Verpleegkundige is goedkoper

Artsen verrichten soms taken die anderen veel voordeliger kunnen uitvoeren. Bezuinigen op zorg? Neem een verpleegkundig specialist.

Op het spreekuur van de verpleegkundig specialist komt een man met twee tenen aan zijn rechtervoet. Onder die voet zit een groot gat. Een diabetesvoet, zegt de verpleegkundig specialist uit de Randstad– wier naam wegens ontslagdreiging ongenoemd blijft. Uit zijn been heeft ze stukjes huid gehaald en in de wond gebracht.

Vroeger zou de dermatoloog deze chirurgische ingreep hebben verricht, nu kan hij dit aan een verpleegkundig specialist overlaten. In de gezondheidszorg is delegeren in. Jargonliefhebbers spreken van ‘taakherschikking’ of ‘substitutie’. Het is niet nieuw; doktersassistenten doen al langer bloeddrukmetingen en urineonderzoekjes die vroeger aan de huisarts voorbehouden waren. Door de economische crisis lijkt dit delegeren populairder dan ooit. Het kan helpen bij de bezuinigingen die de zorg te wachten staan.

De werkgroep die bekeek hoe de zorg 11 miljard euro kan besparen om de overheidsfinanciën weer op orde te krijgen, bepleitte dat niet-artsen meer taken van artsen overnemen. „Taakherschikking leidt [...] tot besparingen omdat de taken vaak naar lager gekwalificeerd en dus goedkoper personeel worden verschoven”, schrijft de werkgroep. De nieuwe beroepsgroep van verpleegkundig specialisten speelt hierin een belangrijke rol.

Voor alle tien patiënten die de verpleegkundig specialist uit de Randstad op haar ochtendspreekuur ziet, declareert het ziekenhuis nu nog het hoge tarief van de dermatoloog, terwijl zij al het werk uitvoert. „De dermatoloog verdient ongeveer vijf keer zoveel als de verpleegkundig specialist”, zegt ze.

De beroepsvereniging van verpleegkundigen en verzorgenden V&VN lobbyt voor een speciaal tarief voor verpleegkundig specialisten. Die nemen niet alleen vaker taken over van medisch specialisten, maar ook van huisartsen. „Nu wordt al een fors deel van het werk dat artsen declareren door verpleegkundigen en verpleegkundig specialisten gedaan”, zegt Marian Kaljouw van de V&VN.

Het beroep van verpleegkundig specialist is weliswaar onlangs erkend, maar de bevoegdheden zijn nog niet wettelijk geregeld. Tot dan heeft deze zorgverlener voor alle diagnoses en behandelplannen de bevestiging van een arts nodig. Die moet daarvoor uit zijn eigen werk worden gehaald. Omdat deze verpleegkundig specialist – jaren werkervaring – de zin daarvan niet altijd inziet, werkt ze soms ‘illegaal’. Zelfverzekerd: „Het is niet efficiënt als ik voor elk recept de arts moet roepen.”

De Inspectie voor de Gezondheidszorg zegt te weten dat dit „af en toe gebeurt” maar niet op grote schaal. De Inspectie neemt het mee in zijn controles en zegt dat ziekenhuisbestuurders de eindverantwoordelijkheid hebben.

Vooral in de sterk groeiende zorg voor chronisch zieken zou de niet-geneeskundig opgeleide professional, onder wie ook de nurse practitioner, veel werk kunnen doen. De Raad voor de Volksgezondheid en Zorg wees hier vorige maand nog eens op. Volgens dit adviesorgaan vertragen artsen de taakherschikking. De Raad noemde de verpleegkundig specialist de aangewezen coördinator in de ‘ketenzorg’ voor chronisch zieken – niet de huisarts. De verpleegkundig specialist zou bijvoorbeeld voor een suikerpatiënt een soepele samenwerking moeten organiseren de huisarts, diëtist en oogarts.

Welke besparing taakoverheveling kan opleveren, is moeilijk te zeggen. Uit recent promotieonderzoek valt op te maken dat nurse practitioners en verpleegkundig specialisten in huisartsenpraktijken met de behandeling van veelvoorkomende klachten 63 miljoen euro kunnen besparen. Zodra verpleegkundig specialisten werk overnemen van medisch specialisten, neemt de besparing fors toe.

Ook politieke partijen geloven dat met overheveling van taken van artsen veel te winnen valt. In vrijwel alle verkiezingsprogramma’s komt het thema aan de orde. Het zou ook een oplossing bieden voor de aanstormende personeelstekorten omdat het de carrièremogelijkheden van verpleegkundigen vergroot.

Verenigingen van artsen zijn er niet allemaal enthousiast over. Sommigen zeggen dat patiënten liever de arts spreken en plaatsen vraagtekens bij de deskundigheid van hun plaatsvervangers. Uit een enquête van de Consumentenbond bleek echter dat taakoverheveling kan rekenen op bijval van de bevolking. Reserves bestaan er wel over het voorschrijven van geneesmiddelen door zorgverleners zonder arts-diploma. Maar mensen die al met taakoverheveling te maken hadden, prijzen de kortere wachttijden en de aandacht die ze kregen. Ze vinden het ook goed dat de arts extra tijd overhoudt voor moeilijke patiënten.

De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde in 2007 dat verschuiving van taken van artsen naar niet-artsen „een positieve bijdrage levert aan veilige, effectieve, patiëntgerichte en toegankelijke zorg.” Maar ze ziet ook risico’s. Taakherschikking leidt tot meer specialisatie en mogelijk verdere versnippering van de zorg. Om overdrachtproblemen te voorkomen, vindt de Inspectie een gezamenlijk dossier noodzakelijk. Dat ontbreekt vaak nog.