Bondgenootschap zonder vijand?

Wanneer de president van de Council on Foreign Relations in New York zegt dat de trans-Atlantische relatie op dit ogenblik „veel minder betekent dan zij ooit sinds de jaren dertig heeft gedaan”, dan moet aan deze krasse uitspraak meer waarde gehecht worden dan alle soortgelijke uitspraken die sinds het einde van de Koude Oorlog – ook, tot vervelens toe, in deze rubriek – gedaan zijn.

Waarom? Omdat de Council jarenlang de intellectuele broedplaats in geweest van de Amerikaanse buitenlandse politiek zoals president Roosevelt en zijn opvolgers (tot aan Bush jr.) die hebben gevoerd. Het Marshallplan en de NAVO zijn er de vroege producten van. De elite van Amerika’s oostkust (van Virginia over New York tot en met New England) heeft altijd meer opengestaan tegenover Europa dan de rest van het land.

Daarom betekent het iets wanneer Richard Haass, de tegenwoordige president van deze Council, zo’n uitspraak doet (in de Financial Times van 13 mei). De invloed van het zogenoemde East-Coast Establishment mag dan afgenomen zijn en president Obama mag dan meer Europees gezind zijn dan zijn voorganger, ook hij heeft te maken met de tektonische verschuivingen die zich de laatste twintig jaar hebben voltrokken – en niet ten voordele van Europa.

Wat zegt Haass nog meer om zijn stelling te schragen? „Het Europese project is aan het zinken.” De Griekse crisis is daar slechts het laatste bewijs van. Het „snel verouderende Europa” zal niet lang’s werelds grootste economie blijven. Het idee van Europa’s eenheid spreekt niet meer tot de verbeelding van vele Europeanen. En Haass herhaalt het woord van minister van Defensie Gates, die van Europa’s „demilitarisatie” sprak, de onwil van de meeste Europese landen meer te besteden aan hun defensie.

Dat zal gevolgen hebben voor de NAVO. Zeker, het einde van de Koude Oorlog had al de betekenis van dit Amerikaans-Europese bondgenootschap verminderd, maar Europa’s zwakte maakt het er voor de Amerikanen niet aantrekkelijker op er nog veel in te investeren, te minder nu andere hemelstreken belangrijker en soms gevaarlijker zijn geworden.

Nogmaals: het is al eerder gezegd, maar wanneer iemand als Haass dit zegt, dan is er niet veel fantasie voor nodig zich voor te stellen hoe er in het Congres over gedacht wordt. Maar wat ziet Haass als alternatief voor Amerika? Het zal coalitions of the willing smeden, waaraan soms Europeanen zullen meedoen, „maar zelden of nooit zullen de VS naar hetzij de NAVO hetzij de EU als zodanig kijken”.

Dit oordeel valt samen – Haass noemt dit „meer dan een beetje ironisch” – met het advies dat een adviescommissie onder leiding van Madeleine Albright (president Clintons minister van Buitenlandse Zaken) heeft uitgebracht over de strategie die de NAVO de komende jaren moet volgen. Jeroen van der Veer, oud-president van de Koninklijke, was er vicevoorzitter van.

Er staan wijze dingen in haar rapport, bijvoorbeeld dat de NAVO zich zoveel mogelijk moet beperken tot haar kerntaak: het verdedigen van de veiligheid van de 28 lidstaten. „De NAVO is een regionale speler, geen speler op het wereldtoneel.” Daaruit valt op te maken dat zij in een toekomstig Bosnië misschien nog wel een taak heeft, maar in een toekomstig Afghanistan minder.

Daarnaast moet de relatie met Rusland worden aangehaald. Dat advies zal waarschijnlijk in landen als Polen en de Baltische staten, die zich nog door dat land bedreigd voelen, niet voetstoots gevolgd worden. Moeten zij dan maar „ naar dat besef toegroeien”, zoals Van der Veer zegt in het interview met Petra de Koning in deze krant (17 mei)? Je zou het hun niet kwalijk mogen nemen als deze raad hen zou doen denken aan president Chiracs sermoen in 2003 dat „zij een goede gelegenheid aan zich voorbij hebben laten gaan hun mond te houden”.

Het zal moeilijk zijn één veiligheidsconceptie te bedenken voor een bondgenootschap waarvan sommige leden zich bedreigd voelen en andere niet. Op den duur kan zo’n verschil fataal voor de NAVO zijn, te meer wanneer bedacht wordt dat de VS haar in de eerste plaats zien als een instrument voor interventie in crises over de hele wereld (Afghanistan bijv.), wat op steeds meer onwil stuit bij alle Europeanen.

Wat betekent de situatie als door Haass geschetst voor Nederland (voor zover het een keus heeft)? Redacteur Menno Tamminga constateerde in deze krant (15 mei) dat de Nederlandse politieke en zakenelite in „denken en doen steeds Angelsaksischer georiënteerd raakte”, terwijl zijn economie steeds meer met Duitsland vervlecht raakt, zoals weer blijkt tijdens de huidige eurocrisis: hier is Nederland het (met Oostenrijk en Finland) eens met Duitsland.

Inderdaad geeft de oriëntatie van onze elites op Amerika, evenals de fameuze ‘Atlantische reflex’, niet meer de betekenis weer die Amerika nog voor ons heeft. Mensen die nog zweren bij de International Herald Tribune – zeker, een goede krant, maar sterk op het nieuws uit Amerika gericht – lopen achter. Laten ze eens een Duits dag- of weekblad nemen, en als ze liever Engels dan Duits lezen (Frans kennen de meeste hunner, als gevolg van de onderwijshervormingen, al helemaal niet), dan zijn de Financial Times en The Economist, die Amerikaans en ander nieuws meer in een verhouding geven die beantwoordt aan onze realiteit, uitstekende alternatieven.

Nederland heeft geen andere keus dan zich aan te passen aan het continent waar het toevallig deel van uitmaakt. Helaas is eenheid op dit continent ver te zoeken. Dit dwingt Nederland tot de keus die het meest in overeenstemming is met zijn belangen, ook als zijn sympathieën elders zouden liggen.

Twee correcties:

Koningin Juliana’ s veiligheidsagent heette niet Sissink, maar Sesink; de Dokwerker staat niet op het Waterloo-, maar het Jonas Daniël Meijerplein (20 mei jl.)

Wilt u reageren? Dat kan online via nrc.nl/heldringOf mail de auteur op dezerdagen@nrc.nl