Persoonlijkheid eis in politiek en voetbal

In de media draait politiek vaak meer om de poppetjes dan om de inhoud. Die kritiek wordt nogal eens gehoord en er valt wel wat voor te zeggen. Maar in de laatste weken voor de verkiezingen gaat het juist ontzettend vaak over beleidsvoornemens, doorberekeningen, proefballonnetjes en consequenties van deze of gene maatregel. Het blijkt geen grote vooruitgang.

In de talrijke debatten slaan de kandidaten elkaar met cijfers en ‘feiten’ om de oren, waarvan de juistheid steevast wordt betwist. Het spinnen neemt soms duizelingwekkende proporties aan, zodat er voor leken geen touw meer aan valt vast te knopen.

Dat gold ook voor het gesprek in Knevel & Van den Brink (EO) met de nummers twee op de lijsten van de vier grootste partijen in de peilingen, niet toevallig louter vrouwen. Op zich was het een verfrissend gezelschap: Edith Schippers (VVD), Nebahat Albayrak (PvdA), Ank Bijleveld (CDA) en Fleur Agema (PVV). Maar ze vielen elkaar net zo fel in de rede als de lijsttrekkers en verzandden evenzeer in gesteggel over ook nog eens omstreden technische details.

De kijker staat niets anders te doen dan zich toch weer te laten leiden door de authenticiteit van persoonlijkheden en het vermogen tot inspirerend leiderschap.

Dat laatste vormt ook een hoofdthema van de serie interviews die Coen Verbraak hield met zeven Nederlandse voetbaltrainers uit het hoogste echelon. Titel (Kijken in de ziel) en formule zijn identiek aan de eerdere RVU-serie, waarvoor Verbraak morgen de Zilveren Nipkowschijf ontvangt. In dat geval had de titel een dubbele betekenis, omdat de psychiaters die zijn gesprekspartners waren van kijken in de ziel hun beroep hadden gemaakt.

De succesvolle aanpak bestaat uit het afzonderlijk bevragen van de coryfeeën over hun werk en die uitspraken thematisch monteren tot een samenhangend verhaal.

Het werkt opnieuw, maar toch iets minder goed. Misschien heeft dat te maken met mijn relatief geringere affiniteit met voetbal, maar toch zeker ook met het ontbreken van die dubbele bodem.

Er zijn wederom grote tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen Foppe de Haan en Willem van Hanegem, omdat de eerste gelooft dat een ex-topspeler als trainer ook last kan hebben van te veel talent. Het is dan moeilijker zich te verplaatsen in de minder begaafde zwoegers in het team.

Co Adriaanse gebruikt de afkorting PSIT voor de vier vereisten voor een voetballer: Persoonlijkheid, Snelheid, Inzicht en Techniek. Maar van die vier is Persoonlijkheid de allerbelangrijkste. Desondanks zou hij Diego Maradona, psychologisch zwak, wel hebben opgesteld, omdat die op de andere terreinen veel goedmaakt.