelf ook al lang toe behoort.

Op Pinkpop, een rockfestival met veel aandacht voor mainstream rock en oude gevestigde namen, zal tomboy Pink zich als een vis in het water voelen.

Het is alleen de vraag of het alternatieve deel van het rockpubliek aldaar haar dat ook zal gunnen.