Onderwijs

Weg met die toetsmatrijzen, peer feedback en SMART leerdoelen

Onderwijsblog Vijftig wetenschappers van de Jonge Akademie protesteren tegen de tijd vretende bureaucratie rond het geven van colleges.

Foto Lex van Lieshout/ANP

De actievoerders van WOinActie hebben gelijk: er is meer geld nodig voor wetenschappelijk onderwijs op hoog niveau. Maar daarmee zijn we er nog niet. Het is ook hoog tijd om het wetenschappelijk onderwijs te ontregelen en te vertrouwen op de professionaliteit en intrinsieke motivatie van universitaire docenten en hoogleraren.

Kijk bijvoorbeeld naar de schaduwboekhouding die onder het motto van kwaliteitszorg is opgetuigd. Een docent moet eerst de basiskwalificatie onderwijs (BKO) halen. Lang niet alles daarin is even nuttig. Coaching en begeleiding voor jonge docenten is een goed idee, want aantrekkelijk onderwijs geven is een vak apart. Maar moet je wekenlang leren over kasteeltopplannen, toetsmatrijzen, rubrics, peer feedback, en SMART geformuleerde leerdoelen? Een uitgebreid portfolio samenstellen met reflectieverslagen, checklists en observatieformulieren? Informele persoonlijke begeleiding door ervaren docenten en intervisie zouden veel zinvoller zijn.

Daarna dient de volgende laag van administratieve klussen zich aan, waar je je doorheen mag werken zonder ondersteuning. Een vakbeschrijving aanleveren volgens vast format, met soms al ruim een jaar van tevoren alle literatuur, studie-activiteiten en beoordelingscriteria erin. Als het tegenzit zelfs een toetsmatrijs erbij in een meervoudig gelaagde Excel-sheet. Wanneer het vak begint, dien je alles bij te houden in een ‘digitale leeromgeving’: knippen, plakken, klikken, uploaden, opties aan- en uitzetten. Die systemen hebben doorgaans talloze mogelijkheden waarvan je er hooguit een kwart gebruikt.

Na afloop volgt de onvermijdelijke evaluatie. Hoewel onderzoek inmiddels overtuigend heeft laten zien dat studentenevaluaties in elk geval geen onderwijskwaliteit meten, moet je reageren op de resultaten, of ze statistisch representatief zijn of niet. Soms dien je zelfs een verbeterplan in te leveren bij een examencommissie. Als klap op de vuurpijl moet je alle materialen van je vak (handleiding, opdrachten, voorbeeldvragen, tentamens plus antwoordmodellen, cijfers, evaluaties) bewaren in een toetsdossier, voor het geval een examen- of accreditatiecommissie ze te zijner tijd wil inspecteren.

Rondom deze cirkel van administratieve rompslomp bevinden zich diverse cirkels van hogere orde. Docenten draaien mee in examencommissies, toetsingscommissies, commissies voor curriculumvernieuwing, onderwijsinnovatie, kwaliteitsbeleid, toetsingsbeleid, periodieke accreditatie, al dan niet ondersteund door beleidsmedewerkers, toetsdeskundigen of secretarissen. We vergaderen, maken schermvullende Excel-sheets die de samenhang van alles met alles bewaken, schrijven beleidsstukken, verbeterplannen, jaarverslagen, strategische plannen en visitatierapporten. Alles in naam van kwaliteitszorg.

Hoe moet het dan wel? Laten we stoppen met doen alsof deze boekhouding de onderwijskwaliteit omhoogstuwt. Ze houdt voornamelijk een schaduwwerkelijkheid in stand van procedures, beleidsdocumenten, rapporten en andere formaliteiten en heeft weinig invloed op wat er in collegezalen en bij afstudeertrajecten gebeurt.

Begin dus per direct met ‘ontregelen’: schrap een boel van bovengenoemde regels, processen en rapportages. Gebruik de middelen die zo vrijkomen voor het geven van onderwijs. Intensieve onderwijsvormen met kleinere groepen en persoonlijke aandacht zorgen pas echt voor kwaliteitsverbetering. Het is geen toeval dat Britse en Amerikaanse topuniversiteiten veel gebruikmaken van kleinschalige tutorials en seminars. Geef ook meer docenten vaste aanstellingen: dan hebben ze gelegenheid om hun cursussen door te ontwikkelen en beter te maken. Zet een rem op het voortdurende vernieuwen van curricula, vakken of werkvormen; permanente revolutie is geen route naar kwaliteit. Natuurlijk moet er wel het een en ander afgestemd en afgesproken worden, maar dat kan grotendeels informeel en van onderop.

Hoeven we dan helemaal niet in de gaten te houden of docenten hun werk goed doen? Laten we eerlijk zijn: niet alle docenten zijn even goed en sommige zijn echt niet goed. Geen BKO, examencommissie of onderwijshandboek gaat daar veel verandering in brengen. Maar zo erg is dat niet. Studenten zijn namelijk volwassenen; als er een keer een saai of rommelig vak langskomt, slaan ze zich er wel doorheen. Veruit de meeste docenten op universiteiten zijn intrinsiek gemotiveerd en willen graag goed onderwijs geven om studenten in te wijden in hun vakgebied. Geef hun vertrouwen en vrijheid; dan gaat het 99 van de 100 keer prima.

De Jonge Akademie is een platform van 50 jonge topwetenschappers.