Energie uit water, zon, biomassa, vergisting...

Duurzame energiecentrales zijn de eerste stap op weg naar schone energie.

De nieuwe centrales in Limburg gaan gebruikmaken van allerlei energiebronnen.

Elektrische en hybride auto’s in de strijd voor een beter milieu? René van der Bruggen, topman van technisch dienstverlener Imtech, vindt het „kul”. De energie waarop deze auto’s rijden wordt namelijk „milieu-onvriendelijk geproduceerd”. De eerste stap is dus de productie van schone energie – pas daarna kun je van schone auto’s spreken.

Een belangrijke stap is, volgens Van der Bruggen, vorige week gezet. Imtech is door de provincie Limburg geselecteerd voor de bouw van twee duurzame energiecentrales. Met de bouw is 140 miljoen euro gemoeid. De centrales wekken duurzame elektriciteit op voor 65.000 Limburgse huishoudens. Limburg streeft ernaar dat over tien jaar 20 procent van de energie duurzaam wordt opgewekt en dat er 20 procent minder energie wordt verbruikt. Ook wil de provincie de CO2-uitstoot in 2020 met 20 procent verlaagd hebben.

Van der Bruggen: „Het gaat om de combinatie van warmtekrachtkoppeling, zonne-energie, energie uit water, biomassa en vergisting.” Het is de eerste keer dat in Nederland een energiecentrale wordt gebouwd die wordt gevoed door zo veel verschillende vormen van energie. De centrale zal volgens Van der Bruggen een rendement van 50 tot 60 procent hebben. En dat is bijna het dubbele in vergelijking met een conventionele centrale.

Warmtekrachtkoppeling is de gecombineerde opwekking van warmte en elektriciteit (kracht). Elektriciteitscentrales hebben een elektrisch rendement van 30 procent, de rest van de energie uit de gebruikte brandstoffen komt vrij als warmte. Deze warmte kan ook voor andere toepassingen gebruikt worden. Op deze manier kan veel brandstof worden bespaard. De zogenoemde afvalwarmte van grote centrales wordt soms gebruikt voor stadsverwarming.

In Nederland staat deze vorm van energiebesparing nog „in de kinderschoenen” in vergelijking met bijvoorbeeld Duitsland, zegt Van der Bruggen. Dat komt omdat daar een vast tarief geldt voor bedrijven die energie ‘over’ hebben en dit leveren aan de energiebedrijven. In Nederland bepalen elektriciteitsleveranciers als Nuon, Essent en Eneco het tarief van de terugkoppeling en als hun capaciteit zelf voldoende is, kan deze prijs zelfs „nul komma nul” zijn, zegt Van der Bruggen. „Op deze manier komt warmtekrachtkoppeling nooit van de grond.”

Volgens de Imtech-topman kan er bij de Nederlandse gebouwen 40 à 50 procent op de energierekening worden bespaard, wanneer ze gebruik zouden maken van dergelijke systemen.

Duitsland is – afgezien van wat bruinkool – voor de energievoorziening (gas en olie) volledig afhankelijk van het buitenland. „Daarom wordt er in Duitsland ook zo zuinig met energie omgegaan en bestaat er een grote belangstelling voor alternatieve energiebronnen, zoals zonne-energie”, zegt Van de Bruggen.

Nederland heeft bijna vijftig jaar geteerd op het gas uit het aardgasveld bij Slochteren. Energie was er in overvloed en tot de eerste oliecrisis, begin jaren zeventig, was er nauwelijks aandacht voor energiebesparing. „Vooral in Duitsland blijft energiebesparing een belangrijk item”, zegt Van der Bruggen. Het stadion van de Duitse voetbalvereniging HSV wordt het eerste „echt groene stadion”.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

Bij het artikel ?Energie uit water, zon, biomassa, vergisting...? (26 mei, pagina 12 en 13) staat een foutief fotobijschrift. De foto is niet uit 1900, toen de eerste elektrische tram in Amsterdam reed, maar uit de jaren dertig.