Dromen van een taverna

En als je nu eens een taverna zou beginnen hier? Die vraag kwam vroeger bijna elke vakantie in Griekenland wel op. Nu is dat wat gesleten, omdat er denkelijk toch een sprankje geloof in de fantasie moet zitten wil het leuk zijn om hem te volgen. Iets wat hoe dan ook niet zal gebeuren, bijvoorbeeld omdat je zeker weet dat je het niet wilt, leent zich niet voor fijn fantaseren.

Het kopen en opknappen van een vervallen huis op een geweldige plek kan altijd. Je loopt om zo’n huis heen, desnoods met wat wederrechtelijk over hekjes klimmen, fantasie moet wel de ruimte krijgen, en je zegt: kijk, hier zit de kast nog in de muur, die herstellen we, en daar zitten we dan ’s avonds en dan kijken we uit over deze vallei, deze bergen, die zee. Hoeveel huizen zijn zo al niet toegeëigend, hoeveel levens geleefd.

Natuurlijk sproeit op een gegeven moment de koude douche van de praktische zin  zijn ontnuchterende stralen: je zou er hooguit drie weken, nu vooruit, vijf weken per jaar heen kunnen gaan. Je zou je met Griekse aannemers moeten verstaan en dan ook nog op afstand. Je zou ook wel weer eens naar een ander eiland willen, een ander land misschien zelfs , maar dat kon dan niet. Het is de duurste manier om in een huis te zitten.

Tegen de te beginnen taverna’s bestaan natuurlijk nog véél meer bezwaren, maar de dromen waren zo leuk. Jarenlang kon je in Griekenland zo veel nergens krijgen (drinkbare koffie om maar eens wat te noemen) dat je makkelijk van alles kon verzinnen voor in je taverna achter het strand op Naxos. Maar nu staan daar gewoon al driehonderd taverna’s, allemaal met espressoapparaten. Daar is dus niemand meer nodig.

Bovendien ging je het niet doen.

Maar even dook de oude lust weer op in het kleine, hooggelegen dorpje Petrí dat op Lesbos uitkijkt op het zoveel bezochtere en populairdere Pétra. In dat dorpje is een taverna. Als je daarnaar toe klimt (met de auto kan ook, maar dan heb je er niets aan) langs een vuilnisbelt, door een dorp dat tot ruïnes is vervallen, langs beekjes en onder olijven door, is de taverna met zijn grote balkonterras een volslagen verrassing. Er zat een heel gezin te wachten op klanten en moeder en dochter lieten dolgraag zien wat ze allemaal klaar hadden voor als die zouden komen: soutzoukakia (gestoofde gehaktballetjes), gevulde aubergine, moussaka, gevulde courgette met witte saus,  oktopus in rode wijn, runderstoofvlees met rijst, of zullen we vissen grillen of lamskoteletjes roosteren?

Zo’n taverna! Dat zou leuk zijn!

Maar waarschijnlijk bedoel je alleen, sproeit de koude douche, dat je er wilt eten. En dan verandert de douche weer in een warm bad, want je eet er zo heerlijk en je kijkt zo mooi uit, over de heuvels tot aan zee, en ze hebben de auberginepuree (melitzanosalata) zo heerlijk gemaakt…

Auberginepuree met walnoten

  • 2 aubergines
  • 3 lente-uitjes met groen
  • 4 blaadjes munt
  • 6 walnoten
  • olijfolie
  • citroensap

Prik de aubergines aan alle kanten in met een vork (anders ontploffen ze) en leg ze op folie een uur in de oven op 180 graden, of, nog beter, rooster ze op een houtskoolvuurtje.

Snijd ze open en laat ze op een zeef uitlekken. Schep het vruchtvlees eruit en vermeng dat met behulp van een vork met de fijngesneden lente-ui, de fijngehakte munt, de gehakte walnoten, een scheutje olijfolie, kneepje citroensap, peper en zout en snufje gedroogde oregano. Drink er retsina bij. Droom een uitzicht. Wat zeg ik: een leven.