Speculanten en democraten

Speculanten en democraten lopen elkaar in de weg. Dat kan euroland niet lang volhouden. Ministers en regeringsleiders die elke vrijdag in Brussel onder grote druk verstrekkende besluiten moeten nemen met een angstig oog op de klok. Want zondagnacht komt de financiële horde weer uit haar hok.

Vorige week kreeg Angela Merkel er aan alle kanten van langs. „De euro loopt gevaar”, had ze in de Duitse Bondsdag gezegd. Paniek op de beurzen, handelaren die op een verkoopknop drukten en vervolgens een lawine computergestuurde vervolgacties ontketenden. Maar wat had ze dán moeten zeggen in de Bondsdag? Ze moest een argwanend parlement meekrijgen om 125 miljard extra euro aan garanties op te hoesten om de euro te borgen. Anders dan een baas van een bank kan ze niet verwijzen naar „bedrijfsinterne overwegingen” en een latere accountantsverklaring. Het gaat om garanties van belastingbetalers en om democratie. Dat vergt debat, openheid van overwegingen en van zorgen. Wat voor een democratie het hoogste gebod is, geldt voor een beurs als het hoogste verbod: debat.

Dat is ook het verschil met Amerika. Daar kunnen allerlei geruchten de ronde doen, maar op een goed moment wandelt de president naar het gazon van het Witte Huis, met achter zich een minister en wat adviseurs, en voor zich een katheder. En dan volgt een besluit.

Wie kan zoiets doen namens Europa? Het antwoord is voorlopig: niemand. Een andere vraag is: wie zoiets kan doen in Europa? Dan duikt toch Duitsland op. En dat heeft daar minder en minder zin in. Vriend en vijand zijn het erover eens dat Angela Merkel een belangrijke verantwoordelijkheid draagt voor het feit dat het allemaal zo lang heeft geduurd voordat maatregelen in euroland zijn genomen. ‘Crimineel incompetent’ noemde de Financial Times- columnist Wolfgang Münchau vorige week Angela Merkel. Dat zou kloppen, wanneer Merkel de baas zou zijn geweest van een bank, met aandelen en met debiteuren en crediteuren. Maar dat is ze niet, zij moet meerderheden in het parlement behouden. Dat is een ander metier.

Ernstiger blijft dat de meeste Duitsers zich door euroland en door Groot-Brittannië gegijzeld voelen. Zo’n sentiment sluit gezaghebbend leiding geven bijna per definitie uit. Vanuit Berlijn ziet men een groeiend gezelschap marchanderende eurolanden. En van de twee grote oprichters, Italië en Frankrijk, heeft het eerste al lang geen serieus te nemen leider meer en baadt die van Frankrijk in overtollige virtuositeit

De kloof tussen Duitsland en het politiek-financiële complex Londen is de laatste jaren ook alsmaar groter geworden.

De Britten frustreren telkens weer pogingen om de maatschappelijke irritatie van het speculantendom te adresseren. Waarom moeten al die Britse hedgefondsen hun hoofdzetel hebben op Guernsey of de Kaaimaneilanden, zo lees je op Duitse blogs. Worden zulke hedgefondsen daar betere marktmeesters van?

Duitsland heeft het enthousiasme voor financial engineering nooit kunnen of willen delen met de Angelsaksische wereld. In een land waar bedrijvigheid toch vooral betekent dat bedrijven en bedrijfjes dingen maken, waren banken er vroeger om in nauwe verwevenheid met de industrie zulke bedrijvigheid te faciliteren. De ontvlechting van die twee, overeenkomstig de moderne wetten van bestuur en transparantie, deed het aanzien van banken in een land als Duitsland – anders dan bijvoorbeeld in Nederland – geen goed. Ook investeringsfondsen – ‘sprinkhanen’ noemde een minister in Berlijn ze – waren er veel minder welkom. In Duitsland zijn bedrijven er altijd meer gebleven om dingen te maken dan om geld. Londen daarentegen heeft geen gezaghebbende maakindustrie meer en leeft van de mondiale geldschuivers.

Vorige week besloot Duitsland eenzijdig tot een verbod op een bepaalde vorm van extreem speculeren, naked short selling (Leerverkäufe, in het Duits, dus bijna zoiets als windhandel). Andere Europese landen reageerden geprikkeld. Vervolgens ontspon zich weer die hele discussie over de vraag of en in hoeverre speculanten aanjagers zijn van ontsporingen op de beurs. Niemand weet dat precies, dus de opvattingen daarover verlopen via een keurig ideologisch schema: voor links zijn speculanten de boosdoeners, voor rechts de objectieve beprijzers van kans en risico.

Maar in de democratische arena van Duitsland had Merkel dit verbod op naked short selling nodig om het pakket van 125 miljard door de Bondsdag te kunnen loodsen. Het parlement voelt zich door de beurzen opgejaagd. De maatschappij is geïrriteerd, echte hervormingen van het financiële stelsel komen zelfs na het debacle van twee jaar geleden maar mondjesmaat van de grond.

Het gevolg is minder consideratie vanuit Duitsland met de rest. Afgelopen weekeinde eiste de Duitse minister van Financiën in Brussel hardere sancties voor overtreders van de euroregels. Hij wil voor iedereen invoeren wat Duitsland al kent: wetgeving om de overheidstekorten naar nul te brengen. De rest zal zich meer als Duitsland moeten gaan gedragen. En o ja, als alle geruchten kloppen, zal de volgende president van de Europese Centrale Bank een Duitser zijn. Dat is veiliger.

Dat is allemaal niet gering en de afloop is hoogst onzeker. Voor een medewerker van uw pensioenfonds gaan dan alle alarmbellen onmiddellijk rinkelen, want zulke publieke discussies en touwtrekkerijen staan haaks op duidelijkheid en zekerheid. Het verleidt, ter bescherming van uw pensioen, tot een druk op de knop Verkoop. Ook dat is plausibel.

Maar wie de irritatie in Berlijn meet, krijgt steeds meer het gevoel dat men hier besloten heeft daar niet langer wakker van te liggen.

Reageren kan op nrc.nl/knapen