Een breinbreker met humor

Met puzzels maakte Martin Gardner de wiskunde aantrekkelijk. Hij rekende af met pseudowetenschappers.

Zaterdag overleed hij.

Martin Gardner, de grondlegger van de ‘recreatieve wiskunde’, is overleden. De columns over wiskundige en logische puzzels die hij van 1957 tot 1981 in Scientific American schreef, openden ook voor niet-wiskundigen een wereld vol optische illusies, fractals, konijnenreeksen, Möbiusbanden, chaostheorie en priemgetallen.

Een wereld waarin je niet per se op een vierkant bord hoeft te schaken omdat het ook op een lineair bord kan – één vakje breed. Hij maakte wiskunde bijzonder vrolijk en mooi, helder en tegelijkertijd een tikje mysterieus. Gardners boeken waren voor generaties wiskundestudenten de eerste kennismaking met het vakgebied. Zaterdag overleed hij na een kort ziekbed op 95-jarige leeftijd in Norman, Oklahoma.

Martin Gardner publiceerde ruim zeventig boeken, voornamelijk met puzzels. Maar hij schreef ook over zijn hobby goochelen, over pseudowetenschap en andere filosofische onderwerpen hij en publiceerde zelfs wat eigen fictie. The Annotated Alice (1960) was een bestseller: een heruitgave van Lewis Carrolls boeken Alice in Wonderland en Through the Looking Glass met een zeer uitgebreid commentaar van Gardner naast – en over alle mogelijke aspecten van – de oorspronkelijke tekst.

Gardner, geboren in Tulsa, Oklahoma, als zoon van een kleinschalige oliehandelaar, studeerde zelf geen wiskunde, maar filosofie. Omdat hij met louter denken zijn geld niet kon verdienen, ging hij schrijven. Hij werkte onder meer als assistent-olieredacteur bij de Tulsa Tribune en ontwierp papiervouwpuzzels voor het kindertijdschrift Humpty Dumpty’s Magazine. Een artikel over een gevouwen hexaflexagon (een vouwmodel met verborgen oppervlakken) bracht hem bij Scientific American.

In de jaren zestig hielp Gardner de graficus M.C. Escher om bekendheid te geven aan zijn werk – en als hij geweten had dat Escher zo beroemd zou worden, zei hij later in een interview, had hij meer van hem gekocht. In 1976 was Gardner een van de oprichters van wat nu het Committee for Skeptical Inquiry heet: de Amerikaanse vereniging van ontmaskeraars van pseudowetenschap, waaraan hij tot kort voor zijn dood nog bijdragen leverde.

Zijn laatste artikel op de CSI-site, van maart/april 2010 gaat over Oprah Winfrey. Het heeft als strekking: het is weliswaar fijn en knap dat deze vrouw zo is opgeklommen en dat ze zo veel goed doet, maar in wetenschappelijk opzicht is ze een onbenul die regelmatig New Age-onzin aanbeveelt en dat zou ze niet moeten doen. Gardner wist dit zeldzaam vriendelijk te brengen – helder, licht ironisch en van iedere agressie gespeend. Dat is ook hoe vrienden en collega’s Gardner beschrijven: er valt geen ruzie mee te maken. Wel grappen. Op 1 april schreef hij eens dat Einsteins relativiteitstheorie was ontkracht en dat Leonardo da Vinci het doorspoeltoilet had uitgevonden.

Gardner laat, naast verdrietige wiskundigen wereldwijd, ook twee zoons en drie kleinkinderen na; zijn vrouw Charlotte, met wie hij 48 jaar getrouwd was, overleed al in 2000.