Bank gaat vooraf sparen voor faillissement

Het stelsel dat spaarders beschermt gaat veranderen. Banken gaan sparen voor een garantiefonds. De Consumentenbond vreest dat de klant moet betalen.

Het voorkwam grote paniek tijdens de bankencrisis, maar het voldoet niet meer. Het depositogarantiestelsel (DGS), het stelsel dat de spaarder beschermt, gaat op de schop.

Nog voor het einde van het jaar komt het ministerie van Financiën met een voorstel voor een ander soort stelsel. De verandering zit in de wijze waarop het stelsel wordt gefinancierd. Banken krijgen nu de rekening in één keer achteraf als een rivaal failliet gaat, het ex-post systeem. In de toekomst gaan banken vooraf via jaarlijkse premiebetalingen ‘sparen’ om de kosten van een faillissement op te vangen, het zogeheten ex-ante systeem. Een aantal banken hoopt dat er ook een systeem komt waarbij er meer moet worden bijgedragen aan het fonds naarmate een bank meer risico neemt.

Het is de bedoeling dat de consument hiervan weinig merkt. Nog steeds krijgt hij 100.000 euro aan spaargeld terug mocht zijn bank failliet gaan. Maar de Consumentenbond vreest dat de klant indirect toch gaat betalen. „Wij willen dat het systeem blijft zoals het is”, zegt Carel van Vredenburch, beleidsadviseur financiën bij de Consumentenbond. „Het is de vraag of en hoe de consument beter af is in een nieuw systeem. Wij vrezen dat banken de premie die zij gaan betalen doorberekenen via lagere spaartarieven.”

Het ex-post DGS bestond lang zonder problemen. Er waren weinig banken die omvielen en als er een ging (Van der Hoop in 2005) functioneerde het DGS zoals het moest: de garantie dat het spaargeld tot een maximum bedrag werd terugbetaald voorkwam een bankrun. Met de financiële crisis veranderde alles. Het verdwijnen van Icesave en DSB kostte de Nederlandse banken miljoenen, zonder dat de omgevallen bank zelf een cent daaraan meebetaalde.

In het nieuwe systeem gaan alle banken jaarlijks een bijdrage storten in een fonds, al naar gelang hun marktaandeel op de spaarmarkt. Dit fonds moet in 10 tot 15 jaar een omvang hebben van circa 3,65 miljard euro, zo’n 1 procent van de nu uitstaande spaargelden. Het bedrag lijkt weinig, maar moet voldoende zijn om het faillissement van een kleinere bank op te vangen. Als één van de grote banken omvalt voldoet het DGS sowieso niet omdat de kosten dan zo hoog zijn dat alle banken in problemen komen. Als een grotere bank failliet gaat moet of het oude systeem de schade opvangen of de overheid moet inspringen zoals eerder bij de reddingsacties van ABN Amro, ING of SNS Reaal.

Het spaarfonds wordt beheerd door De Nederlandsche Bank die het zal beleggen in staatsobligaties die veilig worden geacht (Nederland en Duitsland) en die snel in contanten zijn om te zetten.

Dat er een ander systeem moet komen, daar zijn de partijen het wel over eens. „De kredietcrisis heeft de risico’s van het huidige systeem laten zien”, zegt Bouke de Vries, hoofd financiële sector onderzoek bij Rabobank. „Ex-post heeft jarenlang goed gefunctioneerd, maar er zit een moral hazardrisico in.” Daarmee doelt hij op risicovol gedrag van banken die hoge rentes aanbieden omdat ze weten dat er – mocht het fout gaan – een stelsel is dat het spaargeld ophoest. Hetzelfde gedrag kan spaarders worden aangerekend. Zij hoeven zich tot een bedrag van 100.000 geen zorgen te maken en kunnen, zonder te kijken naar het risicoprofiel, hun geld bij de hoogste bieder wegzetten.

Bij Rabobank, marktleider op de spaarmarkt, hopen ze dat de hoogte van de premie mede afhankelijk wordt van hoe risicovol een bank opereert en dat er wordt gekeken naar bijvoorbeeld de kapitaalspositie en kwaliteit van bezittingen.

Het is de vraag of en hoe dit gaat gebeuren. „Ik ben zelf ook wel voor een spaarfonds”, zegt universitair docent economie Tsjalle van der Burg van de Universiteit Twente. „En als de risico's van een bank op een redelijke wijze kunnen worden ingeschat – wat voor mij bepaald niet zeker is, want het inschatten van die risico's is zeer moeilijk – dan mag de premie voor het spaarfonds van mij ook risico-afhankelijk zijn.” Ook Van Vredenburch van de Consumentenbond ziet een probleem. „Is een bank die nu 5 procent rente biedt risicovoller dan de bank met 2 procent? En wat als de rente stijgt naar 8 of 9 procent. Is een bank die dan 10 procent biedt een risico? Het is lastig om zo onderscheid te maken.” De Consumentenbond ziet nadelen voor de consument. „Als een bank in problemen komt gaat de premie omhoog waardoor ze een minder hoge rente kunnen aanbieden. Hierdoor trekken ze weer minder geld aan. Het kan een sneeuwbaleffect veroorzaken.”

Ondanks deze bezwaren komt het ex-ante DGS er. Het ministerie kijkt naar geen ander systeem, ook al omdat veel Europese landen eenzelfde soort DGS hebben. Binnen de Europese Unie wordt er gesproken over het opzetten van één DGS voor de hele EU, maar het is onduidelijk wanneer dit er komt. Brussel stelde deze week voor om tot die tijd nationale bankenfondsen in te stellen waarin via een bankheffing een potje wordt gemaakt om faillissementen ordentelijk af te handelen.

Dat potje is niet bedoelt om de spaarders te vergoeden. Dat blijft voorlopig nationaal geregeld en blijft, omdat het Europees is afgesproken, ook staan op de som van 100.000 euro. De kans is klein dat dit de komende jaren wordt verlaagd omdat het onrust met zich mee zou brengen. Een verlaging van het bedrag – dat in Nederland voor de crisis op een kleine 40.000 euro stond – zou volgens De Vries van Rabo op den duur wel kunnen. Hij denkt aan 50.000 euro.

Het plan van universitair docent Van der Burg gaat verder. Volgens hem zou er alleen volledige garantie moeten komen voor de eerste 10.000 euro. Voor het spaargeld tussen 10.000 en 100.000 euro zou een percentage gegarandeerd zijn van zeg 10 procent, zo nodig met garantie de overheid. Diezelfde overheid krijgt het recht om in een vroeg stadium bij een probleembank een ‘crisisregime’ instellen waardoor de bank een spaarder niet meer geld mag teruggeven dan het gegarandeerde bedrag. Het crisisregime wordt opgeheven als de problemen zijn opgelost waarna de spaarder zijn hele inleg terugkrijgt.

Van der Burg ziet een voordeel in dit plan omdat de spaarder bij een faillissement het niet gegarandeerde deel van zijn inleg niet terugkrijgt. „Het risico voor de spaarder is dan een stimulans om bij een betrouwbare bank te gaan sparen. Daardoor gaat er minder geld naar minder betrouwbare banken”, zegt hij.