Geklungel BP bedreigt oliesector

De tragikomische pogingen van BP om met ‘top hats’ en ‘golfballen’ de lekkende oliebron in de Golf van Mexico te dichten, hebben afbreuk gedaan aan de geloofwaardigheid van diepzeeboringen. Iedere dode pelikaan die aanspoelt aan de kust van Louisiana vergroot het risico van overheidsinterventie. Maar de olie-industrie en de belastingbetalers moeten maar hopen dat Washington niet al te hard zal optreden tegen oliewinning op zee.

Stevige uitspraken van de Amerikaanse minister van Binnenlandse Zaken Ken Salazar, die beweert BP in de klem te hebben, duiden op groeiend ongeduld met het schijnbaar hulpeloze olieconcern. Beleggers maken zich steeds meer zorgen dat de overheid uiteindelijk de hele sector zal gaan aanpakken. Zij hebben alle reden om nerveus te zijn.

De wanhopige improvisaties van BP hebben aangetoond dat de olie-industrie niet goed weet hoe zij een lek op een dergelijke diepte moet dichten. Als de jongste pogingen mislukken, kan het tot augustus duren voordat een tweede hulpbron de uitstroom van olie kan doen stoppen. Ondertussen neemt de roep met de dag toe om radicalere en duurzamer maatregelen te treffen tegen diepzeeboringen voor de Amerikaanse kust.

Daardoor zou een lange lijst slachtoffers kunnen ontstaan, te beginnen met de concurrenten van BP, die zich eveneens op diepzeeboringen hebben gericht, omdat de toegang tot oliebronnen op het land steeds vaker wordt beperkt tot nationale oliemaatschappijen. De eigenaren van boorplatforms zouden ook een dreun kunnen krijgen. Sinds de brand op het platform Deepwater Horizon op 21 april hebben de beurskoersen van Noble Corp. en Ensco het respectievelijk 14 en 8 procentpunten minder goed gedaan dan de S&P 500 index.

Transocean, de beheerder van Deepwater Horizon, mag dan alles in het werk hebben gesteld om de aandeelhouders tegen een dergelijke ramp te beschermen, met ’s werelds grootste vloot van gespecialiseerde boorplatforms is het bedrijf zeer kwetsbaar voor een mogelijke campagne tegen diepzeeboringen.

Draconische maatregelen tegen boringen zijn uiteraard nog steeds niet het meest waarschijnlijke scenario. Serieuze beperkingen zouden een tegenslag zijn voor het Amerikaanse streven om minder afhankelijk te zijn van buitenlandse bronnen van energie. Zo’n 60 procent van de onaangeboorde Amerikaanse olievoorraden ligt voor de kust, aldus de Minerals Management Service, en de bronnen in ondiepe wateren verouderen snel. Royalties en andere vergoedingen voor boringen op zee hebben de schatkist vorig jaar zo’n 6 miljard dollar opgeleverd.

Maar de wetgevers zijn in een strijdlustige stemming. Als het Congres overweegt om de grens van de rechtszekerheid op te rekken door met terugwerkende kracht de aansprakelijkheid van BP meer dan honderdvoudig te verruimen, is het moeilijk ook nog maar iets uit te sluiten. Ieder leedvermaak van concurrenten over de problemen van BP zou moeten worden getemperd door de zorg dat zij zelf ook slachtoffer van dezelfde storm van verontwaardiging kunnen worden.

Christopher Swann