OM eist 7 jaar cel tegen Somaliërs

Het Openbaar Ministerie heeft gisteren zeven jaar celstraf geëist tegen de vijf Somaliërs die in Rotterdam vervolgd worden voor zeeroof.

Officier van justitie Ward Ferdinandusse benadrukte tijdens zijn requisitoir dat de Somaliërs niet vervolgd worden voor een daadwerkelijke poging tot scheepskaping, maar voor het aanmonsteren op een boot waarvan zij wisten dat deze ingezet zou worden om een koopvaardijschip aan te vallen. Artikel 381 van het Wetboek van strafrecht zet hier maximaal negen jaar gevangenisstraf op. Een piratenleider kan zelfs twaalf jaar cel krijgen, maar volgens het OM was zo’n leider er niet.

De Somaliërs ontkennen dat zij op 2 januari 2009 het Nederlands-Antilliaanse vrachtschip Samanyolu hebben aangevallen in de Golf van Aden. Zij beweren dat ze de Samanyolu om hulp vroegen nadat hun eten op was geraakt. Bemanningsleden van de Samanyolu zouden een molotovcocktail in hun bootje hebben gegooid, waarop de Somaliërs in zee sprongen.

Het OM stelt echter dat de Somaliërs het vuur openden en dat de Samanyolu handelde uit zelfverdediging. Het OM baseert zich ook op verklaringen van de Deense marine, die destijds op het incident reageerde. De toepassing van geweld door de Somaliërs hoeft overigens niet bewezen te worden om ‘zeeroof’ te bewijzen. De wet bestraft ook de intentie daartoe.

Tijdens hun eerste verhoor vorig jaar verklaarden alle verdachten dat zij van wal waren gestoken om een schip te kapen. Later wijzigden zij hun verklaringen en zeiden ze dat ze gingen vissen en op zee in de problemen waren geraakt. De rechter doet op 16 juni uitspraak.