Knullig, maar ook uitgekiend en professioneel

Geert Wilders begon ooit als ‘de wildebras van de VVD’. Daarna legde hij zich toe op anti-islamstandpunten.

Nu wordt de PVV steeds gewoner. Deel 6 van een serie.

Met krakende riemen varen ze door Hollands laagland, met een molen en een drukke snelweg op de achtergrond. Geert Wilders en zijn vicefractievoorzitter Fleur Agema in een roeiboot. Het filmpje staat al ruim anderhalf jaar op de website van de PVV, en is al diverse malen uitgezonden op tv.

Het filmpje heeft iets knulligs, met Wilders in een stemmig pak met grijze das in het wankele bootje. Maar kenners zien ook meteen dat het knap gemaakt is, met mooi uitgesneden shots en stabiel camerawerk. Wilders vertelde in het najaar van 2008 dat hij voor het drie minuten durende filmpje drie uur had moeten roeien, met rugpijn tot gevolg.

Het filmpje staat symbool voor het dubbele gezicht dat de Partij voor de Vrijheid de afgelopen jaren heeft getoond. Knullig, en tegelijk professioneel en uitgekiend. In de Tweede Kamer grijpen PVV’ers elke gelegenheid aan om te debatteren. Maar echt debatteren doet ze niet. Toen PVV’er Martin Bosma vorig najaar in een Kamerdebat naar zijn voorstellen voor beter onderwijs werd gevraagd, zei hij: „Weet ik veel. Ik heb er niet eentje paraat. Morgen kom ik met een stapeltje.”

Maar bij de Algemene Politieke Beschouwingen toonde Geert Wilders zijn retorische gave. Waarschijnlijk met hulp van Martin Bosma, want die helpt hem vaker met speeches. Eerst werd in de Tweede Kamer hard gelachen om een cabaretesk stukje over het kabinet dat in een oude auto was vastgelopen, omdat ze geen acht geslagen op het bordje ‘moeras linksaf’.

Maar de stemming sloeg om toen Wilders begon over het met hoofddoekjes vervuilde straatbeeld: „Laten we onze straten gaan terugveroveren, en zorgen dat Nederland er weer gaat uitzien als Nederland.” Even later bepleitte hij de kopvoddentaks. „Gewoon één keer per jaar een vergunning halen en dan meteen even aftikken. Duizend euro per jaar lijkt me een mooi bedrag.”

Zo zijn er meer voorbeelden van het dubbele gezicht van de PVV. Geert Wilders heeft zich ontpopt tot voorvechter van de vrijheid van meningsuiting. Maar de Koran wil hij verbieden. En partijbijeenkomsten zijn dikwijls besloten. De PVV mag dan wel vijftig kandidaten hebben voor de nieuwe Tweede Kamer, nog altijd heeft de partij maar één lid: Geert Wilders. Geen congressen waar over standpunten wordt gedebatteerd, geen discussie over kandidaten.

Geert Wilders profileerde zich de afgelopen jaren met een inktzwarte boodschap over de islam. Zijn film Fitna was zijn ultieme uiting, met wereldwijde aandacht tot gevolg. Maar de toon van de PVV is aan het veranderen. In een interview na Fitna kondigde Wilders aan zich met zijn PVV te willen verbreden. Natuurlijk was de dreiging van de islam zijn corebusiness, maar de PVV moest laten zien dat het meer in zijn mars had. Niet meer bij elk onderwerp ‘moslims’ of ‘de islamisering van Nederland’ noemen.

En zo geschiedde. In het eerste jaar zei Kamerlid Barry Madlener dat de wegen zo vol zijn vanwege de massa-immigratie, zijn opvolger Richard de Mos (Madlener vertrok naar het Europees Parlement) hoor je niet over immigratie of allochtonen. De partij profileerde zich met de AOW-leeftijd, die niet naar 67 jaar mag.

De positievere toon en de bredere profilering zet Wilders door in zijn verkiezingsprogramma, De agenda voor hoop en optimisme. De kiezer krijgt daarin duidelijke taal over wat de PVV wil. Hoge minimumstraffen, bijvoorbeeld. Na drie zware geweldsmisdrijven levenslang. Versobering van de gevangenissen. Islamitische scholen dicht. Eerste Kamer dicht. Twintig procent minder voor het Koninklijk Huis. De hypotheekrenteaftrek blijft zoals die is. Geen verhoging van het eigen risico. De ambachtsschool terug.

Toch is een etiket plakken op de PVV niet eenvoudig. Populistisch, nationalistisch, conservatief, liberaal, links, rechts: het kan allemaal. In het verkiezingsprogramma valt de term patriottisch. „Wij zijn patriotten”, schrijft Wilders. Jeugdvriend en Kamerlid Tony van Dijck zei een keer: „De PVV is een pragmatische partij. Zij houdt niet van theoretisch geneuzel.”

Geert Wilders maakte op het sociaal-economische vlak een opmerkelijke ontwikkeling door. In zijn liberale jaren werd hij betiteld als ‘de wildebras van de VVD’, omdat hij nogal harde, rechtse voorstellen deed om het aantal arbeidsongeschikten te verlagen. Toen hij de VVD verliet stelde hij zijn ‘Onafhankelijkheidsverklaring’ op, wat in 2006 de basis was voor zijn PVV-programma. Hij vond dat het minimumloon moest worden afgeschaft en het ontslagrecht versoepeld. Zo zouden meer mensen aan het werk gaan, was zijn redenering. Het huidige programma staat daar diametraal tegenover. Over afschaffing van het minimumloon hoor je de PVV niet meer. Aan het ontslagrecht en de WW mag niets veranderen.

Op een andere sociaal-economisch onderwerp is de PVV de bondgenoot van de SP en vakcentrale FNV: de geleidelijke verhoging van de AOW-leeftijd naar 67 jaar. Alle andere partijen vinden dit nodig om de kosten van de vergrijzing op te vangen. Maar de PVV heeft het – en bijvoorbeeld niet de fel bepleite immigratiestop uit moslimlanden – zelfs tot breekpunt bij eventuele formatiebesprekingen verklaard.

Wilders had eerder al beloofd te zeggen welke ononderhandelbare punten zijn partij zou hebben. Nu blijkt dat alleen het niet verhogen van de AOW-leeftijd te zijn, en laat hij in het midden hoe erg hij aan andere belangrijke punten hecht. Wat dat betreft is de PVV al een gewone politieke partij geworden.

Ook wat de bezuinigingsinzet betreft is de PVV een gewone partij. Alle partijen beloven de komende kabinetsperiode miljarden te bezuinigen om het gat te dichten dat de economische crisis in de overheidsfinanciën heeft geslagen. De PVV zit in vergelijking met de rest in de hoge regionen, met 21 miljard aan bezuinigingen in 2015. Vijf miljard wordt weer uitgeven, aan tienduizend extra politieagenten en tienduizend extra verpleegkundigen. Zestien miljard zou naar de staatsschuld moeten.

De rekening komt niet bij de burger te liggen, belooft de PVV. Hoe dat kan? De maatregelen en sectoren waar het meeste geld valt te halen laat de partij ongemoeid, zoals de hypotheekrenteaftrek, de WW, de studiefinanciering. Maar de ontwikkelingshulp kan met miljarden minder toe, en de afdrachten aan de Europese Unie kunnen omlaag, denkt de PVV.

Ook op de publieke omroep, op kunstsubsidies en op geld voor de Vogelaarwijken wordt fors bezuinigd. Verder wordt de overdraagbaarheid van de algemene fiscale heffingskorting afgeschaft. Dat betekent dat gezinnen met één kostwinner – ook burgers, zou je zeggen – er tot honderden euro’s per maand op achteruit kunnen gaan. En een andere groep burgers heeft toch ook wat te vrezen: het aantal ambtenaren kan met 20 procent lager.

Een jaar geleden sprak Wilders nog de wens uit dat er snel verkiezingen zouden moeten komen. „Dan ben ik de volgende minister-president.” Maakt hij daar nog kans op? Hij leek er zelf bij de presentatie van zijn verkiezingsprogramma niet meer zo in te geloven. Nadat hij had gezegd dat de PVV klaar is om te regeren, kwam hij snel met een second best optie: een minderheidscoalitie van CDA en VVD gedoogsteun geven.

Hij ziet de Deense Volkspartij als lichtend voorbeeld. Die partij heeft relatief veel invloed gekregen op het immigratiebeleid door het centrum-rechtse minderheidskabinet te steunen. In Nederland is zo’n coalitie zeer ongebruikelijk.

Geert Wilders is een politiek strateeg. Hij vertoeft al een kleine twee decennia op het Binnenhof. Niet helemaal onterecht schrijft hij over zichzelf op de PVV-website dat hij is „uitgegroeid tot het boegbeeld van de internationale anti-jihadbeweging”. Telkens verzon hij wel iets om de (internationale) aandacht op zich te vestigen.

Dat zal hij tijdens de campagne ongetwijfeld opnieuw proberen. En misschien blijkt het gedoogsteun-plan weer zo’n meesterzet te zijn. Als de verkiezingsuitslag dit toelaat, en het CDA en VVD de verleiding niet weten te weerstaan, kan Wilders rustig verder werken aan het opbouwen van een brede volkspartij, en toch grote invloed uitoefenen.