Filosofen onder elkaar

Tja, Gesprek tussen Vier Stoelen heet dit kunstwerk. Vier Discussiërende Stoelen. ‘t Is een beeldhouwwerk of een installatie of iets-daar-tussenin van de Braziliaanse kunstenaar Marepe.

Marepe brengt dagelijkse voorwerpen over naar de kunstwereld. Stoelen naar de Tate of het Centre Georges Pompidou. Dat is tot daar aan toe. De museumdirecteuren daarentegen beweren dat hij een meester is in dislocatie. Marepe gebruikt eenvoudige materialen, zoals ruw hout en tweedehands blik. Dat is zijn goed recht. Maar vergeet de kunstcritici niet. De kunstcritici prijzen hem om zijn verfrissende speurtocht naar de identiteit van de onderliggende klassen.

Marepe zet zijn dagelijkse voorwerpen van simpele makelij op een bepaalde manier bij elkaar. Dat haalt je de koekoek. De kunsthistorici, evenwel, geven hoog op van het poëtisch commentaar waar Marepe zo sterk in is.

Dislocatie, onderzoek, commentaar, ‘t is een hele mond vol bij vier heus wel grappige stoelen die een heus wel grappige conversatie lijken te voeren. Dan hebben we nog geen melding gemaakt van de getransformeerde context, de universele reikwijdte en de extrapolatie die we aantreffen doordat concrete zaken hier met nieuwe betekenissen worden gevuld – stuk voor stuk woorden die ik tegenkwam in de begeleidende teksten bij deze vier stoelen. Kunstblabla en kunstbloebloeb. Nog een geluk dat de babbelende stoelen zelf zo vriendelijk voor het oor zijn.

Wat door exegeten over nieuwe kunstwerken wordt verteld is vaak onzinniger dan het kunstwerk zelf, ook als het kunstwerk praten kan. Of geacht wordt te kunnen praten. Waarover hebben de stoelen het? In al hun geluidloosheid lijken ze me met een ernstige discussie bezig. De armen in de zij geplant, zwaaiend, nukkig. De ratten op tafel vormen een duidelijke en zwaarwegende hint. Een beetje te zwaarwegend, als u het mij vraagt.

Dit vierstoelengesprek gaat vast niet over koetjes en kalfjes. Ze lijken me wel filosofen. De dood en het verval en zo. De opstand der horden. Het gevaar van het riool. Het gesprek zal eerder een politieke dan een melancholieke inslag hebben.

De gebalde vuist zonder vuist van het achterste zitvoorwerp, tweede van links, spreekt boekdelen. Er heerst kwaadheid. Nukkigheid. Halsstarrigheid. Het valt een houten stoel nauwelijks aan te rekenen, dat laatste.

Als we bij wijze van spelletje een kwartet gewichtige kunstkenners lieten invullen wat de vier stoelen aan het palaveren waren zou er een heel ander gesprek uitrollen dan wanneer we dit aan een clubje beschonken klaverjassers zouden vragen. Of misschien ook niet.