Met de Oder weet je het nooit

Het leek mee te vallen met hoogwater in de Oder, op de grens van Polen en Duits-land. Maar opeens werd de hoogste alarmfase afgekon-digd: dreiging van overstro-mingen en dijkbreuken.

Joost van der Vaart

Af en toe gutst water op de kade. „Pas op Johann, je voeten worden nat”, roept een man die gefascineerd van de onstuimig kolkende rivier naar Johanns schoenen kijkt. Maar hij blijft onverstoorbaar. „Nog een metertje, dan is het peil net zo hoog als in 1997. Dan kun je hier niet meer staan”, zegt Johann.

De bewoners van Frankfurt aan de Oder, in het uiterste oosten van Duitsland op de grens met Polen, houden hun adem in. De rivier waaraan ze wonen, laat zich van haar onberekenbare kant zien.

Tot eergisteren heette het dat het zou meevallen met het verwachte hoogwater. Maar ’s avonds werd ineens alarmfase 4, de hoogste, afgekondigd: dreiging van overstromingen en dijkbreuk. De Oder, die zich bij Ratzdorf, iets ten zuiden van Eisenhüttenstadt, bij de Neisse voegt, krijgt meer water te verwerken dan voorzien. De waterstand stijgt snel en bereikte gisteren een peil van bijna zes meter. Normaal is ongeveer twee meter.

In het stroomgebied van de Oder in Tsjechië en Polen heeft het de afgelopen weken overvloedig geregend. Polen is intussen het zwaarst getroffen door overstromingen.

De Duitsers aan de Oder verkeren tussen hoop en vrees: hoop dat de dijken het houden, en vrees dat het water misschien toch de recordstand (6,88 meter) van 1997 bereikt. De overstromingen van toen liggen nog vers in het geheugen. Ze hebben in Duitsland geleid tot dijkverzwaringen over een lengte van honderden kilometers. Dat was hard nodig. Sommige dijktrajecten stamden nog uit de Pruisische tijd.

Maar nog is niet alles vernieuwd. Bij Neuzelle en verder noordwaarts tussen Gartz en Friedrichsthal zijn enkele notoir zwakke plaatsen. Aan de overkant, in Polen, zijn de problemen veel groter. Op de kade in Frankfurt-Oder is dat het grote gespreksthema, na de zorg over hoe men hier zelf de voeten droog houdt. „In Slubice [de Poolse zusterstad van Frankfurt, red.] hebben ze te weinig geld voor dijkvernieuwing. Daar zitten de mensen helemaal in de zenuwen”, zegt Johann.

De dijken aan de Duitse kant worden dagelijks geïnspecteerd door tientallen functionarissen; Deichläufer die de klok rond naar zwakke plekken speuren. Een van hen is Birgit Schneider, die met een geroutineerde trap van haar laars een graspol in het dijklichaam van de Oder omhoog woelt en nauwkeurig kijkt of zich eronder scheuren of gaten bevinden. Loos alarm. „Hier is het in orde”.

In de wijken die in Frankfurt aan het water grenzen, heeft het stadsbestuur op centrale plaatsen zand gestort. De bewoners van de bedreigde Buschmühlenweg hebben gratis zakken gekregen. Een noodsituatie kan een kwestie van enkele uren zijn. „Je weet het nooit met de Oder. De rivier doet wat ze wil”, zegt een vrouw op leeftijd. Haar man staat zand te scheppen. Ze hebben vaker hoog water meegemaakt, maar dit is extreem. „We moeten nu oppassen”.

Kritiek op dit beleid van ‘pompen of verzuipen’ heeft de Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland. Al jaren geleden heeft deze natuur- en milieuorganisatie aangedrongen op structurele maatregelen. Europese en Duitse wetgeving voorzien naast dijkverzwaring ook in de aanleg van zogenoemde overloopgebieden, waar overtollig water zonder gevaar in en uit kan stromen.

Na de overstromingen van 1997 is volgens de milieubond afgesproken dat op een aantal cruciale punten aan de Oder ten minste 600 hectare aan overloopgebieden zou ontstaan. Hooguit eentiende – 60 hectare – zou in de achterliggende dertien jaar tot stand zijn gekomen. „De rivier heeft die ruimte echt nodig”, meent de organisatie.

Vanaf de stadsbrug in Frankfurt is het uitzicht op de ontketende Oder spectaculair. Een boomstam drijft voorbij. Een baken voor de scheepvaart sjort aan zijn verankering. Een patrouilleboot vaart moeizaam stroomopwaarts. Andere boten zijn er niet; er heerst een vaarverbod. Zelfs het beroemde voetveer tussen Güstebieser Loose en het Poolse Gozdowice, een stukje stroomafwaarts, is uit de vaart genomen. De pont kan niet meer afmeren. Haar aanlegplaats is ondergelopen.