Geen watermeloenen uit de nederzettingen

De Palestijnse Autoriteit heeft besloten dat producten uit de nederzettingen niet meer mogen worden verkocht. Het past in de strategie van geweldloos verzet.

Inspecteur Ibrahim al-Qadi deed een paar dagen geleden een topvangst: een vrachtwagen gevuld met watermeloenen. „Die hebben we in beslag genomen en stukgegooid op de grond.” Hij stuurt zijn jeep door het centrum van de Palestijnse stad Ramallah, op de bezette Westelijke Jordaanoever. Bij kleine winkeltjes stappen Qadi en twee collega’s uit, een gele brochure onder de arm. Ze doorzoeken de schappen en de administratie.

Qadi werkt voor een speciale opsporingseenheid van het Palestijnse ministerie van Economische Zaken. Hij en tientallen inspecteurs houden onaangekondigde invallen in winkels op de Westelijke Jordaanoever. Ze zijn op zoek naar spullen die geïmporteerd zijn uit joodse nederzettingen in bezet gebied. Wat ze vinden, nemen ze in beslag. Verkoopt een winkel geen materiaal uit nederzettingen, dan plakt Qadi een gele sticker op de deur.

De acties zijn gepland door president Mahmoud Abbas en zijn premier, Salam Fayyad. Abbas heeft een verbod uitgevaardigd en laat er zijn inspecteurs op toezien. „We waarschuwen nu alleen nog maar”, zegt ambtenaar Ayoub Ismail op het ministerie. Hij laat een kast vol met spullen zien die in beslag zijn genomen; een rol plastic, zout uit de Dode Zee, cake, flessen water. „Na verloop van tijd gaan we boetes en gevangenisstraffen opleggen. De handel met de nederzettingen moet naar een volledig nulpunt teruggebracht worden.”

Met strenge straffen probeert Abbas een einde te maken aan de verwevenheid tussen de Palestijnse economie en die van de nederzettingen. Op de Westelijke Jordaanoever en in Oost-Jeruzalem, Palestijns gebied, zijn sinds 1967 ruim tweehonderd nederzettingen gebouwd. Volgens het internationaal recht zijn deze nederzettingen, waar ruim een half miljoen mensen wonen, illegaal. Ze staan bovendien volgens de internationale gemeenschap de vorming van een Palestijnse staat in de weg.

Deze nederzettingen bloeien economisch, onder meer door een gunstig Israëlisch belastingklimaat. Omdat ze pal naast Palestijnse dorpen en steden staan, is er altijd veel handel geweest. Volgens een schatting van de Palestijnse Autoriteit wordt ieder jaar voor een bedrag van 500 miljoen dollar aan producten uit nederzettingen geïmporteerd. Daarbij werken er zeker 30.000 Palestijnen in de nederzettingen. Ze zijn goedkope arbeidskrachten voor de kolonisten.

In januari verbood Abbas Palestijnen om nog langer in nederzettingen te werken, omdat ze daarmee meewerken aan de bezetting. Vooralsnog worden overtreders niet gestraft. Alternatieven zijn er vaak niet voor de tienduizenden arbeiders, en in het veel armere Palestijnse gebied heerst werkloosheid. Op de handel van producten uit nederzettingen zien de inspecteurs van Abbas wel toe. Spullen die in Israël gemaakt zijn, mogen wel verkocht worden. „Het nut van deze acties is dat mensen zich er bewust van worden dat ze de nederzettingen soms zelf in stand houden”, zegt Ayoub Ismail. „We brengen hun wat discipline bij.”

De acties passen in een strategie die het Palestijnse leiderschap op de Westelijke Jordaanoever sinds een paar jaar gebruikt om de bezetting en kolonisatie van hun land tegen te gaan: die van het geweldloze verzet. In verschillende dorpen en steden zijn wekelijkse demonstraties ontstaan tegen de afscheidingsbarrière die meestal dwars over Palestijns land loopt.

Ibrahim al-Qadi speurt al zeker twintig minuten door supermarkt Rivièra, een kleine winkel waar vooral veel snoep en frisdrank te koop is. Hij spiekt in een folder waarop plaatjes staan van alle verboden producten. Hij gaat de lijst systematisch langs. Thee uit de nederzetting Ofra, champignons uit Teqoa, etuis uit Karne Shomron. „De cakes zijn lastig, die veranderen steeds hun etiket.”

De winkel staat vol met Hebreeuwse etiketten, dat zijn de legale producten uit Israël. Qadi twijfelt lang bij een schap waar metalen schuursponsjes liggen. Ze hebben geen streepjescode en kunnen dus overal vandaan komen. Hij bladert door de administratie van de wat verbouwereerde winkelier en belt de leverancier. „Het is goed”, beslist hij. „Maar geef het voortaan wel beter aan.”

Abbas en Fayyad willen hun internationale steun niet verliezen. Ze manoeuvreren daarom voorzichtig. Boycots van producten uit nederzettingen liggen ook internationaal goed. De Europese Unie heeft opnieuw van Israël geëist aan te geven welke exportproducten uit de illegale nederzettingen komen. Israël en de EU hebben een belastingverdrag, maar de EU wil niet dat producten uit nederzettingen daarvan profiteren. De nederzettingen liggen immers niet in Israël. In veel Europese landen, ook in Nederland, zijn bovendien boycotbewegingen ontstaan die winkels manen producten uit nederzettingen te weren.

De Israëlische premier Benjamin Netanyahu wees de Palestijnse boycot afgelopen weekeinde af als provocatie, die vooral schadelijk voor de Palestijnen zélf zal zijn. Israël en de Palestijnse Autoriteit zijn juist begonnen aan indirecte vredesgesprekken. Die lijken al weinig kans van slagen te hebben maar Netanyahu suggereerde dat ze door de boycotacties verder onder druk komen te staan. Politiek analist Yossi Alpher, ooit raadsman van de huidige minister van Defensie Ehud Barak, noemde de acties „overdreven, slecht getimed en contraproductief”. De kolonistenbeweging reageerde furieus.

Een enkele winkelier in Ramallah is bezorgd over de gevolgen van de acties, al is een meerderheid voor strenge controles. „Producten uit nederzettingen zijn vaak veel goedkoper”, zegt een eigenaar van een buurtwinkeltje. „Het is voor ondernemers soms heel moeilijk een betaalbaar alternatief te vinden.” Ambtenaar Ayoub Ismail: „Het is niet altijd gemakkelijk, maar op de lange termijn is het ook goed voor de Palestijnse economie. Winkeliers gaan nu meer Palestijnse spullen inslaan.”