Afrikanen met ambitie trekken naar China

‘Chocoladestad’ is de bijnaam van Guangzhou door het grote aantal Afrikanen. „Vroeger wilde iedereen met ambitie naar de VS, nu naar China.”

Ojukwu Emma werpt nonchalant een lange lijst met namen van Nigeriaanse landgenoten op zijn bureau. „Allemaal Nigeriaanse handelaren die vandaag nog het land uitgezet zullen worden”, zegt de 55-jarige zakenman, tevens voorzitter van de Associatie van de Nigeriaanse Gemeenschap in China. Hij is een van de leiders van de Afrikaanse gemeenschap in Guangzhou, of ‘Chocoladestad’ zoals Chinezen zeggen wegens de aanwezigheid van tienduizenden Afrikanen in ‘het warenhuis van de wereld’.

De pijlsnel groeiende Chinees-Afrikaanse economische betrekkingen zorgen niet alleen voor een enorme handelsstroom (90 miljard dollar afgelopen jaar), maar ook voor grote migratie. Honderdduizenden Chinese arbeiders, zakenmannen en ook boeren trekken naar Afrika om daar te gaan werken.

Maar omgekeerd is er voor Afrikanen nauwelijks emplooi in China. Dagelijks worden 30 tot 60 Afrikanen China uitgezet. Het gaat hoofdzakelijk om jonge, ongetrouwde handelaren met een verlopen visum of iets op de kerfstok. Chinese autoriteiten treden steeds strenger op tegen illegalen. In Guangzhou, waar Afrikaanse handelaren inkopen doen, maar ook in Yiwu en Shanghai krimpen de Afrikaanse gemeenschappen.

„Afrikanen zeggen vaak dat Chinezen racisten zijn en die zijn er beslist, maar wij doen hier dingen die niet kunnen, zoals reizen met vervalste paspoorten of handelen met valse dollars. We moeten echt ons imago verbeteren’’, zegt Ojukwu Emma, die al 12 jaar in China woont, de taal spreekt en getrouwd is met een Chinese.

Sinds de openlijke botsingen tussen Afrikaanse handelaren en de Chinese politie vorig jaar, waarbij twee zwaargewonden vielen, besteedt Emma meer tijd aan „culturele diplomatie” dan aan zijn werk als directeur van Black Star, een van de grootste Afrikaanse handelshuizen in Guangzhou. De spanningen zijn niet weggeëbd en Afrikanen klagen voortdurend bij hem over excessieve paspoortcontroles en aanhoudingen.

„De Chinese autoriteiten zijn met het oog op de Aziatische Spelen in november extra streng en daar komt bij dat China geen immigratieland is”, legt Ojukwu Emma uit. Zijn associatie voor Nigerianen, die de grootste Afrikaanse bevolkingsgroep vormen in Guangzhou, heeft een lijst van gedragsregels opgesteld om nieuwe conflicten te voorkomen.

Dat heeft Emma gedaan in nauwe samenspraak met de ambassades van een aantal Afrikaanse landen die uitstekende en lucratieve relaties met China hebben opgebouwd. Hoewel geen diplomaat, weet hij zich volledig gesteund door de Nigeriaanse regering in Lagos. „Wij doen veel om de relaties met China goed te houden. Dat is voor ons land van groot belang.” Hij gaat zelfs regelmatig op inspectie. Met name bij het station waar het vaak misgaat. Maar op een warme voorjaarsdag is het er vooral gezellig druk. Klein Afrika in China.

„De spanningen ontstaan ook omdat de meeste Afrikanen die hier komen arm zijn en een kans op een beter leven ruiken. Vroeger wilde iedere ambitieuze Nigeriaan naar de VS of naar Engeland, tegenwoordig willen zij naar China. Daardoor doen sommigen dingen die niet kunnen. Ze zien bovendien dat in Lagos zelf de Chinezen ongehinderd hun gang kunnen gaan. We hebben zelfs twee Chinatowns. Ik zou graag willen dat we hier een Africatown zouden kunnen stichten. Dat is mijn droom”, zegt Emma, die het Nigeriaans paviljoen op de Shanghaise Wereldtentoonstelling sponsort.

Het contrast tussen ‘Chocoladestad’ en het gestileerde Afrikapaviljoen is tekenend voor de tweedeling, en de verschuiving in de Afrikaanse gemeenschap in China. Op de Expo werken bijvoorbeeld de in China studerende kinderen van de Namibische president als vrijwilliger, net als de zonen en dochters van veel Nigeriaanse, Angolese of Ghanese zakenlieden. Het aantal Chinese studiebeurzen voor Afrikanen is verhoogd naar 15.000 in de komende drie jaar.

Kizito Ezeribe, de 24-jarige zoon van een taxichauffeur in Lagos die economie en Chinees studeert in Shanghai, is een van hen. Hij voelt zich zeer welkom in China en dat is tekenend. Hij is symbolisch voor de Chinese overname van de westerse rol in Afrika. Als de jongen in het rood-groene poloshirt volgend jaar is afgestudeerd, wacht hem een baan bij de Nigeriaanse National Petroleum Corporation. Dat is de partner van de Chinese staatsfirma die voor 23 miljard dollar in Nigeria drie raffinaderijen en een petrochemisch complex gaat bouwen.

Hoewel hij als zwarte man wel eens vreemd wordt aangekeken, voelt hij zich in Shanghai niet gediscrimineerd: „Met Chinese hulp ga ik mijn Afrikaanse droom waarmaken.”