Waarom ga je eerst met je hoofd een MRI-scanner in?

Hans Sibbel uit Amsterdam vraagt zich af waarom je altijd met je hoofd als eerste een MRI-scanner ingaat. „Het zou toch veel minder belastend zijn om eerst met je voeten het apparaat in te gaan? Veel minder claustrofobisch”, meent hij.

Gelukkig voor Sibbel, is het niet helemaal waar dat een patiënt altijd met zijn hoofd als eerste het scanapparaat ingaat. „Er zijn wel degelijk onderzoeken waarbij de voeten van de patiënt eerst het apparaat ingaan. Bijvoorbeeld knie-, heup- en voetonderzoeken”, zegt Raymond Beekhuizen, radiodiagnostisch laborant in het HagaZiekenhuis in Den Haag.

De richting waarin je de scanner ingaat heeft alles te maken met de het magnetisch veld in het scanapparaat. „In de tunnel zit een hele sterke magneet”, legt Dirk Heslenfeld uit. Hij is universitair docent neuropsychologie aan de VU. „De waterstofdeeltjes in het lichaam reageren op de magnetische straling als een soort kompas: ze wijzen dezelfde kant op. Met een korte radiogolf worden de deeltjes ‘opgeschrikt’ waarna ze weer door de magneet worden aangetrokken.” De snelheid waarmee dit gebeurt verschilt per type weefsel. Dit zorgt voor de afbeelding.

De sterkte van die magneet wordt uitgedrukt in de eenheid tesla (T). „Een magneet van 1,5 T – gebruikelijk bij MRI-scans – zal bij de ingang van de buis iets minder sterk zijn, en verder binnenin wat sterker. Het meest homogene deel van het veld vinden we precies in het midden van het apparaat”, vertelt radiodiagnostisch laborant Beekhuizen. De patiënt gaat dus tot zover in het apparaat dat het te onderzoeken lichaamsdeel zich precies in het midden bevindt.

Maar het bevreemdt hem niet dat Hans Sibbel denkt dat patiënten altijd met het hoofd als eerst het scanapparaat ingaan. „In 75 procent van de gevallen is dat ook zo. MRI-scans zijn vooral geschikt om het contrast te zien tussen harde (botten) en zachte (kraakbeen, spieren) onderdelen. Vooral bij onderzoeken in het bovenlichaam is dat contrast van nature klein en is een MRI-scan nodig om een goede afbeelding te maken.”

Een MRI-onderzoek is duur: het kost rond de 1.000 euro. Daarom kiezen ziekenhuizen, als een MRI niet per se nodig is, voor een veel snellere en goedkopere röntgenfoto.

Beekhuizen vertelt dat het „misschien zo is” dat patiënten in de toekomst niet meer als eerst met hun hoofd de tunnel in hoeven. „Verschillende fabrikanten zijn druk aan het nadenken over verbeteringen aan het apparaat.”

Artwin Kreekel