Hij was hun liefste burgemeester

Schrijver Yvonne Kroonenberg schaduwt Alexander Pechtold, lijsttrekker van D66. Deel 2: Op de boulevard bij Scheveningen. „Kijk daar hebbie, hoe heetie ook!”

We gaan reclamemateriaal verspreiden in Scheveningen. Rillend zet ik mijn kraag op. Er komt een koude mist uit zee opzetten.

„Er is niemand op de boulevard”, klaag ik, „de badgasten zijn allang naar huis.”

„Mooiweer-volger!” scheldt Alexander Pechtold, „zullen we doen wie het eerst een kiezer tegenkomt?” We lopen onmiddellijk twee meiden met hoofddoeken, grote tassen en een Haags accent tegen het lijf. „Kijk daar hebbie, hoe heetie ook!” Ze willen met hem op de foto. Iedereen wil met hem op de foto. En ze lachen hem toe, steken duimen op en pakken folders aan.

Er zijn ook zure PVV’ers die misprijzend hun hoofd afwenden of de naam Wilders naar hem snauwen, als samenvatting van hun gedachtengoed. Een Duitse toerist zegt „keine Ahnung” en een gezette dame meldt dat ze al klaar is met stemmen: „Echt waar, ik heb al gestemd!”

Met de wolk mooie jonge medewerkers, die folders uitdelen en strandballen, wandelt de lijsttrekker over de boulevard. Hij biedt zelf ook folders aan en praat met de mensen. Van afwijzing schrikt hij niet. Hij richt onmiddellijk zijn ogen op de volgende mogelijke kiezer.

Een ernstige Marokkaanse jongen vraagt of Pechtold de werkloosheid gaat aanpakken en de criminaliteit, of hij de doorberekening gaat uitvoeren en crisismaatregelen neemt. Ik ben verbaasd hoe belangrijk iedereen politiek vindt. Er is wel een meisje dat gratis ijs op het programma zou willen zien en een halfdronken jongeman wil dat het bier 10 cent goedkoper wordt, maar verderop vraagt een man hoe het nu moet met het begrotingstekort. Twee jonge allochtonen komen de lijsttrekker ook begroeten. „We zijn achttien, we mogen stemmen.” Ze zijn op de hoogte van het verkiezingsprogramma: er moet verandering komen en D66 is voor verandering. „Ja”, zegt de ene jongen, „want je moet altijd hervormen.”

Een gezinnetje dat ijs staat te eten, groet en belooft dat ze op Pechtold zullen stemmen en het meisje dat het ijs verkoopt, wuift ons vanuit haar stal toe. Twee elegante nichten hoeven geen folder. Ze stemmen altijd D66.

Een groep studenten uit Wageningen joelt Pechtolds naam. Ze bedoelen het niet verkeerd, ze zijn aangeschoten. „Hij was onze burgemeester”, leggen ze uit. Ik begrijp hen wel. Ik hield ook zo van mijn burgemeester.

Een man op een scootmobiel neemt de folder aan en legt hem zorgvuldig naast het sponsje dat hij van de SP heeft gekregen. „Waar was je nou in het debat?” moppert hij, „ik vond het...” Hij gluurt even om zich heen. „Een kut-debat!” verklaart hij ferm. Hij heeft ook goede raad: „Ik zou één ding willen zeggen: niet te veel toegeven, dóórgaan!”

Wordt morgen vervolgd