Akkoord over langer doorwerken binnen bereik

Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers zijn „optimistisch” over de kansen om samen een akkoord te bereiken over flexibele verhoging van de AOW- en pensioenleeftijd. Enkele problemen moeten nog worden opgelost. Het is onzeker of er voor de verkiezingen van 9 juni een akkoord ligt.

Dat melden bronnen rondom de onderhandelingen. Kern van het akkoord, waarover nog wordt onderhandeld, is invoering van een flexibele AOW- en pensioenleeftijd, die in twintig jaar geleidelijk kan oplopen tot 67 jaar of 68 jaar. Ook moet het mogelijk blijven om met 65 jaar te stoppen tegen „min of meer” dezelfde uitkering als nu. Dat kan als de AOW-uitkering wordt gekoppeld aan de verdiende lonen, zoals de bonden willen.

Cruciaal in het voorstel van de sociale partners is dat de leeftijd van AOW en pensioen gelijktijdig wordt verhoogd en wordt gekoppeld aan de levensverwachting. Dat is een financiële verlichting voor de pensioenfondsen, die de uitkering voor een steeds langere periode moeten betalen omdat mensen steeds langer leven. Werkgevers zijn content met de daling van de pensioenlast aangezien zij twee derde betalen van de premie voor het pensioen, waarvoor werknemers via het bedrijf sparen.

De sociale partners willen mensen „niet overvallen” en daarom pas over tien jaar, in 2020, de leeftijd optrekken naar 66 jaar. Elke vijf jaar zou de leeftijd daarna moeten worden bijgesteld, afhankelijk van de levensverwachting. Blijft deze stijgen dan wordt de leeftijd in 2025 waarschijnlijk verhoogd naar 67 jaar en eventueel naar 68 jaar in 2030.