Ondernemend amateurisme is al lonend op internet

Kleine zelfstandige winkeliers in de Lijnmarkt ontdekken dat zij met internet hun klantenkring kunnen uitbreiden. Iedereen begint er op z’n eigen manier aan.

Gewoon ergens beginnen. Dat was de internetstrategie van Sebastiaan van Pommeren (27). Acht jaar geleden bedacht hij dat de winkel van zijn vader, Van Pommeren voor huishoudelijke apparaten in de Lijnmarkt, ook best spullen via het web kon verkopen. Thuis was hij al jaren „hobbymatig” met computers bezig. Hij bouwde zelf een site waarop klanten koffie en espressomachines konden bestellen.

Met een inmiddels vernieuwde webwinkel haalt Van Pommeren in de Lijnmarkt nu 18 procent van de totale omzet uit internetverkoop. Vooral koffie verkoopt goed online, wel 500 tot 700 kilo per week. Daar komen klanten voor terug.

Een eindje verderop in de straat staat Guus van der Staak in de luxe schoenenwinkel Eleganza op nummer 41. Hij heeft ook „zelf een beetje” een webshop opgezet. Een vriend van hem had gezegd dat hij dat eens moest proberen. Hij overtuigde zijn vader, die er een paar honderd euro in stak. „Stap voor stap wordt het groter.” Af en toe praat hij met Sebastiaan van Pommeren over internetverkoop.

De schoenenwebshop van Eleganza, voor restanten en nieuwe collectie, levert nu 30 procent van de omzet van de winkel in Utrecht op. In omvang is de webwinkel nu net zo groot als de kleinste van de drie filialen van de schoenenwinkel. Het bedrijf heeft er nu zelfs speciaal iemand voor in dienst.

Van der Staak wil niet al te veel kwijt over zijn plannen. „We zijn online nu nummer één in het luxesegment, maar straks kunnen we meer concurrentie verwachten. Ik wil geen slapende honden wakker maken.”

Van Pommeren en Van der Staak bewijzen dat er geld valt te verdienen met ondernemend amateurisme. De twee hadden nauwelijks ervaring met internetverkoop, maar toch overtuigden ze het familiebedrijf erin te investeren. Van der Staak: „Als je niet meedoet, ga je omzet missen.”

Landelijke cijfers onderbouwen dat. Terwijl de omzet van de totale detailhandel in recessiejaar 2009 afnam met bijna 5 procent, groeide de omzet van webwinkels in Nederland volgens brancheorganisatie Thuiswinkel.org met 17 procent. In totaal (Ebay en Marktplaats niet meegeteld) kochten consumenten online voor 6,38 miljard euro aan producten en diensten, tegen 5,44 miljard euro in 2008. Daarmee maakt internetverkoop al 7 procent uit van de totale detailhandelomzet. Voor 2010 verwacht Thuiswinkel.org dat de internetverkopen groeien naar 7,3 miljard euro, een stijging van 15 procent.

Grote winkelketens verkopen inmiddels vrijwel allemaal ook via internet. De vraag is of kleine zelfstandige winkeliers, zoals die in de Lijnmarkt, dat ook kunnen. Ze moeten bereid zijn hun schaarse tijd en geld te investeren in een project met onvoorspelbaar resultaat en lopen het risico dat de concurrent hetzelfde doet. In tijden van crisis is elke verhoging van omzet welkom, weten ze. Maar een webshop vereist goede logistiek. Want heel Nederland – en zelfs daarbuiten – kan opeens klant worden.

Voor kleding- en schoenenwinkel Players op nummer 37 is een webshop vooralsnog te ingewikkeld. Het staat bij David Mura, één van de eigenaars van de keten, wel „hoog op het prioriteitenlijstje”. Aan de telefoon zegt hij: „Toen we een filiaal in de PC Hooftstraat in Amsterdam openden, kregen we financiering van de bank. Die vond het heel belangrijk dat wij een webwinkel openden.” Hij wil zelf ook wel, „het is een gratis winkel.” Maar het lukt tot nu toe nog niet.

Inmiddels is Mura al vijf jaar bezig met de software die de voorraden in het hoofdmagazijn en de negen winkels moet bijhouden. Die is nodig voor de webwinkel, maar het programma werkt nog niet. Mura hoopt dat de online winkel voor de komende wintercollectie klaar is.

Wim Heijmans (61) van Foto Patent van nummer 36 omzeilt die problemen door een bescheiden aanpak. Op de site toont hij de tweedehands camera’s die hij in de winkel verkoopt. Dat brengt zo’n 8 tot 10 procent van de totale omzet op. Groter pakt hij het niet aan. „Ik had tien jaar geleden op een industrieterrein een internetbedrijf moeten beginnen en hier de winkel houden. Ik kan nu niet meer instappen, ik ben nu te oud.” 

En Youssef Milad van de Egyptische kunstwinkel Samira op nummer 39 is er nog niet aan begonnen omdat hij denkt dat klanten zijn koopwaar moeten aanraken en zien. „Als je het doet, moet je het goed doen, want je moet je klant serieus nemen. Ik ben er nog steeds serieus over aan het nadenken hoe ik dat moet aanpakken.”

Daar spelen bedrijven op in. Robbert van Vlijmen, van NLstreets, heeft een product voor kleine zelfstandige ondernemers zonder tijd. NLstreets, met volgens het bedrijf zo’n 90.000 bezoekers per maand, is een website met digitale winkelstraten. Winkeliers kunnen er voor 400 euro per jaar een plekje kopen, inclusief foto, beschrijving, een link naar de eigen site en een klantenkaart. De Lijnmarkt staat er ook op. Samira is aangesloten, Van Pommeren niet.

NLstreets wil nu aan zijn website een webshopfunctie koppelen, die winkeliers kunnen ‘huren’. De functie is technisch helemaal gereed, zegt hij. „Ondernemers hoeven alleen de producten in te vullen.” De tarieven variëren, bijvoorbeeld 19 euro per jaar, plus 4 procent van de omzet.

Hij denkt dat de kant-en-klaarwebshops een succes kunnen worden. Zo’n 80 procent van de kleine winkeliers heeft een site, schat hij, maar slechts 5 tot 10 procent een webwinkel. „De grote ketens hebben allemaal al een strategie voor e-commerce. Zelfstandige winkeliers lopen achteraan.” Voor de zomer gaan de eerste winkeliers online. „Vanuit de Lijnmarkt hebben wij er nog geen aanmeldingen voor.”

Samen sterk is ook de gedachte van Eric Coerse. Hij wil de succesvolle webwinkel achter de kinderkledingzaak Noah’s van zijn vrouw (Lijnmarkt 45) uitbreiden met de collecties van andere kinderkledingwinkels. De webwinkel die nu drie jaar bestaat is goed voor 15 procent van de totale omzet, inclusief de winkel in de Lijnmarkt en een outletwinkel in Maarssen. „Een heleboel ondernemers zeggen: wij willen wel wat, maar we weten niet wat.”

Coerse heeft ruimte voor „tien tot twintig kinderkledingwinkels” in zijn webshop. Ze betalen daarvoor 500 tot 600 euro in de maand. Zolang de winkels niet allemaal dezelfde merken voeren, ziet Coerse alleen maar voordelen van zo’n gezamenlijke site. De klant zoekt in de totale database, en bestelt het kledingstuk bij de aangesloten winkel die het in huis heeft. „En je staat bij de zoekopdrachten meteen bovenaan.”

Corrie Scherpenisse van bonbonzaak La Chiara Cioccolata begon andersom, met een website. Pas daarna opende ze haar winkeltje op Lijnmarkt nummer 14. De winkel dient nu als „etalage” van haar webverkoop van relatiegeschenken.

Veel mensen weten haar website te vinden, zegt ze. Maar het kan natuurlijk altijd meer. De suggestie dat ze haar chocola misschien op de site van Van Pommeren bij de koffie kan adverteren, en andersom, vindt Scherpenisse heel interessant. Daar wil ze wel over denken. „Heb je het er al met hen over gehad?”