Gezocht: linkse boodschap

Na een goede start zakt de PvdA nu weg in de peilingen.

Dat past in een Europese trend, waarin links niet weet te profiteren van de crisis.

Veel Europese sociaal-democraten kijken hoopvol naar de Nederlandse verkiezingsstrijd. Zullen Job Cohen en zijn PvdA erin slagen om de neerwaartse lijn om te buigen, na de klappen van de afgelopen jaren?

In de meeste Europese landen is de stemming ter linkerzijde uitgesproken somber (zie inzet). Daarbij komt de worsteling met de boodschap. „De politieke sociaal-democratie heeft nu minder aantrekkingskracht dan ooit sinds de Tweede Wereldoorlog’’, constateert de Duitse socioloog en econoom Alfred Pfaller.

De Franse politicoloog Philippe Marlière rekent voor dat de sociaal-democraten de afgelopen vijftig jaar in Europa vrijwel constant terrein hebben verloren, op een opleving in de jaren negentig na. De sociaal-democratie verkeert in zo’n grote crisis, dat ze moet vechten voor haar overleven, zegt hij. „Heeft de sociaal-democratie iets onderscheidends te zeggen over veel van de problemen waar we nu mee te maken hebben? Nee.’’

Het refrein over een ‘leegte op links’ klinkt op veel plaatsen. Er is al vaak geconstateerd hoe paradoxaal dit is. De financiële crisis heeft de gebreken blootgelegd in een economisch model waarin het marktdenken centraal staat en de staat een bijrol speelt. Maar vrijwel nergens in Europa heeft deze crisis geleid tot een verschuiving naar links onder de kiezers.

In sommige landen komt dat omdat centrum-rechtse partijen oplossingen omarmen die traditioneel van links kwamen. President Sarkozy zei vorig jaar: „Het idee dat de markten altijd gelijk hebben was een waanzinnig idee […] Het is afgelopen met het laissez-faire.’’

Een andere verklaring is dat links zich in een aantal landen juist sterk maakte voor het neoliberale model van ‘meer markt en minder staat’ en dus meer individuele verantwoordelijkheid. Toen Blair in 1997 aan de macht kwam, beloofde hij een ‘derde weg’. De toenmalige Amerikaanse president Clinton sloot zich daar enthousiast bij aan. Er is eindeloos geconfereerd over wat deze derde weg precies inhield als theorie. De praktijk was in ieder geval dat linkse politici – tussen 1997 en 2002 was links aan de macht in twaalf van de toenmalige vijftien EU-lidstaten – een economisch beleid voerden dat traditioneel als rechts werd aangeduid.

Zeker in Groot-Brittannië ging deze omarming van de markt gepaard met economische groei. Maar de prijs daarvoor was toenemende sociale ongelijkheid. Berucht is de uitspraak van Blairs minister Mandelson: „We zijn er helemaal relaxed onder als mensen obsceen rijk worden – zolang ze hun belasting maar betalen.’’

Nu Labour is weggestuurd uit 10 Downing Street, is ook de ‘derde weg’ definitief ten grave gedragen. Overal in Europa proberen sociaal-democraten een 21ste-eeuwse update daarvan te formuleren. Vorige week ging het in Berlijn over ‘een nieuw progressief verhaal’, de week ervoor in Barcelona over ‘Next Left’. De Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA, probeert in discussieprogramma ‘Amsterdam Process’ nieuwe fundamenten te leggen.

Natuurlijk zijn er ook verschillen tussen de landen. In Spanje zijn de socialisten nog steeds,vergeleken met de rechtse oppositie, de moderniseerders. In Zweden en Denemarken kampen de sociaal-democraten met een gevoel van overbodigheid, omdat niemand het sociale stelsel ter discussie stelt. Maar alle buitenlandse gesprekspartners onderstrepen de overeenkomsten in de worsteling van de sociaal-democraten. Deregulering van de arbeidsmarkt, globalisering, en de neoliberale invulling van het ‘project Europa’ hebben de verschillen in de samenleving vergroot.

De ‘verliezers’ in dit proces voelen zich niet meer beschermd door de sociaal-democratie. Bovenop het gevoel van economische onveiligheid kwam het gevoel van culturele onveiligheid. Massa-immigratie heeft meer diversiteit gebracht, maar de problemen die daarmee gepaard gingen, zijn niet gelijk verdeeld en leken aanvankelijk niet eens bespreekbaar.

Ongelijkheid lijkt het sleutelwoord in de eigentijdse invulling van de sociaal-democratische ideologie. „Het focus is vernauwd”, zegt de Duitse hoogleraar sociologie Helmut Wiesenthal. „Het gaat nu vooral om sociale rechtvaardigheid, opheffing van de verschillen in inkomens en van mogelijkheden op de arbeidsmarkt.” Verwante thema’s die veel terugkomen zijn de herwaardering van de staat, beperking van het marktdenken, en een breed welvaartsbegrip waarbij niet alleen maar wordt gekeken naar groei en productie.

Maar op deze punten blijft het vooralsnog bij voorzetten in het debat. Volgens de peilingen gaat het in Nederland nu redelijk voorspoedig met de sociaal-democratie. Misschien komen er succesvolle maanden aan. Ook bij verkiezingen in Tsjechië (28 en 29 mei), in Slowakije (12 juni) en België (13 juni) staat centrum-links er gunstig voor. In Zweden maakt ‘rood-groen’ in september goede kans de macht over te nemen van de zittende centrum-rechtse regering.

Electorale opstekers geven wellicht een impuls aan het ideologische debat. Maar René Cuperus van de Wiarda Beckman Stichting wijst erop dat de grote bezuinigingen die vrijwel overal voor de deur staan, de sociaal-democratische herijking doorkruisen. „Net nu je zou willen pleiten voor een grotere rol van de staat, moet er ingrijpend worden bezuinigd.”