Zeerovers voor de Rotterdamse rechter

Nederland is het eerste westerse land dat een oordeel velt over Somalische piraten.

Gisteren begon de rechtzaak in Rotterdam. Niet iedere verdachte hield het droog.

(FILES) Photo taken on January 4, 2010 shows armed Somali pirates carrying out preparations to a skiff in Hobyo, northeastern Somalia, ahead of new attacks on ships sailing in the Gulf of Aden. Pirates holding ships just off the Somali town of Harardhere moved them on May 3, 2010 after Islamist militants seized the town, residents and pirates said. "The Islamists have not interfered with us yet but some ships near Harardhere were moved in order to avoid any attempt to interfere," Abdi Yare, a pirate in the nearby coastal town of Hobyo, another pirate hub, told AFP. AFP PHOTO FILES / MOHAMED DAHIR AFP

Sayid legt zijn handen op zijn hoofd en verheft zijn stem. „Ik heb er niks aan als jullie mijn zaak steeds weer uitstellen”, zo weerklinkt het luid in het Somalisch. Een tolk vertaalt. „Wij hebben kinderen thuis”, zegt Sayid (uit 1970), die een wit shirt met lange mouwen draagt, terwijl hij naar zijn vier landgenoten naast hem gebaart. „Ik weet niet wie van mijn familie nog leeft.” Nadat Sayid is uitgeraasd, legt hij zijn handen in zijn schoot. Tranen.

Sayid was gisteren door de rechter gevraagd om een reactie op het verzoek van zijn eigen advocaat, om de rechtszaak tegen hem aan te houden. Advocaat Nancy Schepens wil meer tijd om in Turkije bemanningsleden te horen van de Samanyolu, het vrachtschip dat op 2 januari vorig jaar in de Golf van Aden zou zijn aangevallen door Sayid en zijn vier medeverdachten. Maar meer tijd voor verhoren, zou ook betekenen: verlenging van de hechtenis, terwijl de verdachten al ruim een jaar in detentie zitten. Het idee alleen al maakt Sayid wanhopig.

De zaak rond de Samanyolu komt voor de Nederlandse rechter omdat het schip voer onder de vlag van de Nederlandse Antillen. De bemanningsleden kwamen uit Turkije en Azerbajdzjan. Nadat de Deense marine de vijf Somaliërs op 2 januari 2009 op zee had opgepakt, ging het Landelijk Parket over tot vervolging.

En zo kan het gebeuren dat een verhaal dat duizenden kilometers verderop op zee begon, met machinegeweren, enterladders en buitenboordmotoren, eindigt in zittingszaal 35 van de Rotterdamse rechtbank, met kale muren en fel tl-licht. Zeerovers in een formica beklaagdenbank.

De rechtszaak tegen Sayid en zijn landgenoten kan op internationale belangstelling rekenen. Nederland wordt het eerste westerse land waar een rechtbank oordeelt over verdachten van de piraterij bij Somalië, een verschijnsel dat is uitgegroeid tot een serieuze bedreiging voor het internationale zeetransport en waar ieder jaar tientallen miljoenen euro’s aan losgeld in omgaan. De rechter wijst vermoedelijk op 16 juni vonnis.

Gisteren begon de inhoudelijke behandeling van de zaak, na de drie pro-formazittingen sinds de Somaliërs in februari vorig jaar in Nederland arriveerden. Ze zijn aangeklaagd voor zeeroof, een misdrijf waar ze negen jaar cel voor kunnen krijgen – een eventuele groepsleider zelfs twaalf jaar. Behalve Schepens vragen nog twee van de vijf advocaten om aanhouding van de zaak, zodat de bemanningsleden van de Samanyolu gehoord kunnen worden.

Advocaat Reinier Feiner gaat niet mee met het verzoek om aanhouding van de zaak. Feiner zou graag meer getuigen horen, maar hij zit met „een dilemma”. Zijn cliënt heeft het „extreem zwaar” in zijn cel in Dordrecht. Jama (1965) zit daar inmiddels ruim een jaar vast. Volgens Feiner is Jama analfabeet. Behalve de advocaat heeft de Somaliër niemand die hem eens komt opzoeken in zijn cel. En hij heeft familie thuis, in Somalië. „Mijn cliënt wil vooral dat er eindelijk geoordeeld wordt in zijn zaak”, zo houdt Feiner de rechter voor. „Hij wil zijn leven thuis weer oppakken.” Het laten aanhouden van Jama’s rechtszaak zou dat alleen maar vertragen, zo meent advocaat Feiner.

Jama hoort het gelaten aan. Zijn vrolijke, veelkleurige overhemd met korte mouwen contrasteert met zijn bedrukte, smalle gezicht.

Advocaat Willem-Jan Ausma sluit zich aan bij Feiner. Ausma’s cliënt, Yusuf (1985), wil net als Jama nou eindelijk eens weten waar hij aan toe is. Niet om terug te keren naar Somalië, zoals Jama van plan is. Nee, Yusuf – gekleed in een sportief wit colbertje – wil zo snel mogelijk een bestaan in Nederland opbouwen. Hij vindt het leven in Nederland nog steeds dik in orde, zo bevestigde advocaat Ausma kort voor de zitting nog maar eens. Of hij nou veroordeeld wordt of vrijgesproken, Yusuf wil op enig moment zijn vrouw en kinderen laten overkomen uit Somalië. Of hem dat gaat lukken, wordt overigens betwijfeld door deskundigen op het gebied van het asiel- en vreemdelingenrecht.

Het Openbaar Ministerie baseert zijn aanklachten tegen de Somaliërs onder meer op verklaringen van de Deense marine, die vorig jaar op 2 januari reageerde op de noodoproep van de Samanyolu. De Denen visten de Somaliërs uit de zee, nadat hun bootje in brand was gevlogen. Dat was gebeurd nadat een bemanningslid van de Samanyolu een molotovcocktail in het piratenbootje had gegooid. Ter zelfverdediging, verklaarden de bemanningsleden naderhand.

De advocaten die nu de zaak willen aanhouden, willen dus alsnog de bemanningsleden van de Samanyolu horen. De advocaten hebben zelf slechts één Turk rechtstreeks kunnen horen. Dat was in maart jongstleden, in Turkije. Bij die gelegenheid verklaarde matroos Vedat dat hij en zijn collega’s vorig jaar als eerste begonnen te schieten, met vuurpijlen – terwijl de bemanningsleden tot dan toe hadden verklaard dat de Somaliërs waren begonnen met schieten. Opmerkelijk, vinden de advocaten. Belangrijk genoeg om de opvarenden van de Samanyolu nog eens te horen.

Officier van justitie Henny Baan betoogt dat de rechter-commissaris al het mogelijke heeft gedaan om samen met de advocaten in contact te komen met de Turkse opvarenden. Toen ze in maart in Turkije waren, kwam echter alleen Vedat bij de afspraak opdagen. Vier anderen bleken alweer op de grote vaart te zitten. Een logistiek probleem dat niet binnen afzienbare termijn valt op te lossen, aldus Baan.

Het OM gaat uit van een veroordeling van de Somaliërs. De Turkse matroos Vedat mag dan verklaard hebben dat hij en zijn collega’s als eersten het vuur openden, Vedat zei er ook bij dat ze dat deden nadat de Somaliers hadden gedreigd met hun machinegeweren. En de Deense marinemensen hebben verklaard dat ze de Somaliers in hun skiff „agressief” op de Samanyolu af zagen varen. Ten slotte zijn er de verklaringen van de Somaliers zelf: tijdens hun eerste politieverhoor in februari vorig jaar hebben zij toegegeven dat ze van wal waren gestoken met de intentie om een schip te kapen. Bij dat verhoor was nog geen advocaat aanwezig. Sommige advocaten zullen om die reden aan de rechter vragen het OM niet-ontvankelijk te verklaren. Inmiddels beweren de Somaliers dat ze de intentie om een schip te kapen lieten varen toen ze eenmaal op zee zaten en motorproblemen kregen. Toen ze na drie dagen ronddobberen de Samanyolu zagen, vroegen ze die om hulp. Waarna de opvarenden opeens begonnen te schieten, aldus de Somaliërs.

Nadat de rechter de zitting kort heeft schorst, laat hij weten dat hij de zaak tegen de Somaliërs niet aanhoudt. Hij verwacht niet dat binnen een redelijke termijn alsnog een afspraak kan worden gemaakt met de Turken. Sayid en zijn vier landgenoten horen het gelaten aan. De inhoudelijke zitting gaat vandaag verder.

RTL vertoonde gisteren beelden van het brandende bootje van de Somalische piraten. Bekijk ze via nrcnext.nl/links