Niet alle claims geloven

Oordelen van de Europese Voedselautoriteit over de claims die fabrikanten doen over hun levensmiddelen zijn te streng. Althans volgens de industrie.

Becel Pro-activ met kalium draagt daadwerkelijk bij aan een gezonde bloeddruk. En tabletten met melatonine helpen echt tegen een jetlag.

Deze twee gezondheidsclaims zijn helemaal waar. En dat is uitzonderlijk. Van de ruim vierhonderd gezondheidsclaims waarover de Europese Voedselveiligheidsautoriteit, de European Food Safety Autority (EFSA), onlangs uitspraak deed, achtte die autoriteit er slechts negen voldoende bewezen. Voor de rest was er onvoldoende wetenschappelijk bewijs of was dat bewijs niet overtuigend. Daarmee was de EFSA strenger dan in een eerste ronde; eind vorig jaar werd ongeveer eenderde van vijfhonderd claims goedgekeurd.

De EFSA controleert strikt op beloften die levensmiddelenfabrikanten doen over de effecten van hun producten op het lichaam. In totaal beoordeelt de autoriteit ruim 4.000 claims – die klus moet in 2011 gedaan zijn. De EFSA adviseert slechts, de Europese Commissie en de EU-lidstaten moeten die lijst met beoordelingen daarna goedkeuren. Tot nu toe namen zij alle adviezen van de EFSA over en moesten de meeste claims dus van de verpakkingen verdwijnen.

Maar nu de autoriteit bijvoorbeeld niet bewezen acht dat voedingsmiddelen met toegevoegde antioxidanten het lichaam beschermen tegen veroudering, roert de levensmiddelenindustrie zich. Alle ruim 160 claims over de gunstige werking van antioxidanten, die bijvoorbeeld in drankjes met ‘superfruit’ zoals granaatappel zitten, werden afgewezen.

Natuurlijk is het „op zich goed dat er helderheid komt over welke soorten claims wel en niet houdbaar zijn”, zegt Philip den Ouden, directeur van de Federatie Nederlandse Levensmiddelenindustrie (FNLI). Maar, zegt hij, de EFSA heeft nooit duidelijkheid gegeven over de precieze eisen aan het wetenschappelijk bewijs. „Dit is een modderig proces geworden. Voor bedrijven is niet duidelijk hoe hoog de lat precies ligt.” Den Ouden hoopt dat de Europese Commissie en de lidstaten ingrijpen en ervoor zorgen dat de EFSA de procedure verheldert.

De lobby van de levensmiddelenindustrie om de criteria voor gezondheidsclaims te versoepelen, is in meer Europese landen op gang gekomen. Onder die druk organiseert de EFSA op 1 juni een bijeenkomst met vertegenwoordigers van de industrie en experts van de lidstaten en de Europese Commissie. Het doel: verheldering en up-to-date informatie over de claims uitwisselen. Vorige week publiceerde de EFSA een document, waarin criteria voor het bewijs staan uitgelegd: gezondheidsclaims zijn alleen toegestaan als uit aangeleverde informatie blijkt dat de bestanddelen waarover de claim gaat, die ook waarmaken.

De klachten over onduidelijkheid zijn onterecht, meent Frans Kok, hoogleraar voeding en gezondheid in Wageningen. „Natuurlijk is het moeilijker om de effecten van supplementen op gezonde mensen te bewijzen, maar het is niet onmogelijk”, zegt Kok. Zo keurde de EFSA wel de claim goed over vitamine D, die de spieropbouw bevordert. En het staat vast dat foliumzuur helpt open ruggetjes bij baby’s te voorkomen.

Vage claims over verbetering van de weerstand of stoelgang, daarmee moet het afgelopen zijn, zegt Kok. Halve waarheden misleiden de consument en dienen de volksgezondheid niet. „En daar probeert de EFSA met capabele wetenschappers iets aan te doen. Die zijn echt niet opzettelijk negatief, alleen om pesterig te zijn.”

De striktheid remt echter ook de innovatie, vindt de levensmiddelenindustrie. „Bedrijven investeren honderden miljoenen euro’s in onderzoek. Daar lopen óók wetenschappers rond die naar eer en geweten onderzoek doen”, zegt Den Ouden van de FNLI. De voedingskunde is nog volop in ontwikkeling, het is een jonge wetenschap. Den Ouden: „Daar zouden de Commissie en de lidstaten rekening mee moeten houden.”

De toetsing remt innovatie bij bedrijven niet, zegt Hans Verhagen. Hij is hoofd van het Centrum voor Voeding en Gezondheid en lid van het EFSA-panel dat de claims beoordeelt. Bedrijven zullen doorzoeken naar claims die wel houdbaar zijn, voorspelt hij. En de manier waarop ze hun marketing invullen, verandert: „De schappen in de supermarkt zijn over een paar jaar echt niet leger.” Bedrijven gaan op zoek naar originele manieren om hun product in de markt te zetten. Dat is ook goed mogelijk, zegt Verhagen, want consumenten maken amper onderscheid tussen gezondheidsclaims en algemene voedingsclaims, bijvoorbeeld ‘vetarm’ of ‘light’. „Die consument denkt: is dit gezond voor mij, ja of nee?”