Klimaatbeleid wordt goedkoper

Europa heeft steeds gezegd bereid te zijn de uitstoot van broeikasgassen in 2020 terug te brengen met 30 procent, als andere landen een vergelijkbare inspanning leveren. Het huidige onvoorwaardelijke Europese bod is 20 procent. De kosten van deze reductie werden geschat op zo’n 70 miljard euro per jaar in 2020. Het verrast niet, dat dit

Persconferentie van Connie Hedegaard (Foto AP)Persconferentie van Connie Hedegaard (Foto AP)

Europa heeft steeds gezegd bereid te zijn de uitstoot van broeikasgassen in 2020 terug te brengen met 30 procent, als andere landen een vergelijkbare inspanning leveren. Het huidige onvoorwaardelijke Europese bod is 20 procent. De kosten van deze reductie werden geschat op zo’n 70 miljard euro per jaar in 2020.

Het verrast niet, dat dit bedrag door de economische crisis fors lager uitvalt. Geen 70 miljard, maar slechts 48 miljard per jaar is nodig om de doelstelling te halen. Daarmee, zou je zeggen, wordt het een stuk gemakkelijker om de extra 10 procent CO2-reductie te halen. Dat is ook zo. Voor slechts 11 miljard per jaar meer dan de geplande 70 miljard kan de EU zijn uitstoot met 30 procent terugbrengen.

Toch gebeurt dit niet. Want, zo luidt de redenering, niets wijst er nu op dat andere landen iets vergelijkbaars gaan doen. Het gevolg is dat het rapport van Klimaatcommissaris Connie Hedegaard, dat gisteren is verschenen, een enigszins dubbele boodschap bevat:

EU action alone is not enough to deliver the goal of keeping global temperature increase below 2°C compared to pre-industrial levels. All countries will need to make an additional effort, including cuts of 80-95% by 2050 by developed countries. An EU target of 20% by 2020 is just a first step to put emissions onto this path.
That was why the EU matched its 20% unilateral commitment with a commitment to move to 30%, as part of a genuine global effort. This remains EU policy today.

Het laat heel goed zien dat een ambitieus klimaatbeleid in Europa op dit moment moeilijker te verkopen is dan in het verleden. Overigens komt dat niet alleen doordat landen als Polen en andere Midden-Europese nieuwkomers binnen de EU betwijfelen of het allemaal wel betaalbaar is, ook Duitsland en Frankrijk houden de kosten zorgvuldig in de gaten.