Allahs lof zoemt achter de stofzuiger

Als het aan de Egyptische regering ligt verdwijnt het merendeel van de muezzins, die vanaf de minaret van de moskee tot gebed oproepen. Een Duitse theatervoorstelling laat hun werk zien. Acteurs, vuilnis, ezels en voetzolen zijn verboden. ‘Dat zou beledigend zijn’.

‘Allààaààààààààààààààh is groter,” klinkt het door de goudgelijste schouwburg. Op het podium staat een blinde man die ons oproept tot het gebed. Links in de zaal staat een man met een grijze baard die begint mee te zingen. Dan een derde stem, vanaf het tweede balkon.

„In het theater klinkt het veel mooier dan in het echt”, zegt Stefan Kaegi, de Zwitserse regisseur van Radio Muezzin. De voorstelling gaat over Egyptische muezzins, de voorzangers die vanaf de minaretten vijf keer per dag oproepen tot het gebed, de salat. De voorstelling van de Duitse groep Rimini Protokoll staat komende maand op het Holland Festival in Amsterdam.

Met Pinksteren was Kaegi met zijn drie originele muezzins in Lissabon om de voorstelling te spelen op een Portugees festival. Kaegi gaf vooraf toelichting op een warm avondterras voor de schouwburg: „In Kairo zingen ze door blikkerige megafoons. Bovendien zingen ze allemaal door elkaar heen, en niet allemaal even geschoold. Een kakofonie. Daar wil de regering wat aan doen.”

De Egyptische regering wil de gebedsoproep, de azan, gelijkschakelen. In de toekomst moet nog maar één stem schallen door heel Kairo, stad van dertigduizend minaretten. Via een radioverbinding zal voortaan overal tegelijk dezelfde azan klinken. De regering selecteerde een poule van dertig muezzins die de radio-oproep in ploegendienst zal verzorgen. Tienduizenden muezzins raken hun baan kwijt, en Kairo een traditioneel kenmerk van haar volle geluidsbeeld.

Radio Muezzin is documentair theater: vier muezzins vertellen zelf hun verhaal, met op de achtergrond dia’s en video’s van hun omgeving: hun huiskamer, hun moskee, hun wijk. Ze spelen op sokken op een rood moskeetapijt met gouden vierkanten. Tussen de videoschermen hangen groene neonbuizen, ook van een moskee. Als ze niet spreken zitten ze op witte tuinstoelen met naast zich een X-vormig korantafeltje en een waterkoker.

Vroeger waren alle muezzins blind, een kleine jongen bracht hen naar boven in de minaret, vertelt de blinde Hussein Gouda Hussein Bdawy in de voorstelling: „Volgens sommigen moesten ze blind zijn zodat ze niet vanaf de minaret in de huizen konden gluren.”

In de voorstelling laten de muezzins zien hoe ze zich ritueel wassen, hoe de juiste gebedshouding is, en wanneer je precies moet bidden. Radio Muezzin is alleen al interessant omdat je via de boventiteling meekrijgt wat ze zingen. Voor christelijk grootgebrachte toeschouwers klinkt veel bekend. Zoals het gebed: „In de naam van Allah, de barmhartige, de genadige; iedere ziel zal de dood proeven. Je zult je loon krijgen op de Dag des Oordeels. Wat betekent dit aardse leven meer dan het genieten van illusies?”

Heel vaak zingen de mannen: „Allahoe akbar”. Allah is de grootste. De boventiteling vertaalt iets anders: „Allah is groter.” Dat is minder correct, maar wel sympathieker, meer als een wasmiddelenreclame: Allah is groter en Omo wast witter. ‘Allah is groter’ erkent dat er ook concurrenten zijn, wat echter wordt tegengesproken door de tweede regel: „Asjhadoe an la Ilaha illa Allah.” Ik getuig dat er geen andere god is dan Allah. Je kunt ‘Allahoe akbar’ ook horen als het minder aanmatigende: „Allah is zeer groot”,of: „Allah gaat ons bevattingsvermogen te boven.”

De blinde Hussein Gouda Hussein refereert met treurnis aan het azan-verbod dat in verschillende West-Europese steden geldt. In Nederland geldt zo’n verbod niet, maar de oproep ligt gevoelig, gezien de heersende weerzin jegens moslims. De VVD, PVV en SGP willen de openbare azan verbieden, als cultuurvreemde geluidshinder of opdringerige propaganda voor een ongewenst geloof, maar de PvdA en het CDA zien daar niets in. Dreigen met een verbod klinkt vooral als spelen voor de bühne: slechts zestien tot twintig van de 450 Nederlandse moskeeën laten de azan buiten klinken, volgens moslimkringen doorgaans zachtjes.

Kaegi: „De muezzins zien deze voorstelling als een middel om de islam te verspreiden onder de ongelovigen. Mij lijkt dat niet zo’n goed idee, ik wil wat anders bewerkstelligen. Het maken van de voorstelling was daardoor een doorlopend onderhandelen en zoeken naar compromissen. Ik ben officieel de baas, maar zij staan op het podium als zichzelf, dus ik kan ze niet tegen hun zin allerlei dingen laten zeggen. Zij snappen bijvoorbeeld niet waarom ik hun dagelijks leven wil laten zien. Praten over vrouw en kinderen doen ze liever niet, ze vertellen liever niet hoeveel ze verdienen.”

Tijdens de voorstelling verschijnen er allerlei verboden in beeld. Zaken die Kaegi niet in de voorstelling mag tonen: „Er mogen geen ezels en honden worden getoond, evenmin als vuilnis of acteurs. De muezzins mogen geen domino spelen op het podium. De muezzins mogen niet hun voetzolen tonen aan het publiek. Onze muezzins dienen een voorbeeld te zijn.”

Zijn dit geboden van het Egyptische ministerie van Religieuze Zaken? Keagi: „Nee, dit is een van de compromissen. Ik had een prachtige foto van een ezel, maar een van de spelers, Mohamed Ali, zei: ‘Je gaat toch niet die ezel tonen als ik aan het woord ben? Dat is een belediging.’ Zo ging dat ook met honden, vuilnis en domino. Ik zei: ‘Oké, maar dan wil ik wel in de voorstelling een tekst tonen waarin ik opsom wat ik allemaal niet mocht tonen”.

Volgens Kaegi is het voor de muezzins belangrijk dat hun beroep, hun geloof en hun land er gunstig opstaan. Kaegi had één gebod dat zelfs als regel niet getoond mocht worden: „We praten niet over politiek op toneel”. „Als je dat gebod laat zien”, zei Mohamed Ali, „lijkt het net alsof Egypte een dictatuur is”.

En waarom ‘geen acteurs’? Kaegi: „Ik heb voor deze voorstelling wel veertig muezzins gesproken. Maar velen wilden niet meedoen. Omdat ze theater associëren met het zondige leven, zoals bij ons honderd jaar geleden actrices nog werden gezien als veredelde prostituees. Zij associëren acteurs met Egyptische soaps, waarin het oppervlakkige leven der middenklasse wordt getoond en muezzins alleen voorkomen in neerbuigende grappen. Ik snap hun afkeur van acteurs wel. Voor acteurs draait het om talent en om hoe kunstmatig je kan zijn. Dat is niet wat ik zoek in het theater”.

Aan het regeringsplan van de radio-muezzin kun je van alles ophangen: de teloorgang van een dertien eeuwen oude traditie, een tragedie voor dertigduizend Egyptenaren die het toch al niet erg getroffen hebben; een poging van de dictatuur tot meer centralisme, om de greep op Egyptisch leven te vergroten (Kaegi: „het is een maatregel van de macht tegen de pluraliteit”); de professionalisering van een semi-amateuristische kunst; een praktische maatregel tegen geluidshinder.

Kaegi: „Ik heb geen duidelijke mening over de plannen voor de radio-muezzin. Ik neem aan dat het ook wel een opluchting zal zijn voor de omwonenden die minder religieus zijn ingesteld. Voor mij is het vooral een dramatisch uitgangspunt om de levens van eenvoudige moslims te tonen, zonder dat je weg kunt zappen. In het Westen zien we op tv doorgaans alleen fanatieke stenengooiers of zelfmoordterroristen. We krijgen alleen maar terreurspecialisten en Koranspecialisten te horen, maar nooit de gewone mensen met wie je je kunt identificeren.”

De dreigende maatregel van de Egyptische regering komt pas na een minuut of veertig ter sprake. De voorstelling draait om de portretten van de vier Egyptenaren. Drie van de vier muezzins zijn eenvoudige, ongeschoolde mannen. Twee hebben gevochten in de oorlogen tegen Israël, een is afgekeurd elektricien, een ander bakkersknecht. Naast het verzorgen van de azan werken ze in de moskeeën als een soort kosters, huismeesters. Ze maken schoon, doen klusjes en geven koranles aan de kinderen.

In een van de scènes haalt bakkersknecht Mansour Abdelsalam Mansour Namous een stofzuiger te voorschijn en stofzuigt het meterslange tapijt met langzame halen. De anderen hummen mee met de stofzuiger: „Hiìììììng…” Langzaam verschijnen er melodielijnen in het zoemen: „Hiiìììììììng-alllllàààààhoe-akbarrrrrrrrrrr.”

Kaegi: „Maar dat is niet de bedoeling. De geluidsman wil dat ze alleen maar meehummen. De toeschouwer legt zelf wel het verband tussen de stofzuiger en het gebedsgezoem. Maar ze kunnen het niet laten. Toen hij hen corrigeerde, zeiden ze: ‘Ja maar in die pauze hebben we mooi even tijd om te repeteren’”.

„Religieus gezien staan muezzins wel in enig aanzien – op de Jongste Dag hebben zij de langste nekken, zo wordt gezegd, al weet ik niet precies wat dat betekent. Maar in de rest van de samenleving staan ze onderaan. Ze zijn ongeschoolde arbeiders, verdienen bijna niets, ze slapen vaak in de moskee. Ook voor mijn Egyptische crew waren het figuren naar wie je in het dagelijks leven niet omkijkt.”

De Egyptische klassentegenstelling komt tot volle bloei in de voorstelling als de vierde muezzin wordt geïntroduceerd: Mohamed Ali Mahmoud Farag. In alles is hij de tegenpool van de andere drie: een forse jongeman in een maatpak die meteen begint op te snijden. Hij was tweede op het wereldkampioenschap Koran-voordracht en hij is houder van het wereldrecord reciteren van de complete Koran. Zijn vader was ook een beroemde koranvoordrager die omging met beroemde artiesten en gezagdragers. Met koranvoordracht treedt Mohamed Ali op voor tienduizenden mensen over de hele wereld. Met gewichtheffen is hij ook al zo’n straffe. Achter een kamerscherm, dat doorgaans in de moskee dient om de vrouwen aan het oog te onttrekken, heeft hij zijn halters klaarliggen voor een demonstratie.

Naast de andere sukkelaars is Mohamed Ali een succesrijk man, geboren met een zilveren lepel in zijn mond. Bovendien is hij de enige die is uitverkoren om straks radio-muezzin te worden. Tegenover hem staat Abdelmoty Abdelsamia Ali Hindaw, een gewezen elektricien met een grijze baard die ooit commando was, tot aan ‘de zege van 1973’. (Egypte beschouwt de Jom Kippoer-oorlog tegen Israël als gewonnen). Hij is felste tegenstander van de invoering van de radio-muezzin. Met een neonbuis in de hand stelt hij: „,Je kunt een mens niet vervangen als een neonbuis. Ik snap niet waarom ze dit van ons weg willen nemen”.

Als Mohamed Ali foto’s toont van zijn internationale successen, toont Abdelmoty foto’s van zijn successen als commando en als elektricien bij grote bouwprojecten. Het komt niet tot een openlijke botsing op het podium, maar je voelt de spanning.

De wereldtournee van Radio Muezzin begon in 2008 in Kairo. Hoe werd het daar ontvangen? „De voorstellingen van Rimini Protokoll worden in de landen waar wij ze maken nooit zo gewaardeerd. Het jonge Egyptische publiek vond dat ik een verkeerd beeld gaf van Kairo. Zij zijn zelf bezig met multimediakunst, en dan kom ik met die ouderwetse, suffe muezzins. Het zou net zoiets zijn als dat ik in Nederland een voorstelling zou maken over molenaars op klompen. Eigenlijk niet eens zo’n slecht idee.”

Hoe vinden de muezzins het om in de voorstelling te staan? „Mansour kwam gisteren grijnzend op me af en zei: ‘Kijk, nieuwe tanden!’ En de blinde Hussein gaat zich laten opereren aan zijn ogen. Ik denk ze bij mij in ieder geval meer verdienen dan in de moskee. Maar ik denk dat ze ook wel genieten van de aandacht. Vooral de blinde Hussein is een geboren entertainer. En Abdelmoty, de elektricien met de grijze baard, mag een proef doen: hij jaagt stroom door een komkommer. Toen hier in Lissabon vanmiddag een tv-ploeg langskwam, zei hij gretig : ‘Zal ik de komkommer nog eens laten zien?’ Ze zijn zeer toegewijd. Ik ben gewend aan voorstellingen die iedere avond anders zijn omdat ik altijd met amateurs werk. Maar deze mannen hebben hun leven gewijd aan de getrouwe herhaling – het exact reciteren van altijd dezelfde azans, de salats en de Koranverzen – dus tot mijn verrassing is iedere voorstelling van Radio Muezzin altijd precies hetzelfde.”

Wat gaan de muezzins doen als de radio-muezzin wordt ingesteld? Kaegi: „Hetzelfde als wat ze nu al doen: conciërge zijn in de moskee. De azan vergt maar een klein deel van hun tijd. Maar voor hun is het wel waar het om draait.” En wanneer komt de radio-muezzin in de lucht? Kaegi lacht: „Geen idee. Iedere keer krijg ik weer te horen: ‘volgende maand’. Momenteel ligt het project volgens mij stil omdat president Mubarak zenuwachtig wordt. Volgend jaar zijn er presidentsverkiezingen in Egypte, en voor het eerst sinds dertig jaar loopt de 81-jarige dictator, die zijn zoon naar voren wil schuiven, een klein kansje om die te verliezen. Misschien staat dit impopulaire plan daarom in de ijskast”.

Op de dvd van de voorstelling is Korankampioen Mohamed Ali Mahmoud Farag nog aanwezig, maar in Portugal blijkt hij uit de voorstelling te zijn gestapt. Ook in Amsterdam zal hij er niet bij zijn. Hij is tijdens de voorstelling wel te zien op het videoscherm, een medewerker zegt zijn teksten op. Wat is er gebeurd met de antagonist? Was de show te min voor de ster?

Kaegi: „De spanning tussen hem en de rest van de muezzins was niet meer te dragen. Hij eiste een aparte behandeling, aparte taxi’s en hotels, hij wilde meer geld verdienen. Of eigenlijk: hij wilde dat de anderen mínder geld verdienden dan hij. Hij was ook zo anders. ‘Heb ik hier wifi?’vroeg hij altijd voor hij opging. Op het podium zat hij met een laptop op schoot in aandelen en vastgoed te handelen. We hoorden steeds de piepjes van zijn Skype-berichten.”

In zekere zin is de afwezigheid van Mohamed Ali wel passend, vindt Kaegi: „Straks zal zijn stem in heel Kairo te horen zijn zonder dat iemand hem kan zien. Zo is hij nu ook onzichtbaar alomtegenwoordig in Radio Muezzin.”

‘Radio Muezzin’ 15-17 juni Bellevue, Amsterdam. Inl: hollandfestival.nl.