Voor de ECB zat er niets anders op

De Europese Centrale Bank heeft lang de verleiding kunnen weerstaan de geldpers aan te zetten.Tot twee weken geleden.

Bijna drie jaar lang ging het goed, maar nu is ook de Europese Centrale Bank de gevangene geworden van de begrotingsproblemen van de landen in de eurozone. Om de paniek op de geldmarkten te bezweren, koopt de ECB sinds 10 mei staatsobligaties van probleemlanden op bij banken. Gisteren werd bekend dat vorige week opnieuw 10 miljard is opgekocht, een week eerder kocht de ECB al voor 16,5 miljard euro aan staatsobligaties. Al 26,5 miljard in totaal.

Met het besluit om op de secundaire markt staatsobligaties op te kopen, stak de centrale bank „de Rubicon over”, zei oud-president van de Bundesbank Helmut Schlesinger. Onder politieke druk is de ECB gaan schuiven en de geloofwaardigheid van de centrale bank in Frankfurt staat op het spel.

Onzin, zegt president Jean-Claude Trichet van de ECB. „Niet wij zijn zwak geweest, de landen die hun begrotingen uit de hand hebben laten lopen waren dat.” De ECB heeft slechts gedaan wat zij moest doen.

Als enige centrale bank in de westerse wereld had de ECB haar poot stijf gehouden in de crisis en de geldpers nog niet aan gezet. De Amerikaanse Fed en de Britse Bank of England draaiden al tientallen miljarden dollars en ponden bij om de economie te redden, met alle inflatoire risico’s van dien. De pas elf jaar oude ECB had juist alleen crisismaatregelen genomen die de inflatie niet aanjoegen.

Drie dagen voor de beslissing om staatspapier op te kopen, werd nog in alle toonaarden ontkend dat de ECB ooit staatsobligaties zou gaan opkopen. Het Verdrag van Maastricht, dat de basis vormt voor de euro, verbiedt het rechtstreeks opkopen van staatsschulden. En ook de vermeende maas in de wet (op de secundaire markt staatsobligaties opkopen) was „in strijd met in elk geval de geest en mogelijk ook de letter” van Maastricht.

Maar om 3.16 uur op maandag 10 mei verstuurde de ECB een persbericht: we gaan opkopen.

Trichet heeft het netjes proberen te doen. Hij was 7 mei in Brussel bij de top van regeringsleiders over de problemen in de eurozone en bepleitte daar stevige maatregelen. De Franse president Sarkozy zou direct voor een ferm ingrijpen door de ECB gepleit hebben, maar Trichet verdedigde de onafhankelijkheid van zijn instituut, gesteund door bondskanselier Merkel. Trichet belde dat weekend onder meer met zijn Amerikaanse en Britse collega’s (Ben Bernanke en Mervyn King) om de mogelijkheden van een ECB-interventie te bespreken. Pas toen de politici zondagavond laat hun steunpakket van 750 miljard euro klaar hadden, kwam Trichet met zijn besluit naar buiten. „Met overgrote meerderheid”, en dus niet unaniem, was het ECB-bestuur akkoord. Naar verluidt zou Bundesbank-president Axel Weber, genoemd als opvolger van Trichet in 2011, tegen gestemd hebben.

Het besluit lijkt onafhankelijk, maar feitelijk kon Trichet niet anders. Als de ECB niet was begonnen met het opkopen van staatsobligaties, had de onrust op de financiële markten aangehouden en waren de problemen voor Griekenland, Spanje, Portugal, Italië én voor alle Europese banken die daarin belegden alleen maar groter geworden. De geldpers moest aan, onder druk van de markten én van de politiek. De keiharde ECB-doelstelling om de inflatie te beperken tot maximaal 2 procent kwam even op het tweede plan.

Trichet beperkt de inflatoire effecten van het geld bijdrukken door elke opkoopactie te pareren met een even grote ‘dweilactie’ waarbij weer miljarden uit het eurosysteem worden gehaald. Dat werkt alleen zolang banken bereid zijn hun geld tegen maximaal 1 procent rente bij de ECB weg te zetten. Voor 26,5 miljard euro was dat nog makkelijk te vinden, maar wat gebeurt er als de ECB voor honderden miljarden in staatsobligaties stapt?

Dat risico is reëel, zegt hoogleraar internationaal bankieren Harald Benink: „Zowel het Europese reddingsplan als het opkopen van obligaties is een maatregel om tijd te kopen. Je moet er wel mee doorgaan totdat je een structurele oplossing hebt, bijvoorbeeld het herstructureren van de staatsschulden. Dat lijkt nog ver weg.”

Trichet toonde zich pragmatisch, ten koste van de geloofwaardigheid van de ECB, maar tot tevredenheid van de markten. Hij is iemand „die je erbij wilt hebben in tijden van crisis”, zei hoofdeconoom Jim O'Neill van Goldman Sachs in de Financial Times. „Je wilt in elk geval geen orthodoxe Bundesbank-type, want die begrijpen de subtiliteiten niet, of het kan ze niet schelen.”

Met Axel Weber aan het hoofd van de ECB krijgen de markten het zwaar. Geloofwaardig zal de ECB dan zeker zijn, en rechtlijnig.