Beperkte voetbalwet

‘Doe eens een keer wat”, riep André Bolhuis, de nieuwe voorzitter van de sportkoepel NOC*NSF, dinsdag tegen ‘de politiek’ in zijn eerste publieke optreden. Zijn ongeduld is begrijpelijk. Tegelijk laat de sportwereld er ook de machteloosheid tegen voetbalvandalisme mee zien. Onlangs veranderde de bekerfinale Ajax-Feyenoord in een schertsvertoning met gescheiden publiek en gescheiden locaties.

Bolhuis’ frustratie richt zich op de ontwerp-voetbalwet, waartegen in de Eerste Kamer bezwaren zijn gerezen, die werden voorgelegd aan de Raad van State. Gisteren werd het kritische advies van de Raad gepubliceerd. Maar ook het uitvoerige antwoord van het kabinet, waarmee het een aantal bezwaren vrij overtuigend wegneemt. De behandeling in de senaat wordt eind juni voortgezet. Het kan er dus zomaar van komen dat de wet toch snel het Staatsblad zal halen.

Maar ook als de ‘voetbalwet’ is ingevoerd, moeten de verwachtingen niet al te hooggespannen zijn. Burgemeesters krijgen dan de mogelijkheid om vandalen bij voetbalwedstrijden, straatfeesten of oudejaarsvieringen plaatselijk een meldplicht op te leggen, gedurende het evenement. Ook worden voorbereidingshandelingen voor alle vormen van uitgaansgeweld strafbaar.

Critici hebben erop gewezen dat dit voorstel bleek afsteekt bij de Britse Hooligan Act. Volgens het kabinetsvoorstel let iedere burgemeester in Nederland alleen op de eigen hooligans. Hier is een stadionverbod doorgaans plaatselijk, voor de Kuip, de Arena of een ander stadion. In het Verenigd Koninkrijk is de aanpak altijd landelijk. Een stadionverbod, gecombineerd met een meldplicht, geldt er per definitie voor alle stadions. De voorliefde voor de decentrale aanpak in bestuurlijk versnipperd Nederland zegevierde boven een nationale aanpak.

Ook zijn de sancties niet indrukwekkend. Een bestuurlijk stadionverbod mag nu drie maanden duren en is driemaal te verlengen. Daar wordt dus veel plaatselijke beslis- en procesmoeite in gestopt – steeds voor maar één van de 34 voetbalstadions in Nederland. Dat blijft dus hollen met een vlindernetje achter de vandalen aan.

Het kabinet koos er overigens terecht voor om stadionagressie net zo te behandelen als ernstige overlast in wijken of bij grootschalige evenementen. Een deel van de vertraging in de senaat werd daardoor wel mede veroorzaakt door discussies die niets met voetbal te maken hebben.

Zo was er kritiek op de sancties tegen overlast door jonge kinderen. De ouders van deze ‘twaalf-minners’ worden zélf strafbaar als zij de eventuele avondklok voor hun kinderen niet handhaven. Dat is een forse ingreep in het gezinsleven, die op gespannen voet staat met de Europese burgerrechten. Ook was het wetsvoorstel onnauwkeurig voor wat betreft de omvang en frequentie van een eventuele meldplicht op het politiebureau. De discussie over het steeds vaker, makkelijker en vroeger strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen was evenmin overbodig. ‘Doe wat’ is een goede aansporing. Maar ‘doe het juiste’ is de echte opgave.