Een soort inktvis: vangarmen, geen zuignappen

Op een afgelegen plek in de Canadese Rocky Mountains hebben paleontologen de oudste bekende voorouder van de inktvissen gevonden.

Een onderwatervlieger met tentakels en straalaandrijving. Zo omschrijven Canadese paleontologen een uitgestorven diertje waarvan fossielen zijn gevonden in de Canadese Rocky Mountains. Dit mormel, zes centimeter lang, is de vroegst bekende voorouder van alle inktvissen. Vijfhonderd miljoen jaar geleden zwom hij op een diepte van zo’n honderd meter in helder oceaanwater. Totdat hij gevangen werd in een modderstroom op de zeebodem.

Jean-Bernard Caron van het Royal Ontario Museum in Toronto publiceert vandaag in Nature een tegendraadse wetenschappelijke reconstructie van dit inktvisje, Nectocaris pterix, waarvan het eerste fossiel al een eeuw geleden is ontdekt. Evolutiebioloog Simon Conway Morris beschreef Nectocaris in 1976 nog als een soort garnaal die er zo gek uitzag dat hij hem in geen enkele bestaande diergroep kon indelen.

Nectocaris pterix is één van de vele fossielen van de Burgess Shale, een beroemde vindplaats in de bergen, op vier uur lopen van de bewoonde wereld, het Canadese dorpje Field. Een scala aan vroege zeedieren ligt hier in een bergwand die 500 miljoen jaar geleden onderdeel was van de bodem van de open oceaan. De Burgess Shale geeft paleontologen een beeld van de Cambrische Explosie, het moment in de evolutie waarop in betrekkelijk korte tijd tal van complexe diersoorten ontstonden uit simpeler organismen zoals sponzen.

„In 1984 is 200 meter boven de beroemde vindplaats uit de negentiende eeuw een nieuwe fossiele site ontdekt”, zegt Caron aan de telefoon. „De vele fossielen die we daar gevonden hebben zijn we nog steeds aan het bestuderen. Tussen 1984 en 2000 zijn op de nieuwe vindplaats 91 nieuwe fossielen van Nectocaris gevonden. Mijn voorgangers moesten het doen met één exemplaar, geplet en incompleet.”

Inktvissen zijn snelle jagers die een ring van acht armen of tentakels rond hun bek gebruiken om prooidieren te vangen en naar binnen te schuiven. Nectocaris heeft maar twee tentakels. En hij heeft geen inktzak of zuignappen. Inktvissen die nu nog leven, hebben die wél – uitgezonderd de schelpdierachtige Nautilus.

Nectocaris heeft ook geen uitwendige schelp. Wat dat betreft lijkt hij op moderne pijlinktvissen en octopussen, maar de meeste uitgestorven oerinktvissen, zoals de ammonieten, hebben juist weer wel een schelp.

Nectocaris heeft inktvisachtige ogen en de stroomlijn van een pijlinktvis, maar die kenmerken waren niet cruciaal voor zijn classificatie als inktvis. Dat schrijft de Canadese paleontoloog Stefan Bengtson in een commentaar op de Nature-studie. Doorslaggevend was wél een trechtervormig uitsteeksel aan de onderkant van zijn kop. Deze trechter kon het diertje gebruiken om bij gevaar een straal water weg te spuiten naar achteren, zodat hij snel kon wegschieten. Andere inktvissen, uitgestorven of niet, maken ook gebruik van straalaandrijving.

„We zijn er vrij zeker van dat dit orgaan werkelijk voor straalaandrijving werd gebruikt”, zegt Caron. „De trechter heeft daarvoor de juiste vorm. Hij zit ook op de juiste plek, vlak onder zijn kop, en omdat we veel verschillende fossielen hebben kunnen vergelijken, weten we dat hij het orgaan ten opzichte van zijn lichaam in verschillende hoeken kon bewegen.”

Evolutiebioloog Stephen Jay Gould zag in Nectocaris één van de vele buitenissige beesten die lieten zien dat er in het Cambrium tal van basale diergroepen leefden die nu zijn uitgestorven. In Wonderful Life (1989) legt hij uit dat veel organismen uit de Burgess Shale niet passen in een eigen fylum, één van de circa 35 grote groepen waarin biologen het dierenrijk verdelen. In bestaande hokjes als de weekdieren of de geleedpotigen zouden deze dieren niet passen.

Nu paleontologen steeds meer Cambrische fossielen in handen krijgen – ook uit China en Groenland – zijn nog maar weinigen het met Gould eens. „De meeste organismen die leefden in het Cambrium blijken wel degelijk levende verwanten te hebben”, zegt Caron. Het maakt de Burgess Shale niet minder spectaculair. Als vroegste inktvis ooit is Nectocaris 30 miljoen jaar ouder dan enige fossiele inktvis die ooit is gevonden.