Kijk liever naar kosten dan naar boerka

Op het Nyfer-rapport over de kosten van migratie zijn alleen obligate reacties gekomen. Jammer, want het is niet verkeerd om daarnaar te kijken, betoogt Ewald Engelen.

Dankzij de PVV en economisch onderzoeksbureau Nyfer weten we nu dat de komst van niet-westerse migranten ons 7,2 miljard euro per jaar kost, zo’n 1 procent van ons bnp. Natuurlijk is er van alles af te dingen op het Nyfer-rapport. Zo kunnen alleen die kosten en baten exact worden berekend die traceerbaar zijn tot migranten. Oftewel: inkomens- en vermogensbelasting, sociale zekerheidsregelingen, onderwijs en kinderbijslag.

Lokale belastingen, btw en vennootschapsbelasting zijn gemakshalve naar rato van de bevolking meegenomen. Gezien het karakter van de btw en de oververtegenwoordiging van Turken bij ondernemers kan dat tot een onderschatting van de baten hebben geleid. Verder is geen rekening gehouden met het drukkend effect op de arbeidskosten aan de onderkant van de arbeidsmarkt door de aanwezigheid van niet-westerse migranten; de stakende vuilnismannen van afgelopen maand waren in overgrote meerderheid afkomstig uit niet-westerse landen.

Ook is alleen naar niet-westerse migranten gekeken, die maar 40 procent vormen van de totale migratie naar Nederland. Sinds de toelating tot de EU van Polen, Hongarije, Bulgarije en Roemenië is het merendeel van de migranten afkomstig uit de EU. Over het saldo voor de schatkist van die migranten zegt het rapport niets.

Het cijfermateriaal van Nyfer betreft alleen de eerste en tweede generatie. Dat is in lijn met de Nederlandse statistische conventies. Niet-westerse allochtonen zijn ingezetenen waarvan ten minste een van de ouders in een niet-westers land is geboren. Dat sluit de derde generatie uit. Dat is relevant omdat onderzoek leert dat het minstens twee generaties duurt voor de laatste sociaal-economische achterstanden zijn verdwenen. Nyfer baseert zijn conclusies dus op een momentopname die de integratie van zijn duurste kant toont.

Wilders was er als de kippen bij om op te roepen tot een totale migratiestop. Niet uit islamhaat, maar uit bezuinigingsmotieven. En Pechtold en Cohen riposteerden al even obligaat met het belijden van hun afkeer van de demografische boekhouding van Wilders. Dat is jammer, want het Nyfer-rapport bevat wel degelijk interessante conclusies.

De eerste is dat alleen bij Turkse en Marokkaanse migranten de Staat meer uitgeeft dan wint. Andere vormen van migratie kunnen wel rendabel zijn. Ten tweede dat alles staat of valt met arbeidsparticipatie. Als het Nyfer-rapport iets duidelijk maakt, is het dat hoe meer er wordt gewerkt, hoe positiever de som uitvalt. De verschillen tussen niet-westerse allochtonen en anderen zitten niet in de kosten, maar in lagere baten.

Een ontvangende samenleving mag van nieuwkomers eisen dat ze meer bijdragen dan kosten. Daaruit volgt echter niet een algehele migratiestop, maar een migratiebeleid dat in het teken staat van het bijdragebeginsel. Ruime poorten voor wie veel, hoge hekken voor wie weinig kan bijdragen. Zoals in Canada en Australië al decennia bestaat. Dus óf een puntensysteem gebaseerd op eigen geld, ondernemersplan of opleiding. Óf een geheel en al op maat van de arbeidsmarkt gesneden migratiebeleid dat grotendeels door werkgevers wordt bedacht en uitgevoerd.

Daar hoort bij dat het brede spectrum aan sociale rechten dat Nederland zijn inwoners biedt, pas kan worden genoten als de migrant via een arbeidsverleden zijn participatiebereidheid heeft bewezen. Dus na, zegge en schrijve, vijf jaar de eigen broek te hebben opgehouden. Daarvoor is hij of zij een aspirant-burger.

Daaruit volgt een integratiebeleid dat veel sterker inzet op economische onafhankelijkheid. Oftewel, een onderwijsbestel dat migrantenkinderen niet harteloos naar de armzaligste onderwijstrajecten sluist en uitval bestrijdt met criminalisering en ophokken. En een arbeidsmarkt die selecteert op talent en niet op naam, uiterlijk of de juiste vriendjes.

Ook volgt eruit dat het afgelopen moet zijn met het eentonig hameren op symbolische kwesties als hoofddoekjes en boerka’s om de culturele verschillen die er onvermijdelijk zijn uit te vergroten tot onoverkomelijke obstakels. De taal van het integratiedebat moet een sociaal-economische zijn, niet een etnisch-culturele. Al was het maar om het negatieve saldo van niet-westerse migratie zo snel mogelijk weg te werken. In tijden van bezuinigingen wel het minste dat het electoraat van zijn politici mag verwachten.

Is ten slotte de exercitie van Nyfer onkies, zoals Pechtold en Cohen suggereren? Is demografisch boekhouden per definitie ongepast? Ik denk van niet. Door per bevolkingsgroep te berekenen wat de netto-bijdragen zijn, kunnen ontwerpfouten en perverse herverdelingen zichtbaar worden gemaakt. Dat doen we met inkomensgroepen, hoger- en lageropgeleiden en generaties. Daar is niets mis mee. Het enige wat je de PVV kunt verwijten, is de selectiviteit van hun demografische boekhouding. Waarom zo’n zelfde exercitie niet eens toegepast op Nederlandse vrouwen? Mijn vermoeden is dat die met hun hoge opleidingen en schamele arbeidsparticipatie de Staat nog veel meer kosten. Moeten alle vrouwen dan maar het land uit?

Ewald Engelen is hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam.