Een lijsttrekker in het verkeerde gevecht

Geert Wilders (PVV) heeft zijn strijd tegen de islam met een links sociaal-economisch program verbreed. Maar de lijsttrekker is momentum kwijt.

Geert Wilders maakt in de campagne scherpe keuzes bij welke media hij als PVV-leider optreedt. Wel in De Telegraaf, de Volkskrant en nu.nl, niet bij Pauw & Witteman, niet in Trouw of NRC Handelsblad.

Daarom vandaag geen aflevering met Wilders in de serie interviews met lijsttrekkers. Hij liet weten niet te willen meedoen. Verzoeken om toelichting liet hij, net als bij Trouw, onbeantwoord. Beide kranten worden in het PVV-programma genoemd. „Trouw verwerd van een eerbiedwaardige protestantse krant tot een benoemen-en-bouw-krantje en het eens gezaghebbende NRC Handelsblad is tegenwoordig in handen van de financier van de SP.”

Interviews met media die hem, kennelijk, onwelgevallig zijn, lijken niet in Wilders’ strategie te passen. Van de publieke omroep moet hij evenmin veel hebben, maar bij de grote lijsttrekkersdebatten van NOS of EenVandaag verschijnt hij wel.

In zijn mediaoptredens probeert Wilders een heldere boodschap te verkondigen: islamisering is een groot gevaar, de massa-immigratie kost miljarden en ‘Henk en Ingrid’ zijn het beste af met het sociaal-economische programma van de PVV. Dat betekent: geen verhoging van de AOW-leeftijd, geen beperking van de hypotheekrenteaftrek, geen bezuinigingen op de WW. Die punten maakt hij wel, zoals gisteren in het Carrédebat op RTL4, maar hij keert ook telkens snel terug bij zijn corebusiness. In één van zijn eerste bijdragen aan het debat, dat over de economie ging, zei hij: „Andere partijen willen bot bezuinigen op de WW, terwijl er 7 miljard per jaar wordt uitgegeven aan de massa-immigratie. Hoe kunnen mevrouw Halsema en meneer Pechtold dit uitleggen?” Het leidde tot hoongelach van een deel van het publiek en GroenLinks-leider Halsema.

Minder dan twee weken voor de verkiezingen tracht Wilders zich op deze manier terug te vechten. Was zijn partij een half jaar geleden de grootste in sommige peilingen, inmiddels is ze ruimschoots ingehaald door VVD, PvdA en CDA. Wilders riep na de kabinetsval steeds dat het een strijd zou worden tussen hem en de PvdA en zette zich af tegen „nationaal theeslurper” Job Cohen. Maar de échte strijd is nu tussen links en rechts. Cohen, Rutte (VVD) en Balkenende (CDA) zijn de hoofdrolspelers. Hoewel Wilders zondag nog wel met het ‘premiersdebat’ mocht meedoen, is hij meer aan de zijlijn komen te staan. De verkiezingen gaan over de economie, niet over het immigratievraagstuk.

Het is dan opmerkelijk dat Wilders’ campagne tot nu toe vrij tam verloopt. Waar Rutte, Cohen en Balkenende elkaar in de media non-stop van commentaar voorzien, wordt Wilders genegeerd en maakt hij weinig indruk meer met zijn vaste oneliners als ‘gevangenen hebben het beter dan de ouderen in verzorgingstehuizen’.

De PVV is ook in het land minder prominent aanwezig dan andere partijen. Wilders en zijn fractiegenoten gaan een keer of tien het land in. Dat is weinig in vergelijking met de concurrentie. Afgezien van de grote debatten, treden PVV’ers weinig op in de media. Fleur Agema, nummer twee van de PVV, kwam afgelopen dinsdag naar Knevel en Van den Brink, samen met de nummers twee van VVD, CDA en PvdA. Nummer drie van de PVV, de Eindhovense advocate Lilian Helder, werd gepresenteerd als een groot talent, maar zij heeft zich nog niet laten zien. Dat lijkt te maken te hebben met de controle die Wilders wil houden: kandidaten die in de openbaarheid treden, kunnen fouten maken.

De enige PVV’er die wél zichtbaar is, is Hero Brinkman – maar die voert zijn eigen campagne. Vlak nadat hij zich verzekerd wist van zijn elfde, en dus verkiesbare, plek, ging hij publiekelijk de strijd aan voor meer partijdemocratie binnen de PVV. Hij roept medestanders op een voorkeurstem op hem uit te brengen. Brinkman wil, naast meer partijdemocratie en een jongerenafdeling, dat de PVV ophoudt een single issue-partij te zijn. „Ik sta voor de volle 100 procent achter onze islamstandpunten, maar ik wil niet dat het straks na Prinsjesdag weer alleen over de islamisering gaat”, zegt hij.

De afgelopen jaren profileerde Wilders zich met een inktzwarte boodschap over de islam. Maar na zijn film Fitna leek ook hij te beseffen dat hij zijn toon moet veranderen. Hij kondigde aan zijn partij te willen verbreden en dat gebeurde ook, vooral met een links sociaal-economisch programma. En toch koos hij de ‘linkse kerk’, met speciaal Job Cohen, als campagnedoelwit uit.

Deze strategie heeft hij onlangs aangepast. Hij richt nu ook zijn pijlen op Rutte. „Van de VVD mogen er nog duizenden moskeeën bijkomen”, waarschuwde hij zijn achterban dinsdag in Tilburg. „Voor de verkiezingen kopieert de VVD een paar puntjes van de PVV. Maar na de verkiezingen gaan de grenzen weer wagenwijd open.”

De strategiewijziging maakt duidelijk dat hij al wat langer de wind niet meer mee heeft. Het voorstel voor de kopvoddentaks, een belasting op hoofddoekjes, viel volgens bronnen rond de PVV niet bij iedereen in de fractie goed. Twee kandidaten die Wilders na een uitgebreide trainingsprocedure bij de eerste tien had geplaatst, moesten zich na mediapublicaties terugtrekken. In Almere en Den Haag wist de PVV verkiezingszeges niet in bestuursverantwoordelijkheid om te zetten.

Van zijn concurrenten krijgt hij het verwijt dat hij eigenlijk niet wíl regeren. Van de AOW maakte hij een breekpunt. Daardoor is alleen de SP nog een kandidaat-regeringspartner. Hoewel de PVV-voorman bij de presentatie van zijn verkiezingsprogramma beklemtoonde dat hij er klaar voor is, kwam hij al snel met een second best optie: gedoogsteun aan een minderheidskabinet van CDA en VVD. Met deze uitspraken lijkt hij bewust aan te sturen op het Deense model, waar de Deense Volkspartij relatief veel invloed heeft gekregen op het immigratiebeleid door het centrum-rechtse minderheidskabinet te steunen.

Als de uitslag het toelaat, en het CDA en de VVD de verleiding niet kunnen weerstaan, kan Wilders toch grote invloed uitoefenen en rustig werken aan de opbouw van de PVV. Die partij zal wel minder gegroeid zijn dan hij een paar maanden geleden had bedacht.