Nu eerst naar de advocaat

Waar verdachten eerder verklaringen aflegden waar ze spijt van kregen, mogen ze nu vóór verhoor rechtsbijstand.

De regeling verloopt in de praktijk nog niet erg soepel.

Het is zaterdagochtend zeven uur als bij advocaat Noëlle Pieterse in Rotterdam het eerste sms’je binnen komt. Een ‘416’ in Rotterdam-West. Oftewel: een verdachte van heling (artikel 416 in het wetboek van strafrecht) zit vast op politiebureau Marconiplein. Hij wil vóór zijn eerste politieverhoor een advocaat spreken. De arrestant maakt gebruik van het recht dat alle verdachten in Nederland sinds 1 april hebben. Aanleiding is een uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in de Salduz-zaak (zie inzet).

Pieterse heeft nu twee uur de tijd om zich op het bureau aan de Schiedamseweg te melden. „Advocaat voor cel 15”, wordt daar iets voor negen uur doorgebeld naar het cellencomplex. In de advocatenspreekkamer treft Pieterse de verdachte die volgens haar „met een bakkie op” de avond ervoor een scooter leende van jongens in de buurt en daarop werd aangehouden. De scooter bleek gestolen.

Waar verdachten eerder bij het eerste verhoor nogal eens verklaringen aflegden waar ze later spijt van kregen, wordt ze nu vooraf door een advocaat soms geadviseerd hun mond te houden. Pieterse: „Omdat we eerder bij de cliënt mogen, kunnen we ze tijdig op hun zwijgrecht wijzen.” In het geval van de gestolen scooter adviseert ze de verdachte gewoon een verklaring af te leggen. Des te groter is de kans dat hij snel naar huis mag.

De politie, het Openbaar Ministerie en de advocatuur worstelen nog met de praktische invulling van de Salduz-uitspraak door het Straatsburgse Hof. Kort nadat Pieterse bij bureau Marconiplein wegrijdt, ontvangt ze vanuit de piketcentrale van de Raad voor Rechtsbijstand nog twee Salduz-meldingen. Een 141 (openlijke geweldpleging) in Spijkenisse en een 300/302 (mishandeling/zware mishandeling) op vliegveld Zestienhoven. „Als je drie Salduz-meldingen achter elkaar krijgt op diverse plaatsen in de stad, dan red je het soms niet.” Ook de vergoeding van 75 euro per Salduz-melding schiet volgens veel advocaten tekort.

Om ze direct beschikbaar te hebben, loopt in Capelle aan den IJssel een proefproject waarbij permanent, van ’s ochtends acht uur tot ’s avonds tien uur, twee advocaten op het politiebureau aanwezig zijn. Ze zijn gehuisvest in een grijze portacabin naast het bureau. Pieterse spreekt liever van „een container waar je je hond nog niet in stopt”. Haar collega’s Eva Kool en Ron van den Boogert zijn evenmin enthousiast. Met bedrukte gezichten stappen ze op een doordeweekse ochtend hun tijdelijke werkruimte binnen. „Dit wordt een lange dag”, zegt Kool. Op de muur hangt een folder van de pizzakoerier, in de vuilnisbak liggen resten junkfood van McDonalds.

Kool en Van den Boogert krijgen 110 euro per uur. Intussen bespreken ze onderling de handel en wandel van collega’s in het Rotterdamse advocatenwereldje. Alle verdachten in Capelle- en Krimpen aan den IJssel, de Rotterdamse deelgemeenten Prins Alexander, Kralingen en Krooswijk en het Rotterdamse politiedistrict noord worden tijdens de proef naar dit bureau gebracht. Toch is er de hele ochtend niet een die van zijn nieuwe recht op een advocaat vóór het verhoor gebruik wenst te maken.

„Het staat of valt met de manier waarop agenten dit aan verdachten presenteren”, zegt Van den Boogert. Hij betwijfelt of ze goed worden voorgelicht. „De politie kan druk uitoefenen door te zeggen dat een verdachte op een advocaat mag wachten, maar dat de zaak dan langer duurt. Ook kan het voor verdachten onduidelijk zijn wanneer het ze geld kost om met ons te spreken.”

Aan het begin van de middag klopt hulpofficier Eric Schouwstra op de deur. Als hij binnen stapt, kijken Kool en Van den Boogert hem hoopvol aan. Mogen ze eindelijk in actie komen? Nee hoor. Schouwstra komt een babbeltje maken. Hij zegt dat er de hele ochtend nog maar één verdachte is binnen gebracht. „En die had geen behoefte aan een advocaat.” Volgens Schouwstra maakt meer dan de helft van de verdachten geen gebruik van hun nieuwe recht, ook al dringt hij er altijd op aan. „Het kost je hier niets, ze zijn direct beschikbaar en je krijgt advies van iemand die er objectief tegenover staat, zeg ik altijd.”

Schouwstra heeft de overheidsfolder voor verdachten bij zich. Advocaat Van den Boogert bladert erin en concludeert dat die onvoldoende uitlegt wanneer het gesprek met de advocaat geld kost. Als arrestanten worden verdacht van niet ernstige strafbare feiten moeten ze op andere bureau’s dan die in Capelle zelf de advocaat betalen. Behalve dat veel verdachten geen advocaat willen, denkt Schouwstra dat veel van hen de eventuele kosten vrezen of dat ze de advocaten zien als „advocaat van de politie”. Dat is ook de reden dat veel advocaten er weinig voor voelen om in de toekomst permanent op een politiebureau beschikbaar te zijn.

„Voor de politie is het makkelijk, want die hoeft niet meer op een advocaat te wachten. Maar op de verdachte komt het natuurlijk raar over, een advocaat die kantoor houdt op een politiebureau”, zegt advocaat Pieterse.

In het geval van de Rotterdammer die aangehouden werd op een gestolen scooter pakte het ‘Salduz-bezoek’ van Pieterse positief uit. Op haar advies legde hij een verklaring af, waarna hij direct naar huis mocht.