Huisje aan het water

Landen in Midden-Europa kampen met ernstige wateroverlast.

Voor de zoveelste keer. Het ontbreekt aan een degelijk rivierenbeleid.

Mocht onder het communisme niks in Midden-Europa, tegenwoordig kan alles. Een nieuwe woonwijk in een polder die in het verleden menigmaal onder water stond? Geen probleem. Totdat de rivier de polder in een tranendal verandert.

En een tranendal is het nu geworden. Al dagen worstelt de regio met de gevolgen van hevige regenval. Het water staat hoger dan in 1997, tijdens de laatste grote watersnood. De Wisla, de rivier die Polen doorklieft, bereikte het hoogste peil in 160 jaar, snelwegen in Hongarije liepen onder. Tienduizenden huishoudens, van Polen tot Servië, zijn geëvacueerd.

„Waarom is iedereen zo verbaasd”, vraagt commentator Zbynek Petracek zich in af de Tsjechische krant Lidové noviny. „Omdat iedereen altijd gelooft dat de vorige overstroming de laatste was.” Het geheugen is kort. Een eigen huis, langs een doorgaans kabbelende rivier – wie wil dat niet? Een stuk land vlak langs de rivier is vaak nog goedkoper ook.

Vooral voor de Polen komt de watersnood hard aan, zo vlak na de vliegramp in april, waarbij de Poolse president en een groot deel van zijn gevolg omkwamen. De ene ramp is nog niet verwerkt of de volgende dient zich aan. Bijbelse toestanden, die een schaduw werpen over het recente succes van het land – de Poolse economie is de best presterende van Europa.

Watersnood is niet typisch Pools of Midden-Europees. Het ontbreken van een degelijk rivierenbeleid wel. Na eerdere wateroverlast in 1997, 2001 en 2002 werden lessen vooral op papier geleerd. In maart waarschuwde de Poolse rekenkamer (NIK) dat de toestand van dijken langs de Wisla dramatisch is: van de helft kan de veiligheid niet worden gegarandeerd en van vrijwel alle dijken ontbreken actuele technische gegevens.

Het gevolg is nu te zien: de vloedgolf moet worden bedwongen met zandzakken. Het grootste gevaar lijkt geweken, maar de dijken zijn vol gezogen met water en soms breken ze, dit weekeinde ook in Warschau.

Door geldgebrek is op veel plekken de schade aan dijken uit eerdere jaren nog niet eens gerepareerd. Maar ‘wildbouw’ is een veel groter probleem. Volgens NIK is de materiële schade bij elke overstroming groter, omdat er teveel wordt gebouwd zonder gezond verstand. Gemeentes bezwijken in de praktijk gemakkelijk voor druk om bouwvergunningen af te geven, uit politiek zelfbehoud of uit economische overwegingen.

Onder het communisme was de staat almachtig en de burger machteloos. Na 1989 werden de rollen omgedraaid. Dat leek toen een goed en rechtvaardig idee, maar wie nu in Tsjechië of Polen een noodpolder of snelweg wil bouwen stuit op een barrage aan wetgeving die de onteigening van landeigenaren bemoeilijkt. Privébezit, verzuchtten stedenplanners, is een heilige koe. Als één iemand dwarsligt, gebeurt er niets.

De Tsjechische regering overweegt nu nieuwe wetgeving die onteigening moet vergemakkelijken. In Polen ligt een voorstel om het nationale waterschap meer macht te geven, ten koste van lokale overheden.

Er is ook goed nieuws: het aantal doden is kleiner dan in 1997, vooral in Tsjechië, dat meer heeft geïnvesteerd in nieuwe waterwerken. Maar ook in Polen zijn minder dodelijke slachtoffers dankzij kordaat optreden van lokale overheden, brandweer, politie en leger.