Een zeurende pijn in de linkerarm

Dacht Europa net van de bange jaren na de kredietcrisis af te zijn, blijkt nu dat een flink aantal indicatoren die destijds beleidsmakers en bankiers de schrik op het lijf joeg, weer oploopt.

Zo erg als toen is het nog lang niet. Maar loop ze maar eens af, die oude bekenden. Driemaands Libor, de interbancaire rente die financiële instellingen elkaar onderling rekenen, is de afgelopen tijd weer gestegen. Libor op euro’s, euribor, bedraagt nu 0,699 procent. Dat is even hoog als in januari van dit jaar, toen dit tarief nog aan een weg naar beneden bezig was.

Libor op dollars staat op 0,537 procent. Dat is het hoogste peil sinds juli vorig jaar. Bankenstress in Europa, die begin deze week nog eens extra werd aangejaagd door de overname van een wankelende spaarbank door de Spaanse overheid, zorgt voor een tekort aan dollars op de Europese geldmarkt. De Amerikanen hebben inmiddels weer een swaplijn geopend met hun collega’s van de Europese Centrale Bank, om de markt van dollars te voorzien. Dat is een maatregel die ook tijdens de kredietcrisis werd genomen.

En dan zijn er nog de spreads, de renteverschillen, die aangeven hoe riskant onderling banklenen is ten opzichte van als risicovrij beschouwd lenen. Dollar-libor minus het rendement op driemaands Amerikaanse staatsleningen, een bekende van destijds, staat op 0,37 procent en dat is het meest sinds halverwege vorig jaar. De spread tussen Libor en zogenoemde overnight interest rate swaps, een maatstaf voor onderlinge leningen met de kortst mogelijke looptijd, gedraagt zich eender. Ook de angstindex voor de financiële markten, de volatiliteitsindex VIX, staat inmiddels op zijn hoogste punt sinds mei vorig jaar. De zogenoemde Itraxx-index, die de hoogte van kredietverzekering voor solide Europese bedrijven samenvat, is het hoogst sinds juli, en de Itraxx-crossover voor wankele bedrijven doet hetzelfde.

Zo bezien zijn de markten in wezen terug bij halverwege 2009, toen ze nog nasidderden van de klap van de val van Lehman in het najaar van 2008. Dat is nog niet dramatisch: alle hierboven genoemde maatstaven waren in de acuutste fase van de kredietcrisis nog steeds een veelvoud van wat ze nu zijn.

De seinen mogen dan niet op rood staan, ze zijn wel stevig oranje. En dat bij alle overheidsgaranties voor het bankwezen en vrijwel onbeperkte liquiditeitssteun door de centrale bank.

Nogmaals: van een hernieuwd infarct op de Europese financiële markten is nog lang geen sprake. Maar wat is toch die zeurende pijn in de linkerarm?

Maarten Schinkel