Een oerwoud van boeken vol fouten

Uitgebluste leraren, te weinig leraren, onderbetaalde leraren en een oud lesprogramma – het onderwijs in Rusland kampt met ernstige problemen.

Door onze correspondentMichel Krielaars

Tijdens de geschiedenisles op school nummer 57 schrijft de jonge leraar Sergej Nikolski – wijduitstaande zwarte krullen, bril, spijkerbroek en corduroycolbert – op het bord: ‘godsdienstoorlog’ en ‘Luther’. En meteen begint de discussie met de negendeklassers.

„Waaraan denk je bij een figuur als Luther?” vraagt Nikolski.

„Aan revolutie”, antwoordt een van de 15-jarigen in het lokaal.

„Waarom?”

„Omdat alle bestaande waarden werden omgegooid.”

En dan gaat het over Calvijn, Karel V, Menno Simons, de Dertigjarige Oorlog, de paus en noem maar op. De leerlingen horen hun leraar uit. Slechts een enkeling kleurt vierkantjes in haar schrift zwart, wat niet betekent dat ze niet luistert. „Ik vind het altijd erg spannend wat Sergej vertelt”, zegt ze.

Een uur later vonkt hetzelfde enthousiasme in het wiskundelokaal van de 61-jarige Rafael Gordin, die al zijn halve leven op de school werkt en in Rusland beroemd is door zijn leerboek meetkunde. Tiendeklassers ijveren om een geometrisch vraagstuk op het bord te mogen oplossen. Het is als een sportwedstrijd en Gordin geniet zichtbaar.

Scheikundelerares Jelena Strelnikova, een andere veteraan, is in haar amanuensishok kritischer over haar leerlingen. „In de Sovjet-Unie was het onderwijs beter dan nu”, zegt ze. „Onder Jeltsin zijn tal van nieuwe vakken, zoals maatschappijleer ingevoerd, die de kinderen bewust moesten maken van de nieuwe democratie in ons land. Dat ging allemaal ten koste van het aantal uren voor exacte vakken, waar onze school juist zo goed in is. Nu mogen leerlingen bepaalde vakken thuis doen, waar ze alles kunnen opzoeken.”

De 57ste school, in een zijstraatje vlakbij het Kremlin, is al vijfendertig jaar een van de beste onderwijsinstellingen van Rusland. Als je naar de beroemde wiskundefaculteit van de Moskouse Staatsuniversiteit wilt, dan moet je daarheen. De school telt negenhonderd leerlingen en honderddertig leraren, waarvan sommigen ook aan de universiteit doceren.

Maar zoals de 57ste zijn er in Rusland slechts een handvol scholen. Het Russische middelbaar onderwijs, waarin je tussen je zevende en zeventiende op dezelfde school zit, verkeert in een crisis. De leraren worden slecht betaald, zijn uitgeblust en presteren als pedagogen ver onder de maat. Het lesprogramma is conservatief en de afgelopen twintig jaar bijna niet veranderd. Bovendien geeft het de voorkeur aan het in het hoofd stampen van slecht gepresenteerde leerstof boven creatief denken.

„Die crisis wordt in de eerste plaats veroorzaakt door de lage salarissen, waardoor leraren vaak ongeïnspireerd zijn”, bekent Aleksandr Gavrilov van het hoofdstedelijke departement voor Onderwijs. „In Moskou bestond zes jaar geleden een ernstig lerarentekort. Niemand wilde leraar worden. Nu krijgen leraren in Moskou extra betaald en verdienen ze gemiddeld zo’n 40.000 roebel (1.038 euro) per maand.”

Maar in de provincie is de situatie heel anders. Daar heeft nooit een lerarentekort bestaan, omdat er amper banen zijn. De salarissen zijn er dan ook navenant laag. Gavrilov: „Het gemiddelde maandloon ligt er tussen de 7.000 en 10.000 roebel (181-260 euro).”

Op de 57ste school geeft de inmiddels 77-jarige Jelena Antonjoek al meer dan een halve eeuw aardrijkskunde. Ze heeft een stenenverzameling voor haar leerlingen aangelegd, een collectie atlassen verzameld en knipt artikelen uit allerlei tijdschriften om haar lessen mee te illustreren. „Aan de leerboeken van de overheid heb je niets”, bromt Antonjoek. „Ze zijn slecht geschreven, zitten vol fouten en bevatten geen goede illustraties. Daarom maak ik mijn lesmateriaal zelf.”

De bezielde Antonjoek is een uitzondering in het Russische onderwijs. Want de meeste andere bejaarde docenten zijn een kwelling voor hun leerlingen. „Ze werken alleen door, omdat hun salaris zo hoog is”, zegt Gavrilov. „Als ze met pensioen gaan houden ze nog maar 15.000 roebel over. En omdat ze volgens de wet niet ontslagen mogen worden, gaan ze vaak door tot ze niet meer kunnen. Om die situatie te veranderen proberen we nu in ieder schooldistrict opleidingscentra in te richten, waar oudere leraren jongere collega’s kunnen trainen, zodat ze niet meer voor de klas hoeven te staan.”

Een andere oorzaak van de crisis is het conservatieve onderwijsprogramma. In de Sovjet-Unie was dat op iedere school hetzelfde, omdat leerlingen een diepgaande en brede kennis moesten verwerven. Vanaf de eerste klas kwam dat neer op stampen. „Het was natuurlijk een goede basis, maar als je Russische literatuur wilt studeren, heb je toch echt geen uitgebreide kennis van de biologie nodig”, zegt Gavrilov. „Nu hebben we steeds vaker verschillende schooltypes. Lycea voor leerlingen vanaf 12 jaar, gymnasia voor de humaniora, kadettenscholen die opleiden voor het leger of de staatsdienst. Ook zijn er in de hogere klassen nieuwe vakken ingevoerd, zoals ecologie.”

Maar de wortel van het kwaad is het oerwoud aan studieboeken, die weliswaar alleen mogen worden gebruikt als ze door het ministerie zijn goedgekeurd, maar stuk voor stuk slecht zijn en vol fouten zitten. Op de 57ste school vervaardigen de leraren dan ook net als Jelena Antonjoek hun eigen lesmateriaal. Ook Sergej Nikolski laat het verplichte geschiedenisboek in de kast staan. Liever gebruikt hij zijn eigen multomap. „Als we het over de Stalinrepressie hebben dan gebruiken we boeken over de Grote Terreur en de Goelag, die de kinderen zelf uit de boekenkast van hun ouders meenemen.”

Rector Sergej Mendelevitsj voegt daar even later in het rookhok aan toe: „En als ambtenaren van het ministerie hier op bezoek komen om ons van alles aan te bevelen, geven we ze in alles gelijk. Maar zodra ze weg zijn, gaan we gewoon weer onze eigen gang.”