Een kwestie van appels en hamburgers

China, Europa, Amerika: alle worstelen ze met het wenselijke niveau van hun munt. Economen doen hun best, maar iets definitiefs levert hun werk niet op.

De Amerikaanse minister van Financiën Tim Geithner liep op eieren tijdens de gisteren afgelopen top tussen China en de Verenigde Staten. Het Congres dringt al jaren aan op het bestempelen van China als ‘valutamanipulator’. De yuan zou hevig zijn ondergewaardeerd tegenover de Amerikaanse dollar, en dat gaat ten koste van het Amerikaanse bedrijfsleven.

Nu heeft China vanaf 2005 zijn voorheen vaste wisselkoers van de yuan tegen de dollar laten varen, en is de yuan met rond de 10 procent gestegen. Maar sinds het uitbreken van de kredietcrisis zit de munt weer muurvast. De Amerikaanse regering zit in een dilemma. Zelfs als de yuan is ondergewaardeerd, en dus zou moeten stijgen, is het niet raadzaam om China met een stigma van valutamanipulator tegen de haren in te strijken. China is op meer fronten nodig, van de financiering van de Amerikaanse staatsschuld tot het conflict tussen de Korea’s.

Bovendien is er altijd de vraag of de yuan wel ondergewaardeerd is. Dat raakt aan een van de moeizaamste disciplines van de internationale economie: het vaststellen van evenwichtskoersen tussen valuta’s. De eenvoudigste methode berust op koopkrachtpariteit: het vergelijken van de wederzijdse prijs van een mandje van goederen en diensten, en dat vervolgens loslaten op de geldende wisselkoers.

Dan zijn er ook nog handelsgewogen wisselkoersen, reële effectieve wisselkoersen (handelsgewogen en gecorrigeerd voor prijsverschillen) en allerlei andere varianten. Een andere familie van methodes zoekt naar een zogenoemde fundamental equilibrium exchange rate (Feer), die uitgaat van macro-economisch evenwicht binnen en tussen de betrokken economieën. Deze methode is verfijnder, maar bij beide blijft de vraag: wat dan nog? Als de wisselkoers in werkelijkheid anders is, en dat is hij vrijwel altijd, dan blijft de berekening een puur theoretische exercitie.

En dus is er ook de behavioral equilibrium exchange rate (Beer), die zich concentreert op de afwijking tussen theoretisch gevonden koers en de koers zoals hij in de praktijk is. Niet dat die zaligmakend is: het Internationale Monetaire Fonds suggereerde al herhaaldelijk dat de Chinese yuan ondergewaardeerd is, maar er zijn ook Chinese exercities die op basis van Beer concluderen dat een onderwaardering niet aan de orde is. Een IMF-studie naar de evenwichtskoers van China haalt onderzoeken aan waarin de geschatte onderwaardering van de yuan uiteenliep van nul tot 50 procent.

Wat te doen? Het Britse weekblad The Economist hanteert sinds de jaren negentig een wel zeer eenvoudige index, gebaseerd op de prijs van een product dat vrijwel overal ter wereld hetzelfde is: een Big Mac van McDonald’s. Burgernomics is sindsdien een graag aangehaalde methode om scheve wisselkoersen aan de orde te stellen. De jongste berekening van 16 maart van dit jaar komt voor China uit op een onderwaardering van de yuan met, inderdaad, 50 procent. De euro zou volgens deze calculatie rond pariteit moeten zijn met de Amerikaanse dollar.

Nu zijn hamburgers misschien niet zo’n ideale maatstaf als het lijkt. In sommige landen zijn ze het voedsel van de armen, in andere zijn ze juist luxe, met bijbehorende prijsverschillen die meer ingegeven zijn door marketing dan door productiekosten. Zou het niet beter zijn een internationaal geproduceerd goed te nemen, met een centrale organisatie die de prijzen per land dicteert? Twee economen van de Universiteit van Queensland bedachten drie jaar geleden een index gebaseerd op de producten van het Amerikaanse computerconcern Apple. Het verrassende resultaat: volgens de Apple-index was de Chinese yuan toen, in maart 2007, vrijwel in evenwicht met de dollar. De euro was, tegen een koers van 1,30 dollar, bijna 13 procent overgewaardeerd en zou in evenwicht zijn rond de 1,13. De euro bleek trouwens niet coherent: een Ierse euro zou 2 procent goedkoper moeten zijn, en een Spaanse euro 5 procent, dan een Duitse of Nederlandse. En dat komt nu, drie jaar later, hard aan het licht. Een vergelijking van appels en hamburgers, maar wel een creatieve. China kan er bij zijn onderhandelingen met de VS zijn voordeel mee doen.

NRC Handelsblad werkt voor deze rubriek samen met de website MeJudice, www.mejudice.nl

Lezers kunnen reageren op de bijdragen van Maarten Schinkel op nrc.nl/schinkel.