Vrouwen zetten toon in mannenstad Rotterdam

Acht wethouders, van wie vijf vrouwen en slechts drie mannen. Rotterdam mag dan te boek staan als een mannenstad bij uitstek, uit de samenstelling van het vanmiddag geïnstalleerde college blijkt het tegendeel. Nog nooit telde een grote stad zoveel vrouwelijke bestuurders. „Rotterdam is gelukkig meer dan de stad van ‘niet lullen, maar poetsen’ en de opgestroopte mouwen”, zegt een van de vijf, Jantine Kriens.

PvdA’er Kriens (56) begint aan haar tweede termijn. Vier jaar geleden was zij pas de elfde vrouwelijke wethouder uit de geschiedenis van Rotterdam. Foto’s van haar voorgangers hangen aan de muur van haar werkkamer. „Vrouwen zijn geen betere mensen, maar weten over het algemeen wel sneller en makkelijker bruggen te slaan.”

En juist daar heeft het verdeelde Rotterdam behoefte aan, constateerde oud-minister Pieter Winsemius kort na de gemeenteraadsverkiezingen. De verhoudingen tussen de twee grootste partijen, PvdA en Leefbaar (beide veertien zetels), zijn de laatste jaren verzuurd geraakt. Vier jaar geleden sloot Leefbaar samenwerking uit met de PvdA, ditmaal waren de rollen omgedraaid.

„Vrouwen pikken gevoeligheden en onderhuidse spanningen doorgaans wat sneller op dan mannen”, zegt VVD-wethouder Antoinette Laan (sport en cultuur). Zij signaleert nog een voordeel: „Vrouwen vergaderen korter dan mannen.”

Uit onderzoek van het blad Binnenlands Bestuur kwam vorige week naar voren dat het aantal vrouwelijke wethouders in Nederland vrijwel gelijk is gebleven. Mannen zijn met ruim 80 procent nog altijd oververtegenwoordigd in de stadsbesturen.